Het wonder dat sla-olie heet

De eerste week baalde ik er vooral van. Het was gelukt hoor. Ze hadden me te pakken. Bastards. Dacht ik dat ik de dans ontsprongen was. Dat ik ze echt heel goed vermeden had. Slechts een illusie. Niets meer, niets minder.

What doesn’t kill you… Toch?
Die andere zieke en griepoverdraagbare mensen bedoel ik. Als ik er nu op terug kijk zal het vast ook aan mijn eigen weerstand hebben gelegen. Leven in een bouwval zonder verwarming hoeft niet per definitie goed voor je weerstand te zijn namelijk. Maar gelukkig besloot ik het ‘rustig aan’ te doen. Ik ging een weekend op kamp met een groep karatekinderen. Na het kamp bleek ‘vreemd genoeg’ ook mijn stem op te raken. Mijn vriend vond het wel grappig, zo’n hese Katja Schuurman (I wish). Een paar dagen later skipte ik de karatelessen en kroop ik toch diep onder de wol. Na een heerlijke tijd in dromenland werd ik om vier uur wakker met een zeurderig gevoel in mijn rechteroor.

Dip zelf je hoofd in yoghurt
Een half uur later, met barstende hoofdpijn van mijn oor, vond ik het een goed idee om mijn Facebookvrienden te raadplegen. Eerst kreeg ik een hele lijst van ‘oma weet raad’ toe gemikt, maar daarin zag ik door de bomen het bos niet. Gelukkig waren ook mijn andere vrienden niet te flauw om advies te geven. Vol verbazing kwam ik tot de conclusie dat ik sla-olie in mijn oor moest gieten, vervolgens een teentje knoflook erin moest persen en het af moest toppen met watjes. What the fuck? Ik woon in een bouwval, wat denken jullie wel? Ik heb geeneens een keuken, laat staan sla-olie. Weer een ander had het over buisjes (?!), een huis met verwarming en iemand noemde terloops een glas whiskey.

Heb je niks aan dus.

In de houding
Om vijf uur wilde ik mijn oor eraf snijden. Niet om dezelfde reden als Van Gogh, maar ik voelde wel enig verwantschap. Ik rende naar mijn buurvrouw. Mijn steun en toeverlaat voor bijna al mijn basisbehoeften op dit moment, eigenlijk. Als Facebookvriend stond ze al in de houding met sla-olie, maar ze kreeg net op tijd een ingeving. “Bel de huisartsenpost, misschien heb je een oorontsteking.” Hoe graag ik ook wilde dat iets bizars als sla-olie met knoflook de oplossing zou zijn voor deze tergende – niet zo oorverdovende – pijn, belde ik maar. Een uurtje later schrok de dienstdoende arts (een lieve, verstrooide professor) van de wilde, rode ontsteking die hij zag in mijn oor. Meteen aan de antibiotica, was het credo.

Plassen in een emmer
Ver over de dagelijkse limiet aan paracetamol en een nog niet aangeslagen antibiotica-tablet, hing ik weer een uur later met een hoofd als een tomaat boven een emmer. De charme van onze bouwval was dat er een probleempje was met de riolering (het enige wat ‘af’ leek te zijn). Dus weer squatten en plassen in een emmer. Truth? Natuurlijk vervloekte ik onze bouwval. De volgende dag, volgepropt met ibuprofen, hield ik trouwens een vlammende presentatie met een onwijs succesvol resultaat. Een week later, vandaag, ben ik nog steeds een wandelende bacillenbom. Maar eens dezer dagen ga ik het rustig aan doen. Echt, beloofd. Geen reden om zelf een bastard te blijven.

P.S. Niet alleen kunnen we weer gebruik maken van het toilet, maar hebben we ook een (werkende) verwarming! Expeditie Barendrecht gaat er op vooruit.

P.S.S. Dank aan lieve buuf Anja. En aan mijn lieve vriend die me naar de huisartsenpost reed.

© Beeld: Chantal Straver