Zeg dat ik fantastisch ben

Dat ik mijn vingers graag onder de inkt heb, is wel duidelijk. Ik ben me bewust van mijn aardige schrijfhand, mijn soepele pen. Als ik dat zelf zo mag zeggen. Maar toen ik begon aan de minor ‘Creatief Schrijven’, veranderen mijn handen ineens in haken. Haken waar ik geen moer meer mee kon.

Zestig vlotte handen
Wellicht heb ik de laatste tijd teveel naast mijn schoenen gelopen. In de waan geleefd dat ik er zo zes bestsellers uit kon poepen. Die mensen zouden boeien totdat mijn tong een stuk uitgedroogde bacon was. Te lang gedacht dat ik een of andere bekroonde schrijfster was. Misschien ga ik daarom wel zo gigantisch op mijn bek nu. Ineens zit ik in een klas met zestig vlotte handen. Dertig vlotte pennen. Die allemaal woorden kennen waarbij mijn mond tegen de tegels knalt. Alsof mijn vierjarige broertje ineens opkijkt van het televisieprogramma ‘Chuggington’ en perfect ABN begint te lullen. Jaloersmakend. En heel vervelend.

Opzichtige Chinees
Het valt me op dat ik iemand ben die graag in de schijnwerpers staat. Gezien word. Meer dan ik eigenlijk toe wil geven. En dat ik onzeker word op het moment dat ik – voor mijn gevoel – in de schaduw word geduwd en de microfoon uit mijn handen wordt gerukt. Eigenlijk ben ik een schreeuw om aandacht met krullen. Zo’n opzichtige Chinees in de karaokebar. Iemand die in de klas zit en haar vinger voor het gezicht voor iemand anders houdt, omdat zij het antwoord wil geven. En doet alsof het niet zo is. De ‘Jij kunt beter’ en ‘Niet je beste werk’ vliegen me om de oren. En ze hebben ook gewoon gelijk, laten we wel wezen. Er zaten teksten tussen waar je nou niet bepaald een natte punani van krijgt.

De onzekerheid wat betreft mijn kennen en kunnen heeft een dieptepunt bereikt. De inkt in mijn pen probeert uitgedroogd naar de punt te kruipen. Opzoek naar lucht en papier. Dit is geen schreeuw, maar een noodkreet. Zeg dat ik fantastisch ben.