WK: Wandelen kan

‘Zullen we anders nog even verder wandelen?’ stelde ik voor. Linda en ik waren van het restaurant waar we gegeten hadden naar huis gewandeld, maar het was te lekker weer om binnen te zitten. Zélfs al zou het gaan om binnen zitten met chocolade en bier (dat is heus wel een goede combinatie).

Groen als gras
Kletsend slenterden we door Linda’s eigen stukje Zwolle. Ondanks de zwoele bijna-zomeravond, was er bijna niemand op straat. Alle auto’s stonden netjes in hun parkeervakje, alle mensen zaten in hun huis. Achter zo’n beetje ieder raam dat we passeerden lichtte een tv op. Van grote flatscreen tot klein vierkant doosje, allemaal lieten ze hetzelfde zien: een groene gloed. De bescheiden buurtkroeg waar we langsliepen barstte bijna uit zijn voegen. Joelende mannen en vrouwen in oranje roepen naar ons. ‘Hé, dames! Komen jullie gezellig hier voetbal kijken?’

Dansende meisjes
Inderdaad, we hebben de legendarische WK-wedstrijd tussen Nederland en Spanje gemist. Expres. In plaats van tv te kijken, lieten we onze telefoons thuis en gingen we op weg naar de kinderboerderij in het Wezenlandenpark. Door doodstille woonwijken, waar alleen één keer een deur openzwaaide om twee wild gillende en dansende meiden naar buiten te laten. ‘Twee – één,’ gilden ze naar ons. We staken goedkeurend onze duimen op.

En de stad was van ons
We liepen midden op de weg, aangezien we toch de enige idioten waren die zich op straat waagden. De stad was van ons. De ongewone stilte voelde bijna griezelig, maar af en toe konden we raden wat er gebeurde doordat de stad als één man een overwinningsbrul slaakte. Toeters en vuvuzela’s weergalmden door de straten, en toen we de kinderboerderij naderden, ontdekten we dat de pauwen en kalkoenen ook gezellig meededen met herrie maken bij een doelpunt.

In de herhaling
Het leek erop dat er morgen een heleboel mensen wakker zouden worden met een gigantische hoofdpijn en een brede glimlach. Althans, daar begon het op te lijken, te oordelen naar het gejuich. Na de vierde keer gebulder en getoeter vonden we het verdacht worden.
‘Juichen ze soms ook voor de herhaling?’ opperde Linda. Er sprong een kipje op haar schouder.
Ik pakte het beestje zachtjes vast om het weer in het hok te zetten, waar het direct op de rug van een schaap sprong en via die wollige schans terug op het hek. Linda deed een stap achteruit. Het kipje sprong snel van het hek toen de pauwen opnieuw begonnen te gillen. Niet veel later zwol het geluid van schreeuwende Zwollenaren aan.
‘Misschien juichen ze ook voor Spanje,’ zei ik.
Linda knikte aarzelend. ‘Of Nederland gaat echt heel goed.’

En de stad brulde.

Beeld: Elvin