Anna (25): ‘Het is een wonder dat ik nog leef’

In vertrouwen

Anna (25) heeft diabetes en blijft in leven door insuline te spuiten. Toch doet ze dat liever niet. De reden: zonder insuline kan ze alles eten en toch heel snel afvallen. Diaboulimia heet deze vrij onbekende stoornis.

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: iStock

‘De laatste keer dat het gebeurde, zat ik 
op mijn kamer. Voor het raam, op mijn favoriete plekje in de brede vensterbank, 
las ik een boek met uitzicht op de gracht. Plotseling begonnen de letters voor mijn ogen te dansen. Mijn zicht werd wazig en mijn lippen en vingers begonnen te trillen. Mijn hart sloeg bijna uit mijn borstkas. Ik probeerde op te staan, maar de kamer tolde om me heen alsof ik dronken was. Ik wist meteen hoe laat het was, want ik spoot al dagen geen insuline meer. In twee dagen raakte ik ruim drie kilo kwijt. En nu moest ik mijn spuit weer pakken, voordat het 
écht mis zou gaan.
Ik lijd aan diaboulimia. Dat betekent dat 
ik diabetes heb, maar liever geen insuline spuit, zodat ik niet aankom. Ik weet dat ik ontzettend veel geluk heb gehad tot nu toe, maar ik kan er niet mee stoppen. Zodra ik me écht slecht voel, spuit ik mijn insuline. Maar dan kom ik meteen weer wat aan. Zelfs de chronische infecties die ik krijg, kunnen me er niet toe aanzetten om de voorgeschreven hoeveelheid insuline te spuiten. De laatste infectie verspreidde zich zelfs zo snel dat ik binnen een paar uur bloedvergiftiging had en een week op de intensive care heb gelegen. Dat vind ik natuurlijk wel erg. Ik lijk misschien laconiek omdat ik alles heel nuchter vertel, maar dat ben ik niet. Iemand die zo jong is als ik, die zes weken lang elke dag bezoek krijgt van de thuiszorg omdat er via een infuus antibiotica moeten worden toegediend: dat ís toch erg? Toch wil ik mijn verhaal vertellen. Omdat 
ik weet dat nog heel weinig mensen op de hoogte zijn van deze stoornis.’

Roofbouw plegen

‘Het is dubbel, want ik kan zelf niet stoppen met het stukmaken van mijn lichaam. Alle angst en ongemakken vallen weg als ik wéér een lager cijfer op de weegschaal zie. Zonder te overdrijven: het is een wonder dat ik nog leef. Als ik hiermee doorga, is er geen twijfel mogelijk dat ik jong zal overlijden, dat hebben meerdere artsen heel duidelijk gemaakt. Ik weet alleen niet hoe ik het moet aanpakken. 
Ik ben letterlijk bang om aan te komen. Misschien wel banger dan voor de dood. Dat moet wel, anders zou ik toch wel kunnen stoppen met deze roofbouw? Laatst las ik een artikel over een Amerikaanse vrouw met diaboulimia die blind was voor haar dertigste, beide benen moest laten amputeren tegen de tijd dat ze veertig was en op haar 
43e overleed aan hartfalen. Daar schrok ik ontzettend van, maar ik duw die gedachten zo veel mogelijk weg. Dat lukt overdag meestal wel, dan heb ik genoeg afleiding. Maar elke nacht ben ik bang om in slaap te vallen. Of eigenlijk: om niet meer wakker te worden. Ik weet dat ik weer moet gaan spuiten, dat het ’t beste is voor mijn lichaam, maar gevoelsmatig is insuline de vijand. Het voelt alsof ik puur vet 
bij mezelf injecteer. Mijn familie en vrienden weten van niets. Of eigenlijk denken ze dat er iets anders aan de hand is. Ik ben meerdere malen onder behandeling geweest voor ‘gewone’ boulimia en hoewel dat een grote zorg voor ze is, gebruik ik het ook als dekmantel. De waarheid is dat ik allang niet meer overgeef. Niet meer sinds ik ontdekte dat ik veel sneller afval door niet te spuiten.’

Freak voelen

‘Het ironische is dat het type diabetes dat 
ik heb waarschijnlijk is ontstaan door de ongezonde levensstijl die ik vroeger had. 
In de tweede klas van de middelbare 
school sloot ik een weddenschap af met vriendinnen: wie als eerste vijf kilo kon afvallen. Ik won, maar wilde nog wat meer afvallen. En daarna nog een beetje. Al snel zat ik gevangen in een cirkel van overgeven, voedsel verstoppen en uren voor de spiegel staan, starend naar elke imperfectie van mijn lichaam. Mijn ouders begonnen opmerkingen te maken over mijn gewichtsverlies. Uiteindelijk grepen ze in en kreeg ik therapie in een kliniek voor eetstoornissen.
Maar het bleef lastig. Mijn hele middelbareschooltijd kreeg ik psychische ondersteuning om er zeker van te zijn dat ik niet zou terug-
vallen. Het ging redelijk met me, totdat ik ging studeren en Julie leerde kennen. We werden ‘vriendinnen’, ook al bezorgde ze me voortdurend een rotgevoel. Eigenlijk vond 
ik haar niet eens aardig, maar ik wilde 
haar wel zijn. Ze was grappig, knap, kon fantastisch zingen en bovenal was ze slank. In diezelfde periode werd ik gediagnosticeerd. Ik liep al geruime tijd met klachten die voelden als een verwaarloosde griep. Ook was ik voortdurend moe. Toen ik bij de huisarts terloops aangaf dat ik zo vaak naar het toilet moest om te plassen, besloot ze mijn bloedsuiker te testen. Ik bleek diabetes te hebben. Dat was verschrikkelijk nieuws natuurlijk. Fysiek, maar ook emotioneel. Ineens met injectiespuiten in de weer moeten terwijl ik al heel erg onzeker was, bleek bijzonder lastig. Mensen keken raar naar mijn blauwe plekken, maar dat waren
de sporen die de naalden op mijn armen maakten. Ik voelde me een freak, alsof ik de controle over mijn leven kwijt was. Ik kwam aan en het lukte me niet meer om af te vallen, hoe gezond ik ook at. Vergeleken bij Julie voelde ik me een kneus met mijn blauwe plekken en toenemende gewicht. Op een dag zei ze tegen een andere vriendin: ‘Als we vanavond uitgaan, wil ik Raymond versieren. Als jij dan Jacco neemt, kan Anna Ruben wel even entertainen.’ Ruben was de sukkel van de groep. Blijkbaar zag ze me niet als een meisje dat in staat was om aandacht van de echt leuke jongens te krijgen.’

Het hele verhaal lezen? Check VIVA 05-2019. Deze editie ligt t/m 5 februari in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «