Bah, zwager

Voor kerst heb ik van de broer van mijn vriend een notitieblok gekregen met een harde kaft, waarop hij mijn konijn Whopper in een pan heeft geschilderd. Het is echt een supertof cadeau, dus ik laat het al dagenlang aan iedereen zien. De reactie is standaard: ‘Dus die heb je van je zwager gekregen?’ En dan trek ik een ongemakkelijk gezicht, want ik vind het zo’n naar woord.

Viezig
Zwager. Het klinkt viezig, een beetje als een samentrekking van ‘zwetende slager’ of een bejaarde versie van ‘swagger’. En als je er heel snel overheen leest lijkt het net alsof er ‘zwanger’ staat. Waarom zeggen we wel ‘schoonzus’, ‘schoonvader’ en ‘schoonmoeder’, maar moet je schoonbroer dan ‘zwager’ heten? Vroeger (echt supervroeger, ergens in de middeleeuwen) heette alles wat aangetrouwd was blijkbaar gewoon zwager. Je schoonzus was je zwagerin – wat ik nóg een tikkeltje vieziger vind klinken dan zwager.

Een gevoelige snaar
In de vijftiende eeuw, toen we graag alles deden zoals het in Frankrijk ging (want chic, duh), vertaalden we hun ‘belle-soeur’ en ‘beau-frère’ gewoon lekker letterlijk naar ‘schoonzus’ en ‘schoonbroer’. Vooral België en Zuid-Nederland spraken van schoonbroer, maar in de noordelijkere delen bleef het ‘volkse’ woord zwager ook hangen. Misschien is het wel gewoon heel elitair van mij dat ik het een raar woord vind. O, en om het nog een tikkeltje ingewikkelder te maken: in Noord-Nederland spraken mensen tot in de zeventiende eeuw ook nog van ‘snaar’; de echtgenote van je broer. Was iemand de zus van je man, dan was het weer je zwagerin.

Morgen is vandaag
Dit voert ons meteen naar het grootste bezwaar dat ik tegen alle zwager- of schoongerelateerde woorden heb. Lau en ik zijn niet getrouwd en hoewel we al bijna zeven jaar bij elkaars familie over de vloer komen, heb ik het altijd een beetje vreemd gevonden om te praten over ‘mijn schoonfamilie’. Het klinkt zo volwassen. Dat is de grootste angst van mijn generatie (en volgens mij iedere generatie voor en na die van mij): opgroeien. ‘Later als we groot zijn’ is nu. Mijn leeftijdsgenoten storten zich massaal in het huwelijksbootje of in de poepluiers – of zelfs in allebei tegelijk. Ik denk dat ik daar toch nog even mee wacht, al was het maar om dat viezige woord ‘zwager’ niet te hoeven gebruiken. ‘De broer van mijn vriend’ volstaat vooralsnog prima.

Foto: Brandon Heyer