WK-blog: De morning after

Ik moest vanmorgen vroeg bij de dokter zijn. Een controle, niks bijzonders, je kent het wel. Terwijl ik katerig op de fiets zat – de nederlaag van gister indachtig – werd mijn aandacht getrokken door een man die gebukt voor z’n deur zat. Het kwam niet door zijn houding, ik zie wel vaker mannen die bukken en nee, dat bedoel ik niet pornografisch: het was zijn grijze boxer, die hóóg boven z’n broek uittorende en z’n bilnaad weliswaar netjes bedekte maar tegelijkertijd niets aan de verbeelding overliet. Ik registreerde het, en wilde verdergaan met te laat komen bij de dokter toen hij zich omdraaide. Alsof ie z’n vrouw had betrapt met de glazenwasser, zo’n blik. Naast hem stond een emmertje oranje sop, in z’n handen droop een spons.

Huis-tuin-en-keukenbrandstapel

Ik begreep hem wel. Dat ie wakker werd, zich het drama van gisteravond herinnerde, kwaad werd en dacht: dat oranje hoef ik nu ook niet meer op m’n raam! Want laten we eerlijk zijn: verliezen is altijd kut. Na die strafschoppen heb ik m’n brulshirt óók uitgetrokken en in de kast gemieterd. Niet ritueel verbrand nee, maar alleen omdat dat zo’n troep geeft en dat toch een beetje zielig staat, zo’n huis-tuin-en-keukenbrandstapel op het aanrecht. Dat m’n tijdlijn volstaat met jubelende Argentijnen, helpt ook niet mee (noem me een sneue verliezer, maar ik heb bij twee van hen het bolletje ‘this shouldn’t be on Facebook’ aangevinkt).

Ze zijn er klaar mee

En dan die loze interviews met de spelers. Sneijder die zegt dat hij niet weet wat ie moet zeggen, Robben die zegt dat ie trots is op alles wat we wél bereikt hebben. Dat trek ik niet hoor. Kon ik vóór dit WK Bruno Martins Indi, De Vrij en Janmaat nog niet aanwijzen op de elftalfoto, nu steekt het als ik zie hoe ze ’t verslagen hoofd in de handen begraven. Ze zijn er klaar mee, dat snap ik ook wel. Maar laten we Brazilië in godsnaam met 8-0 inmaken zaterdag, dan valt er oprecht nog wat te juichen.

Beeld: ANP