Zó voelt een coronatest (spoiler: ik vond het mega pijnlijk)

Coronatest: zo voelt het

Beetje snotterig, spierpijn, vermoeidheid; typische griepverschijnselen. Waar je pre 2020 twee paracetamol nam en liters thee wegwerkte, maak je nu een afspraak voor een coronatest. Dus daar ging ik, met frisse tegenzin en best een beetje bang (want ik haat dingen in m’n neus of mond – en dan vooral als het medisch is) naar de teststraat in Bussum. 

Gewapend met m’n mondkapje, afspraakbevestiging en paspoort (waarvoor ik nog even terug moest toen ik al in de auto zat) kwam ik op het nippertje op tijd voor de coronatest aan. Niet dat dat heel veel uitmaakte, want volgens mij werden er tien mensen ingepland om 14.15 uur, verdeeld over de drie testrijbanen. Na twee minuten wachten was ik aan de beurt.

Verlengde tandenstoker met haren

De aardige jongeman gaf me een papieren tissue en vertelde dat ik m’n neus moest snuiten. Vervolgens scande zijn collega mijn paspoort en toen vroeg de jongen: ‘is het uw eerste keer mevrouw?’ Daar antwoordde ik bevestigend op en ik zei ook meteen maar dat ik een beetje nerveus was. ‘Het valt mee hoor, ik ga met dit staafje in uw neus en daar blijf ik vijf seconden in. Dat is het enige, in uw mond hoeft niet meer.’ Ik haakte al af bij de woorden ‘dit staafje’. Dit STAAFJE?! Ik weet niet wie het ‘wattenstaafjes’-principe de wereld in geslingerd heeft, maar dit ding leek meer op een verlengde tandenstoker. Je weet wel, zo eentje met van die haren eraan, die vooral gebruikt wordt om achter het draadje van je (ex-)beugel, onder een kroon of – volgens mij – rondom een kunstgebit schoon te maken. Maar dan nét iets breder.

Lees ook:
‘6 dingen die je kunt doen voor een vriendin die in quarantaine zit’

HAAL DAT DING ERUIT

De paniek sloeg dus al een beetje toe, maar goed. Die test moest gedaan worden. Dus ik haalde diep adem, gooide m’n hoofd naar achter en zei: ‘kom maar’ (klinkt sexyer dan het in werkelijkheid was). ‘Tel maar tot vijf’, zei de arme jongen. Arme, omdat ik na tot twee tellen z’n arm uit m’n neus trok en hem wegduwde. Het voelde echt alsof hij met een ijzerdraadje m’n hersenpan aan het binnendringen was (sorry als je binnenkort moet voor de test en nu helemaal niet meer durft). Met traanogen (niet van het huilen, maar door dat intens vervelende gevoel) zei ik: ‘Sorry, ik heb een heel gevoelige neus en ben een aansteller’. Hij bleef aardig: ‘Nee, geeft niet. Iedereen ervaart het anders. U bent heus geen aansteller.’ – Even serieus, waar hebben deze mensen zo aardig leren zijn? Ik ben gewoon een aansteller – Hij zei: ‘Het helpt vooral als u niet teveel beweegt. Dat kan lastig zijn, maar ik was er bijna. Neem even uw tijd. We hebben geen haast.’

Lief, maar ik had wel een beetje haast en wilde er vanaf zijn, dus zei: ‘nou hups, andere neusgat dan maar’. Dat mocht gelukkig ook – ik moest er niet aan denken dat ‘ie nog een keer in dat linkerneusgat ging poeren. Ik was nu voorbereid en uiteindelijk: wat zijn die vijf seconden op het (mogelijk) redden van mensenlevens? Hij er weer in met z’n staafje, ik telde tot vijf, dit keer wel lang genoeg, en de jongen zei verheugd: ‘Ik ben klaar!’. Gefeliciteerd, dacht ik. Ik ben er vooral klaar mee. In plaats daarvan mompelde ik: ‘nou eh, bedankt’ en reed ik met het schaamrood op m’n kaken weg. Lekker gênant weer, Bridget. 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief

Bron: Shutterstock
Selien (27) woont in Kortenhoef, een klein dorpje nabij 't Gooi, met haar vriend en hun Roemeense hond Bimmer. Verwondert zich dagelijks over duizend en één dingen, valt regelmatig over haar eigen voeten en beoefent (zonder enig sportief talent) alle mogelijke sporten om in shape te blijven, maar laat chocola nooit staan. Voor freelance avonturen volg je haar via Instagram op @selienkoster