Bloederige belevenissen

In onverstaanbaar Fries geeft een klein vrouwtje in een witte jas me te kennen dat ik hier mag plaatsnemen, tot ik word geroepen. Dat maak ik op uit het gebaar dat ze maakt naar de stoel.

Vragenvuur
Ik klem mijn groene map tegen me aan en laat me op de middelste stoel uit het rijtje van drie zakken. Stopten mijn vingers maar met trillen. En mijn benen ook. O, en als ik toch bezig ben met een verlanglijstje: ik zou ook graag willen dat mijn ogen niet zo angstig groot waren en dat mijn hart het bloed niet zo snel door mijn aderen zou pompen. Want dat bloed, dat is exact waarvoor ik hier ben.
‘Kom binnen,’ zegt een glimlachende blonde vrouw (ook in een witte jas, maar gelukkig zonder griezelig Fries accent). Ze stelt zich voor als Jackie en legt me uit hoe het hier werkt: vandaag word ik getest. Als eerste hindernis heb ik een vragenlijst zo lang als mijn hele arm ingevuld, met daarop vragen die varieerden van ‘heb je de afgelopen zes maanden een land buiten de EU bezocht’ tot ‘heb je de afgelopen zes maanden seks gehad met een man die daarvoor seks had gehad met een man’. Ik overwoog bij die laatste nog even om Lau te bellen, gewoon om hem te pesten.

Bloedstreber
Een paar weken geleden deelde ik mijn angst voor naalden al, maar door een combinatie van een gezond lijf, de wil om iets voor De Mensheid te doen en de belofte dat ze hier echt heel lekkere koekjes hebben, zit ik nu toch bij Sanquin om straks een naald in mijn arm te laten steken. Wat bezielde me ook alweer toen ik hier binnenstapte?
Met een scherpe prik dringt een minuscuul naaldje in mijn vingertop. Meteen welt er een druppel bloed op, die door een apparaat wordt geanalyseerd. ‘Even zien of je ijzergehalte goed is,’ legt Jackie uit. Ondertussen wordt mijn arm in een opblaasbare mouw gewurmd: tijd voor de bloeddruktest. Als zowel het ijzergehalte in mijn bloed als mijn bloeddruk goed genoeg blijken te zijn om bloed te mogen geven, voelt het toch een beetje alsof ik een acht heb gehaald op een heel moeilijk tentamen. Ik blijf een streber.

Groentje
Nu is het tijd voor het echte werk. Jackie neemt me mee naar een ruimte waar heel veel mensen op een soort tandartsstoelen liggen: de mannen op de blauwe en de vrouwen op de rode. Ze liggen er compleet relaxed bij, lezend, kletsend of gewoon voor zich uit kijkend. Alsof er niet op dit exacte moment een naald in het kwetsbaarste stukje van hun arm steekt. Ik gluur opzij, waar nog een vrouw zit. Zij heeft een rode map. Schijnbaar krijgen alleen de mensen die voor het eerst komen een groene map. Als zij wordt gehaald, kruipt mijn hart omhoog in mijn keel. Een witgejaste collega van Jackie knikt me vriendelijk toe. ‘Je mag meekomen, hoor!’

Leid me af, leid me af!
Ik wil heel hard ‘NEEE!!’ gillen en wegrennen, maar dat zou best kinderachtig zijn. Bovendien heb ik mijn hele kennissenkring op de hoogte gesteld van mijn bezoekje aan de bloedbank, zodat ik niet op het laatste moment kon terugkrabbelen zonder enorm voor schut te staan. Houterig loop ik achter de vrouw aan. Eenmaal op de stoel wrijft ze een koud watje over mijn arm. ‘Even desinfecteren.’ Ik verstijf. Een band om mijn bovenarm, een stressballetje om in te knijpen… Ik haal adem door mijn neus en kijk met een paniekerig bonzend hart naar het plafond. Dat vlekje, daar ga ik me op concentreren. Dat ene vlekje daar, zodat ik niet aan de scherpe naald hoef te denken en aan hoe die mijn huid doorboort en mijn ader opensplijt en aan hoe het bloed door de opening wordt gezogen en…
‘Klaar,’ zegt de vrouw.
Verbaasd kijk ik naar mijn arm, waar ze een wit gaasje op drukt. Klaar? Nu al? Op het tafeltje naast me staan vier buisjes met bloed. Mijn bloed.

Als ik het durf, durft iedereen
Dus het is begonnen, mijn geschiedenis als bloeddonor. Ik, de grootste schijtluis van Noord-Nederland, heb bloed gegeven. En het stelde niets voor. O, en het is waar: ze hebben echt heel lekkere koekjes.

Wist je dat maar 2,5 procent van de Nederlanders bloeddonor is? Ik ga niet in mijn eentje iedereen van bloed voorzien, hoor! 😉 Word ook donor!

Foto: Ollie Crafoord