Blog Lisette: O, zusje

Volgende week word ik zesentwintig. Dan ben ik voor de eerste en de laatste keer ooit precies twee keer zo oud als mijn zusje.

Echt niet
Het zonlicht weerkaatst op haar golvende roestkleurige haar, waardoor het een koperen gloed krijgt. Het valt over haar schouders als een rossige waterval. Haar blauwe ogen priemen in de mijne met een felheid die wordt benadrukt door haar omlaag getrokken wenkbrauwen en verongelijkte mond. ‘Echt niet,’ zegt ze, met een harde nadruk op de G.
‘Echt wel,’ antwoord ik.
‘Écht niet,’ herhaalt ze nadrukkelijk, haar ogen nog altijd vurig, maar rond haar mond inmiddels een beginnend lachje.
‘Écht wel,’ zegt ik net zo nadrukkelijk als zij, terwijl ik overdreven met mijn ogen rol en zucht.
Een kleine giechel borrelt op uit haar keel en het masker van boosheid valt van haar gezicht alsof het er nooit geweest is.

Dertien lentes
Dertien jaar is ze, en ze worstelt met dezelfde zaken als alle meisjes van haar leeftijd. Ze draagt een jongensshort in het zwembad omdat ze haar slanke bovenbenen te dik vindt. Ze uit bij vlagen dat ze ‘op dieet’ moet. Ze wil waarschijnlijk haar opvallende rode haar platinablond verven. Ze heeft het gevoel dat iedereen die ook maar een beetje afwijkend gedrag vertoont in haar buurt haar compleet voor schut zet. Ze vlucht in haar mobiel, die wel met haar hand vergroeid lijkt. Wat een heerlijke leeftijd. Wat een verschrikkelijke leeftijd.

Tussen blij en boos
Ze is prachtig, vooral als ze lacht. Dan dansen er lichtjes in haar aquamarijnkleurige ogen en ontsnappen er lachjes aan haar lippen als bellen uit een bellenblaas. Zelf schijnt ze de voorkeur te geven aan foto’s waarop ze uitdrukkingsloos langs de camera kijkt en waarop slechts de helft van haar gezicht te zien is. Zo’n selfie wordt vaak vergezeld door een zin uit een songtekst. Ze houdt van zichzelf. Ze haat zichzelf.

Loser!
Als ze niet weet wat ze ergens van moet vinden, zakken haar wenkbrauwen omlaag en kijkt ze je peilend aan, alsof ze je weegt. Vaak word je als volwassene te licht bevonden, maar tolereert ze je aanwezigheid. Ze wendt schaamte voor als iemand raar doet, terwijl haar ogen glimmen van heimelijk amusement. De overtuiging waarmee ze het woord ‘loser’ uitspreekt laat geen enkele twijfel bestaan over de waardeloosheid van je leven en vertelt je dat je het beter maar gewoon op het kerkhof kunt gaan liggen. Je bent toch al vijfentwintig – bejaard!

Vallen en opstaan
Volgende week word ik zesentwintig. Dan ben ik voor de eerste en de laatste keer ooit precies twee keer zo oud als mijn zusje.
En iedere keer dat ik zie hoe ze op een openbaar online profiel haar telefoonnummer aan onbekenden geeft, iedere keer als ik vermoed dat ze met ongure jongens aanpapt, probeer ik mezelf eraan te herinneren dat ook je fouten je vormen. De weg naar volwassenheid is lang en zit vol kuilen en gaten door slecht onderhoud. Natuurlijk moet ze uit de buurt blijven van de diepe scheuren die haar helemaal verzwelgen, maar het kan voor haar ontwikkeling geen kwaad om af en toe eens haar enkel te verzwikken omdat ze te hard rent en een holte in het wegdek niet aan zag komen. Dan doe ik een paar passen terug om naast haar te staan en wachten we samen tot haar pijn over is. Ik plaag haar en zij lacht. En ze ziet met eigen ogen dat je op je zesentwintigste nog evenmin volwassen bent als op je dertiende.