Brood met spinnen

Ik zou het geen spinnenfobie noemen, eerder een ‘aan doodsangst grenzende, jeukende afkeer’. Je kunt je dus wel voorstellen dat ik bijna een rolberoerte kreeg toen ik laatst zo’n achtpotig monster op mijn boterham spotte.

Geheim spinnenhol
De grootste beef die ik met spinnen heb, is dat ik nooit weet waar ze vandaan komen. Zoals deze dikke vriend die vrolijk over mijn kaasbroodje heen paradeert: komt hij uit de muur? Zat hij in de broodzak? Of verstopte hij zich soms in mijn haar (gruwel)? Ik ben (een beetje zoals de papa-viking in How To Train Your Dragon) altijd op zoek naar het geheime hol waar alle spinnen van Nederland zich verschuilen.

Apathische piepdoos
Oog in oog met de spin op mijn brood kan ik alleen nog maar piepen, wijzen en met grote ogen om me heen kijken op zoek naar hulp. Lau staat erbij te lachen. Mijn zusje van elf was een paar jaar geleden nog als de dood voor spinnen, maar nu slaakt ze haar gepatenteerde prepuberale lachzuchtje. Met één wenkbrauw schamper opgetrokken vangt ze de spin in haar hand. Die probeert nog te vluchten door zich aan een dun draadje van mijn boterham af te bungeejumpen, maar hij is te laat. Zusje zet hem buiten, want ze is een dierenliefhebber.

KILL IT WITH FIRE!
Met mijn gezonde verstand kan ik er absoluut niet bij. Als ik een spin op de muur zie zitten, gaat mijn gedachtegang ongeveer zo: ‘Ach, ik ben veel groter, ik pak een doekje en dan veeg ik hem zo op – O NEE GETVER HIJ BEWEEGT O NEE IEHL IEHL IEHL HAAL HEM WEG!’ De manier waarop spinnen lopen komt op mij over zoals dat enge mens in The Grudge van de trap afkruipt: een kippenvel-inducerende stop-motion-dans met die griezelige, harige poten. Brr.

Schrapende pootjes
Ieder mens schijnt in zijn leven acht spinnen op te eten in zijn slaap. Nu is dat al een freaky weetje, maar het wordt nog een tikkeltje naarder als ik vertel dat ik een keer bewust een spin heb opgegeten. Ja, echt. Mijn ouders en ik woonden pas in een oude boerderij. De eerste ochtend werd ik het vroegst wakker. Ik besloot in de achtertuin van de zon te gaan genieten tot iedereen zijn ogen open had, dus duwde ik al gapend de achterdeur open en liep ik zonder te kijken naar buiten. Met mijn verwrongen geeuwgezicht liep ik recht in een spinnenweb. De dikke spin in het midden belandde in mijn mond. Daar schrok ik zo van, dat ik in een reflex slikte. Tot aan mijn sterfbed zal ik nóóit het gevoel vergeten van paniekerig schrapende spinnenpootjes die in mijn slokdarm verdwijnen.

Terug naar het broodje…
Je begrijpt dus wel dat ik de boterham ook ná spinverwijdering met bovengemiddende argwaan bekeek. Ik heb hem wel opgegeten, maar het was niet van harte.

Ben jij ook bang voor spinnen of juist helemaal niet?

Foto: larsjuh