Celine werd als baby te vondeling gelegd: ‘Als ik in de spiegel keek, dacht ik: wie ben ik? Waar kom ik vandaan?’

celine baby vondeling

Als Celine Stroucken (36) hoort dat ze als baby te vondeling is gelegd, doet ze er alles aan om haar biologische ouders vinden. Nog steeds heeft ze hoop, maar ze heeft ook vrede met haar leven zoals het is.

‘Alles wat ik weet over het begin van mijn leven is in een paar regels samen te vatten. Op internet kun je de krantenberichten uit die tijd nog terugvinden. Op een warme zomeravond in 1984 zag een bewoner van een flatgebouw in Helmond mij in de hoek liggen. Een schone, gezonde baby met een luier om, gewikkeld in een bruine herencolbert. Er was snel een agent ter plaatse. Hij bracht me naar het ziekenhuis, waar de burgemeester van Helmond mij een naam gaf: Marie-Celine van den Kastelen. Vernoemd naar de Kasteeltraverse, de straat waar ik werd gevonden. De zoektocht naar mijn ouders is na elf dagen gestaakt.’

‘Ik was elf toen mijn adoptiemoeder het me vertelde. We zaten in de auto, iets waar ze bewust over had nagedacht. Als kind was ik nogal druk; ik bleef zelden lang op één plek zitten. Ze wist dat wat ze me ging vertellen hard aan zou komen en als we in de auto zaten, kon ik tenminste niet weglopen, was het idee. ‘Er is iets met je gebeurd toen je nog een baby was’, begon mijn moeder. Ze vertelde hoe ik vlak na mijn geboorte te vondeling ben gelegd in de portiek van dat flatgebouw, vlak naast het politiebureau. Veel heb ik niet gezegd op dat moment. Huilend staarde ik voor me uit, terwijl er één ding door mijn hoofd dreunde: je bent een vondeling, helemaal alleen achtergelaten.’

‘De vragen kwamen later pas. Als ik in de spiegel keek, dacht ik: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En waarom is dit mij overkomen? Ik heb het mijn ouders honderden keren gevraagd, maar er kwamen geen antwoorden.’

Lieve ouders

‘De eerste drie maanden van mijn leven woonde ik in een pleeggezin, daarna ging ik naar mijn adoptieve familie. Een warm nest met lieve ouders, een zus en een broertje. Dat we alle drie geadopteerd waren, wisten we. Mijn zus en broertje kwamen uit India, ik uit Nederland. Als kind stelde ik daar verder geen vragen over, tot die autorit met mijn moeder. Dat ik een vondeling was, bepaalde mijn tienerjaren. Ik voelde me een buitenbeentje, anders dan mijn zus en broertje, want zij wisten wel waar ze vandaan kwamen. We keken regelmatig met het hele gezin naar het tv-programma Spoorloos. Als ik kinderen hun biologische ouders zag omhelzen, kreeg ik een knoop in mijn maag.’

‘Hoewel ik er met mijn ouders goed over kon praten, voelde ik me vaak verschrikkelijk alleen. Iemand had mij als baby in de steek gelaten. Dat doet iets met je. Zo had ik als tiener enorm last van heimwee. Als we als gezin op vakantie gingen met de auto, smeekte ik na een uur rijden al of we terug naar huis konden. Ik vond het ook heel moeilijk om mensen los te laten. Op mijn zestiende kreeg ik een vriendje. Vijf jaar lang hadden we een knipperlichtrelatie en elke keer als we ruzie kregen of het uitging, dacht ik: zie je wel, niemand wil mij. Dankzij gesprekken met een psycholoog leerde ik beter met die emoties om te gaan, maar echte rust kreeg ik pas nadat ik zelf meedeed met Spoorloos.’

Ongeduldig

‘Op het pensioenfeest van een kennis van mijn ouders ontmoette ik per toeval de politieagent die mij vond; een warme, lieve man met wie het meteen klikte. ‘Ik heb me nog vaak afgevraagd of het goed met je ging,’ zei hij. Dat zette me aan het denken. Zouden mijn biologische ouders zich dat ook weleens afvragen? Ik was pas een paar uur oud toen ik gevonden werd, maar wel helemaal gewassen. Bovendien lag ik aan een drukke, doorgaande weg die dwars door de stad loopt. Er moest toch iemand zijn die iets gezien had en mij meer kon vertellen?’

‘Mijn ouders vonden het erg spannend dat ik aan Spoorloos mee wilde doen. Ik was pas zestien en ze hadden me in de jaren ervoor zien worstelen. Ze waren bang dat deze zoektocht allerlei emoties naar boven zou halen. ‘Ga eerst studeren en dán op zoek’, stelden ze voor. Maar ik was ongeduldig. Ik wilde niet langer wachten, ik wilde antwoorden. Het tv-item is uiteindelijk door twee miljoen mensen bekeken, ook buiten Nederland. Na afloop kreeg ik veel reacties van Molukse mensen. Door mijn uiterlijk dachten ze dat ik een van hen was. Maar een gouden tip kwam er niet.’

Lees ook:
Hannah werd mishandeld: ‘We hadden geld nodig, zei hij, dus moest ik seks hebben met zijn klanten’

Een puzzelstukje

‘In de jaren na de uitzending verdwenen de vragen over mijn identiteit naar de achtergrond. Ik ging management, economie en recht studeren en op mijn negentiende ging ik op mezelf wonen. Twee jaar later ging ik als trainee aan de slag bij een bank, waar ik uiteindelijk elf jaar heb gewerkt. De relatie met mijn jeugdliefde ging definitief voorbij en ik focuste me op mijn carrière en sociale leven. Ik verhuisde naar Utrecht en had een vol leven met leuke vrienden en veel vakanties. Toch borrelden eens in de zoveel tijd de vragen weer op, bijvoorbeeld als er media-aandacht voor vondelingen was. Of als ik via via hoorde hoe kennissen die als kind ook geadopteerd waren hun biologische ouders hadden gevonden. Natuurlijk was ik blij voor hen, maar tegelijkertijd dacht ik: waarom ik niet? Hoe kon het dat er niemand naar voren kwam die meer wist over mijn geboorte? Zou mijn biologische moeder in het buitenland wonen en had ze de oproep niet gezien? Of was het genoeg voor haar om te weten dat ik goed terecht was gekomen?’

‘Zeven jaar geleden benaderde ik Spoorloos daarom opnieuw. Er waren inmiddels nieuwe technieken beschikbaar. Met een geografische DNA-test kon worden achterhaald waar mijn roots liggen. In de loop der jaren was ik zo veel mensen tegengekomen die iets over mijn etniciteit zeiden: vrienden, collega’s, random mensen die ik tegenkwam op feestjes. De een zei: ‘Zeker Moluks.’ De ander zweerde dat ik Antilliaanse trekken had. Het leek me zo fijn om daar zekerheid over te hebben, om mensen die naar mijn afkomst vroegen gewoon antwoord te kunnen geven. Samen met mijn ouders opende ik de envelop met daarin de uitslag van de DNA-test. Daar stond, zwart op wit, dat ik half-Afrikaans, half-Zuid-Aziatisch ben. De tranen sprongen me in de ogen. Niet van verdriet, maar van blijdschap en opluchting. Al die jaren was het gissen naar mijn roots. Nu had ik eindelijk een stukje van de puzzel.’

Tekst: Joanne Wienen | Foto: Dirk-Jan van Dijk

Het hele verhaal van Celine over hoe zij als baby te vondeling werd gelegd lees je in VIVA-13-2021. Deze editie ligt vanaf 31 maart in de winkel of lees je hieronder verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief