Zoet en zalig

‘Jezus Mayke, dat is niet normaal hoor!’ Mijn familie kijkt me met grote ogen aan. Ik kan alleen maar hysterisch lachen. Mijn oom heeft net mijn bloedsuikerspiegel getest en nu doet iedereen alsof ik elk moment dood kan neervallen.

Een gezonde score is tussen de 5 en de 6 en ik scoor een 20,6. Niet normaal dus. Vertel mij wat, ik scoor altijd afwijkend. Ik vertoon ook afwijkend gedrag, wat hadden ze eigenlijk verwacht? Ik weet wel wat niet normaal is; de gang van zaken tijdens dit etentje ter ere van de verjaardag van mijn oma. Welke familie gaat nu elk lid bij langs om een gaatje in zijn (m/v) vinger te prikken om het gemiddelde suikergehalte in de familie te berekenen? Tijdens het diner?

Ontbijten met gesuikerde spekjes
Maar goed, een dikke 20 dus. Dat moet toch ergens vandaan komen. Ik ben een vreselijke zoetekauw en om mijn familie gerust te stellen, begin ik maar met biechten. ‘Ik heb ontbeten met gesuikerde spekjes, daarna heb ik een suikerwafel gehad…’ Mijn oom onderbreekt me: ‘Kind, dat is allang weer uit je bloed. Vrijdag test ik je opnieuw’.

Koffie zonder suiker
Terwijl ik een kruisverhoor krijg staar ik naar mijn koffie. Nee, ik drink niet veel, ik drink zelfs veel te weinig. Mijn gewicht is juist een beetje toegenomen de laatste weken en ik ben ook niet vreselijk vermoeid. Er is niets wat op suikerziekte wijst, behalve dat apparaat. Het zal wel stuk zijn.

Ik focus me op mijn zwarte koffie, zonder suiker. Dat ik mijn koffie zonder suiker prefereer zal wel compensatiegedrag zijn voor mijn idiote suikerconsumptie. Hoewel ik vanavond een uitzondering heb gemaakt. Ze hebben hier kandijsuikerklontjes waar ik tussendoor stiekem wat van snoep.

Prik mij maar lek
Als ik weer wat klontjes naar binnen heb gestopt en mijn vingers aflik voel ik me een beetje schuldig. Zou ik dat nu wel doen? Ik heb zojuist een record suikergehalte behaald. ‘Doe mij dat metertje nog eens’ zegt mijn vader ineens resoluut. Ik zie de bui al hangen. Moeten ze nu weer in mijn vingers prikken? Straks heb ik helemaal geen bloed meer in mijn suiker.

Bel een ambulance
Ik strek mijn arm uit richting mijn vader. Toe maar dan, ik ben toch al het circusfiguur van de familie. Laat nog maar even zien hoeveel ik afwijk. Roep het personeel er anders ook even bij. En laat ze dan meteen een cameraploeg bellen, of een ambulance.

Maar mijn vader prikt niet. ‘Veeg eerst maar even die suiker van je vingers’, zegt hij. En daar zit ik dan. Iedereen lachen, iedereen zuchten. Mijn oom heeft daarnet het suikergehalte van de kandij op mijn vinger gemeten. Ik word nog een keer getest. Dit keer scoor ik een keurige 6,1.

Bij het verlaten van het restaurant staan er mandjes met lolly’s en pepermuntjes. Ik pak van elk één, onder toeziend oog van het personeel van vanavond. ‘Ja, kijk maar even goed’, denk ik bij mezelf, ‘Ik pak een lolly én een pepermuntje.’ Het is mijn gedrag dat afwijkt, niet mijn bloedsuikerspiegel