Botsing

Eigenlijk schrok ik meer van de reactie van vriendin J. dan van het geluid. Het klonk als het dichtvallen van een plastic vuilcontainer. Zij riep al dat ik moest stoppen met rijden, voordat ik doorhad dat er een hapering was in de beweging van mijn auto. Ineens kwam het besef. Dit was fout, goed fout. Ik parkeerde de auto terug in het parkeervak en begon met de mentale verwerking van wat me net was overkomen, wat inhield dat ik een aantal lelijke woorden achter elkaar zei.

Schaafwond
‘Shit,’ zei vriendin J. Haar krullen waren donkerder dan anders, nog nat van het uur baantjes zwemmen dat we erop hadden zitten. ‘Het kan meevallen,’ dacht ik, hopend dat ik mazzel zou hebben. Steunend op dat hoopvolle gevoel stapte ik uit. Eerst zag ik de schade bij de ander. Een vieze veeg op de bumper, als een schaafwond, met witte strepen. Dat wit kwam van onze auto. Ik draaide mijn hoofd naar onze bumper en zocht naar nieuwe lelijke woorden om te zeggen.

Parkeervak
Wat was er misgegaan? Ik kan heus wel autorijden. Het is mijn hobby niet, maar botsen tegen een stilstaand object was me nog niet overkomen. Halverwege het uitrijden van het parkeervak zat ik al tegen die andere wagen. Het was een flinke gezinswagen. De kont stak ver voorbij de achterbakken van andere auto’s. Ik ging bij de neus kijken en zag dat er flink wat ruimte over was. Deze persoon had niet de moeite genomen om keurig in het parkeervak te manoeuvreren.

Impulsreactie
‘Wat doen we nu?’ vroeg vriendin J. en mijn gedachten sprongen in het gelid. Doen wat je moet doen in zo’n situatie: adresgegevens opschrijven en dat achterlaten. Verzekeringswerk. Ik was tegen een stilstaand object gereden, dus ik zat fout. Dat was mijn impulsreactie, maar die gleed uit over de gedachte dat de kont van de andere auto wel erg buiten het parkeervak uitstak. De eigenaar van die auto vroeg er gewoon om. En bij nadere inspectie bleek er ook schade aan de bumper te zijn die ik niet had veroorzaakt: had hij zijn auto expres zo weggezet dat iemand er wel tegenaan moest rijden?

Bewakingscamera’s
Ik twijfelde wat te doen. ‘Er hangen camera’s,’ zei vriendin J. En dat gaf de doorslag. In mijn gedachten speelde het filmpje van de bewakingscamera’s af. Onze witte wagen, boem, daders die uitstappen om de schade op te nemen, dan instappen en wegrijden, allemaal in zwart wit. En dan terugspoelen en weer een stukje vooruit, totdat onze kentekenplaat optimaal in beeld is. Ik zocht papier en pen, schreef mijn mobiele nummer op en klemde het papiertje tussen het raam en de ruitenwasser van de gezinswagen.

Vrijbriefje
Met spons, autowasmiddel en wax heb ik onze bumper geboend totdat de krasjes en de deuk amper opvielen. Het herstellen van de schade laten wij achterwege. Maar de andere partij? Die heeft een vrijbriefje voor het laten overspuiten van hun bumper. Het is vijf dagen geleden en de bestuurder heeft nog steeds niet gebeld. Misschien bang dat ik hem aansprakelijk wil stellen vanwege de wijze waarop zijn auto stond geparkeerd? Of is het papiertje waarop ik mijn nummer schreef tussen het raam en de ruitenwisser uit gewaaid?

Zo lang de andere partij niet belt, weet ik het niet. Het blijft spannend en telkens als mijn telefoon overgaat klopt mijn hart weer net zo hard als het deed toen ik op die andere auto botste.

CC foto: Dennis Jarvis