Onmenselijk verdriet

Vandaag, 25 mei, is het de internationale dag van de vermiste kinderen. Ik wist dat niet, had er eigenlijk ook nog nooit van gehoord. 

Vergeet-mij-niet
Elk jaar op 25 mei wordt stilgestaan bij de Internationale Dag van de Vermiste Kinderen. Dit is de dag dat in 1979 het Amerikaanse jongetje Etan Patz op 6-jarige leeftijd verdween. In 1983 werd naar aanleiding van de vermissing van Etan de 25e mei uitgeroepen tot ‘the International Missing Children’s Day’, de Internationale dag van de Vermiste kinderen. Symbool voor de dag is het vergeet-me-nietje.

Actueel
Ik ben zelf natuurlijk moeder van twee kinderen en ik kan me er geen voorstelling van maken, hoe het voelt als je kind vermist is. Gelukkig maar. Toch lees je het regelmatig in de krant, dat er iemand vermist is. Op dit moment is hier in Duitsland de ontvoering van een bankiersvrouw groot in het nieuws. Waar ze ontvoerd is, is niet eens zo gek ver hier vandaan en daarmee komt zoiets toch ineens dichtbij.

Cijfers van het Rode Kruis
In Nederland worden per jaar tussen de 16.000 en 20.000 mensen als vermist opgegeven. Van hen wordt circa 85 procent binnen 48 uur teruggevonden, of ze keren zelf terug. Het totaal aantal minderjarigen dat op dit moment in Nederland als vermist staat gesignaleerd in het Nationaal Schengen Informatie Systeem (NSIS) is 625, aldus het Korp landelijke politiediensten (KLPD). Dat zijn onder anderen alle kinderen die gesignaleerd staan als weglopers en kinderen die zijn ontvoerd door een van de ouders.
Hoe dat is, als je kinderen ontvoerd worden door de andere ouder, kan onze forummer Elmervrouw helaas uitstekend beschrijven;

25 mei
Dit jaar zal het voor de achtste keer zijn, dat ik het vergeet- me-niet speldje de hele dag ga dragen. Op deze speciale dag zal ik mezelf de harde waarheid toestaan, die ik in het dagelijkse leven uit zelfbehoud zoveel mogelijk vermijd: mijn kinderen, onze kinderen zijn weg uit mijn leven. Al zó lang. Maar ook zo kort.

Ik vind jou héél lief
Want ik kan nog steeds voelen hoe ik met ze naar school liep, met aan iedere hand een kind, kletsend over alles wat we onderweg zagen. Hoe Amar naast me zat aan tafel, zijn handje op mijn arm legde en dan zei ‘ik vind jou héél lief’. En hoe Sennah achterin de auto de hele tekst van haar favoriete voorleesboek, ‘De mooiste vis van de zee’, foutloos kon opzeggen, omdat ze altijd juist dit boek koos om uit voorgelezen te worden. Ik huil als ik dit schrijf, omdat het lijkt alsof het gisteren was dat ik deze dingen met ze deed. Omdat ik weer alles voel. En omdat ik dit niet elke dag wil voelen. Het is te pijnlijk. Het is niet te verdragen.

Weg
Hun Irakese vader bracht ze niet terug na die kerstvakantie bij hem. Hij heeft nooit meer iets van zich laten horen. Ik heb aangifte gedaan, ik heb met Vermist allerlei dingen ondernomen; zonder resultaat. Ik schreef een boek en ben actief op Hyves en Facebook. Alles om voor hen zichtbaar en vindbaar te zijn.

Gebroken hart
Onlangs kwam ik zijn naam tegen op een site met een lijst van burgerslachtoffers van de Irakese oorlog; is hij dood? Hoe kom ik daar achter? En waar zijn zij dan? Hoe gaat het met ze? Heel veel vragen heb ik, maar nooit antwoorden. Dochter Sennah, zoontje Amar; zij maakten mij moeder. Een moeder met een hart dat steeds een beetje meer breekt. Nee, ik vergeet ze niet. Nooit!

©Foto: privébezit Elmervrouw