Zeiken in gezelschap

Ik heb één levensvraag minder. Waarom moeten vrouwen altijd samen piesen? Serieus, waarom moet de hele posse zich tegelijkertijd richting toilet begeven? Maar vooral, waarom loop ik altijd mee?

Carriere als toiletjuffrouw
Toegegeven, ik ben de minste niet. Ik kan me het leed van een volle blaas behoorlijk aantrekken. Ik kan dat gehink en gehups van iemand in nood niet aanzien. Zodoende loop ik tijdens een avondje uit af en aan naar het toilet, vergezeld door hupsende vriendinnen. Het is niet dat ik heil zie in een carrière als toiletjuffrouw. Het is voornamelijk het gezeik wat aan het gezeik vooraf gaat.

‘Ik moet plassen.’ Daar begint het.
‘Ga dan.’
‘Moet jij ook?’
‘Nee.’
‘Ik houd het wel even op.’
-Twee minuten later-
‘Ik moet echt nodig!’

Kletteravontuur
‘Ga dan’ is het meest voor de hand liggende advies. Je hoeft van mij geen plasketting om, ik controleer geen stempels, je mag je kleingeld houden. Kortom, ga dan! Er is weinig zo on-amusant als het damestoilet. Er zit er vaak één te janken, omringd door vriendinnen die tussen het troosten door stiekem hun mascara checken. Immers, aan de mascara van de jankerd valt toch niets meer te redden. Er is er ook altijd wel één die het nodig vindt om andere mensen op de hoogte te houden van het wel en wee van het hele kletteravontuur. ‘Oh, dit lucht zo op, ik moest zó nodig!’ Er zit er ook gegarandeerd één die niet van tevoren heeft gecontroleerd of er nog toiletpapier was. Er staan altijd rijen wachtenden, waarvan de helft alleen fungeert als kapstok. ‘Ik ben mee om haar tas vast te houden.’

Oké
Afgelopen weekend weigerde ik dan ook resoluut om mee te gaan.
‘Ik moet plassen.’ Oh lieve hemel, het begin van het einde.
‘Moet jij ook?’
‘Nee, maar ik blijf hier wel even staan.’
‘Oké!’ Oké?! Weg was ze.

Daar stond ik dan. In mijn eentje, tussen enkel onbekenden. Ik besloot me bij een willekeurig groepje degelijk ogende personen aan te sluiten. Op voldoende afstand om vragende blikken te voorkomen, maar dichtbij genoeg om te doen alsof ik bij ze hoorde. Maar het was te laat, ik was gespot door een oudere man die al flink boven zijn theewater zat. ‘Zo, jij hebt mooie laarzen!’ Ik keek naar beneden. Kut. Waarom moest ik uitgerekend nú rode regenlaarzen met roze bloemetjes dragen? Openbaar-toiletproof, dat wel. ‘Bedankt, u draagt zelf ook best leuke schoenen.’

Lekker samen zeiken
De rest van de avond ben ik keurig meegelopen naar het toilet. Pas toen ik twee dagen later iets uit mijn tas wilde pakken, viel het kwartje. Mijn tas zat vol toiletpapier. Ineens schoot het advies van mijn vriendin me weer te binnen. ‘Stop maar wat toiletpapier in je tas, voor als straks alles op is.’ Blijkbaar ben ik diegene die altijd zonder toiletpapier zit. Dat is dus de reden van het gezamenlijk zeiken. Echte vriendinnen helpen elkaar nu eenmaal bij hoge nood.

© Beeld: privébezit
Lees hier meer blogs van Mayke