Mijn zoethoutdieet

“Mam, mag ik een zoethoutboom in de tuin?” vroeg ik als klein meisje. Vroeger zag je me altijd met zo’n boomstronk in mijn mond rondlopen. Ik heb er zó lang om gezeurd dat mijn ouders ook echt hebben uitgezocht of het kon.Maar helaas. Ons klimaat was te koud voor zo’n boompje. En ik zou er nog niks aan hebben, want om die lekkere smaak te krijgen moeten de stokjes in allerlei verschillende badjes geweekt worden. Vakwerk, dus. Ik als die hard zoethoutknabbelaarster was natuurlijk he-le-maal van slag.

Onlangs heb ik mijn zoethoutverslaving weer opgepakt, en deze keer met een speciale reden. Als ik aan het werk ben of tv zit te kijken (vooral het laatste) móet ik gewoon iets eten. Maakt niet uit wat, als ik maar iets in mijn mond heb. Vreselijk, ik weet het, maar het is gewoon zo. Het hoort erbij, voor mij.
En aangezien ik niet rook, en dat ook nóóit zal gaan doen, bedacht ik dat zoethout de ultieme oplossing zou zijn voor mijn opwellende orale behoeftes. In plaats van mezelf volproppen met chocola, chips, koekjes en andere vetmakers, kauw ik gewoon op een stokje zouthout. Heel relaxed is het, bijna zen. Lekker op de bank, stokje in je mond, flink knabbelen en zuigen, en af en toe het ‘flosje’ eraf knippen en in een glas gooien (dat er nu uitziet als een afvalhoop van verwelkte paardenbloemkoppen).

Wat ik nu doe is dus eerst gewoon eten. Als ik daarna écht zin heb in iets zoets (wat ik áltijd heb na het eten) neem ik bijvoorbeeld één of twee paaseitjes of een koekje, en daarna stap ik over op zoethout. Wat helemáál lekker is, is er zoethoutthee bij drinken. En dan het flosje in je thee dopen en het vocht eruit zuigen. Mmm!

Ik ben er een paar dagen geleden mee begonnen, en ik vind mijn plan nog steeds geniaal. Het smaakt gewoon heerlijk en je doet er zó lang over, dat je je niet daarna nog stort op de voorraadkast. Ik ben benieuwd hoe het op de lange termijn gaat werken, en hoe mijn kaaklijn er over een paar weken uitziet. Want mijn kauwspieren krijgen zo wel een erg flinke workout!