Bewust kinderloos

Er is een onderwerp wat ik mijd als het pashokje van H&M op zaterdagmiddag. Ik wil geen kinderen. Maar misschien moet ik het er maar eens gewoon over hebben hier.

De hardnekkige vooroordelen over bewust kinderlozen
En wel hierom. Mensen vragen mij ernaar, nogal vaak. Nu vind ik dat niet erg, het is geen geheim. Maar de reacties zijn nogal pittig. Vooral de vooroordelen die rondzingen over bewust kinderlozen. Laat ik er hier vijf noemen die ik de afgelopen jaren ongevraagd op m’n bordje kreeg.

1. Wie geen kinderen wil is egoïstisch
2. Wie geen kinderen wil is een carrièrebitch
3. Wie geen kinderen wil wijkt biologisch af
4. Wie geen kinderen wil haat kinderen
5. Wie geen kinderen wil krijgt daar vroeg of laat spijt van

Ik vind dat nogal wat.  For the record: ik herken me in geen van die statements, maar daar verschillen de meningen dan over. En om die meningen vraag ik nooit. Afijn.

Altijd die vraag: waarom niet?
Het is dus niet mijn favoriete onderwerp, bewust kinderloos zijn. Toch ontkom ik er als dertiger niet aan: de hamvraag. Willen jullie nog kinderen? Meestal subtiel verpakt in de opmerking ‘Als je nog iets wil…’ Of: ‘En jullie…?’ Daar draaide ik tot mijn 34ste altijd handig omheen met een grapje. ‘Wacht, ik hoor iets tikken? Is het mijn biologisch klok? Oh nee, het is mijn horloge, ik moet er ECHT vandoor.’ De laatste twee jaar zeg ik vriendelijk doch resoluut: ‘Nee, ik wil geen kinderen.’ Als ik ergens de klok op gelijk kan zetten is het de volgende vraag: Waarom niet?

Er zijn altijd voors en tegens
Hoe begrijpelijk ook, eigenlijk is dat een rare vraag. Draai het eens om, als iemand zegt ‘ik ben zwanger’, vraag ik toch ook niet: ‘Waarom in vredesnaam?’ Toch zijn er talloze momenten geweest dat ik probeer uit te leggen waarom ik geen kinderen wil. Hoe ik mensen bewonder die ziel en zaligheid geven voor hun kinderen. Dat ik de verantwoordelijkheid, liefde en toewijding zo enorm vind dat ik me afvraag of ik het kan en wil dragen. Dat ik nooit het oergevoel heb ervaren en dat ik eigenlijk donders gelukkig ben met het leven wat ik leid. En zo zijn er nog honderd redenen, maar overheersend is mijn gevoel van niet willen. Ik wil het gewoon niet.

Werpen, kreng!
‘Wat egoistisch’, kreeg ik eens te horen. Er ontspon zich een discussie over het sociale stelsel, de vergrijzing, bevolkingskrimp en kinderen van anderen die straks mijn AOW op moeten hoesten. Ik schrok van de felle toon en de wending die het gesprek nam. Mijn gesprekspartner zei nog net niet ‘Werpen, kreng!’
‘Dus’, vatte ik ons gesprek nogal verbouwereerd samen. ‘Jij vindt dat ik drie kinderen moet baren om het land te redden?’ Geen daad van liefde, zorg en eeuwige toewijding, maar burgerplicht, dragen voor de BV Nederland. Ik zag het geboortekaartje al voor me:

Een nieuw leven
een klein wonder
Het klinkt zo gewoon
maar voor de schatkist heel bijzonder

‘Vind je het ook goed dat ik gewoon netjes en solidair belasting betaal?’
We kwamen hier samen niet echt uit.

Of ik het wel zeker weet?
Andere keren hoor ik: ‘Goh, wat zonde. Weet je het zeker? Ben je niet bang dat je daar spijt van krijgt? Het is zo leuk.’ Dat geloof ik, ik zie het om me heen, die onvoorwaardelijke liefde. Daar wil ik niet aan tornen, laat staan over in discussie. Gevoelens laten zich nogal moeilijk beargumenteren. Dus zwijg ik meestal, zoals veel bewust kinderlozen. Ook omdat ik het verdriet ken van mensen die zo graag willen, maar niet kunnen. Wel kunnen, maar niet willen, is in de meeste contexten kwalijker. Maar ik wil het gewoon niet, zoals anderen het gewoon wel willen.
Zo simpel is het.
Voor mij.