Zeuven

Tortillataart was wat de pot schafte. “En wat gaat daar dan allemaal in?” vroeg ik. “Nou gewoon, gehakt, kruiden, olijven, fèèèta..” Mijn slokje wijn schoot in het verkeerde keelgat.

Fèèèta
Ik was uitgenodigd om tortillataart te eten bij vriendin L. en zij sprak feta uit als bèta. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest vinden. Zij ook niet.

Ik had vroeger een vriendin die jouwe uitsprak als joune. Van het woord mijne maakte ze mijnese.

Ik ken mensen die in plaats van paaprika, papppprika zeggen. Met een korte a. Ze pappen die paprika. Mijn paprika klinkt als paaaaprika.

Rondom het woord chips  bestaan ook enkele misvattingen. Je hebt mensen die sjips zeggen (ik) en mensen die tjips zeggen (meestal zongen zij dan in Kinderen voor Kinderen en nemen ze maar een klein handje tjips als tussendoortje) (ik doe niet aan handjes tjips, ik doe een een zak sjips, soms een sjaksjips, maar ik ben de enige die dat grappig vind).

Waarom tjips? Of nee, waarom papprikatjips?

Met zonder jas
Door een vriendin ben ik ‘bij me’ gaan zeggen. Als ik bijvoorbeeld: “Hoi! Ik heb muziek bij!” zei, zei zij terecht (toch irritant) “Bij me!”

Het werkte. Ik plak er nu keurig netjes me achter. Maar als ik iemand anders bijvoorbeeld “Hoi! Ik heb muziek bij!” hoor zeggen, verbeter ik diegene nooit maar denk ik altijd even terug aan de tijd dat ik ook barbeknoeien zei. Of met zonder jas naar buiten ging.

Maar toch. Sommige dingen kan ik niet begrijpen. Walter zegt zeuven. Ik zeg zeven. Want ik zeg toch ook geen eun, tweu, dreu, veur, veuf of zeus. Walter doet wel vaker gekke dingen met taal. Zo maakt hij van de letter v een f en van de letter z een s. Dus dan hep ie lekker die son sien sakken in die see. Of gaat hij met fakantie.

Ik denk dat ik even met Paulien Cornelisse moet bellen, want taal en ik, echt himmel mun ding.

cc foto: pin add