Lekker incontinent

Dagboek van een zwangere vrouw: week 29

Het moet een charmant gezicht zijn. Een zwangere vrouw in de hoek van de winkel: haar ene hand voor haar mond, de andere tussen haar benen. Paniek in de ogen, terwijl ze maar blijft hoesten. Of met een vriendin even door de stad lopen. Hard moeten lachen, vervolgens een keiharde scheet laten en het angstvallig negeren.

’s Morgens bij het opstaan direct door naar het toilet. Terwijl het lijf nog stijf is van het slapen met een verhoogd hoofd- en voeteneinde legen de darmen zich, maar kan de rug nog niet zo ver gedraaid worden dat de hand met het toiletpapier bij de uitgang kan.

Met enige waardigheid staan wachten in de rij voor het toilet in de bioscoop, terwijl de baby de tango op je blaas danst. Even een sprintje trekken, omdat dochterlief weggerend is. Lekker diep slapen, met alle spieren ontspannen en dan een hoestbui krijgen…

Oh, wat een feest is het: incontinent tijdens de zwangerschap. Met schaamrood op de kaken Tenalady kopen. Een plaswas draaien. Vier keer naar de wc, voordat je überhaupt kunt gaan slapen. Bezoekjes aan de bekkenfysio. Oefeningen doen. Aantrekken, in drie trapjes, loslaten in één ruk. Niet alleen de bekkenbodemspier aantrekken, maar ook de anus in en de schaamlippen omhoog. Wat? Omhoog?

Een plasdagboek bijhouden. De hoeveelheid per keer afmeten in een maatbeker. Te veel plassen of juist te weinig. Voorzichtig zijn met hard lachen, roepen, rennen en hoesten. Na de bevalling nog eens naar de fysiotherapeut. Bang zijn dat het nooit meer overgaat. Tien keer per week de spieren trainen. En het evenzo vaak vergeten. Tot de volgende schaterlach. En dan jezelf voornemen echt, maar dan ook echt elke dag in bed de oefeningen te doen. Dus aantrekken en loslaten, aantrekken en loslaten, aantrekken en zzzzzz…

CC foto: jacquelienspikker