“Dat ís geen oppassen!”

Als ik ruzie wil, zeg ik tegen iemand met kind: “Oh, moet je oppassen?” Stap terug: ik wíl geen ruzie, larie, maar krijg het vaak wel. De reactie is namelijk altijd een getergd: “Óppassen?!” Ik word tureluurs van het politiek correct moeten zijn zodra het over kinderen gaat (of religie of afkomst).

‘Tis de vader!’
Eerst dacht ik dat het ‘m zit in het feit dat ik het vaak tegen een vrouw over haar man zeg: “Oh, dus dan past hij op.”  Dat is enkel en alleen omdat ik meer moeders spreek dan vaders. Moeders die dan prompt op hun achterste poten staan: “Hij pást niet op, het is zijn kind.” Eh ja, maar daar moet je toch op letten?

Tegen Een Man Met Kind zeg ik het ook:  “Ah, dus dan past zij op de kleine.” (Kleine ja, want ‘kindje’ is zo’n woord dat ik er niet uit krijg.) Die stuitert dan niet – tenminste, nog nooit meegemaakt. Die begint dan geen verwijtenvolgeladen verhaal dat ik zorgen moet zeggen, in plaats van oppassen.

‘Opa’s en oma’s passen op’
Vriendin C. stuiterde ook toen ik het woord ‘oppassen’ gebruikte.
C. is jurist. Een goed jurist. En weet iets dus ook precies te beargumenteren. “Opa’s en oma’s passen op. Of je buurvrouw. Ouders niet. Want die moeten ook het huishouden doen, en het kind opvoeden.” Op zo’n dag thuis. (Mag ik dat papa- en mamadag noemen..?)

Hm. Punt. Het zijn inderdaad wezenlijke verschillen: de oppas gaat niet ook stofzuigen, wassen draaien en de ramen lappen. De oppas heeft vast ook soepeler regels dan de ouders als het gaat om middagslaapjes, snoep, tv… En toch…

Eén woord gezocht
En toch vind ik dat ‘oppassen’ moet mogen blijven zeggen. Ik garandeer iedereen die het me ooit hoort zeggen: ik begrijp nu het verschil. Ik bedoel hetzelfde. Zorgen, opvoeden, huishouden. Maar het is zo lekker kort, ‘oppassen’. Of pleiten jullie wel voor politiek correcte vragen als deze:

“Nee, donderdag kan vriendlief niet. Hij heeft dan papadag huishoud- en opvoeddag. Dan past hij op de kleine. Dan moet mag hij oppassen opvoeden en het huishouden doen.”

CC foto: mikequozl