De onbreekbare vrouw

“Hallo, ik ben Chantal en ik ben make-up-verslaafd.”

Jeugdpuistjes camoufleren
Het begon allemaal heel subtiel, met een enkel oogpotloodlijntje op mijn twaalfde en een beetje mascara op mijn dertiende. Daarna was het hek van de dam. Al mijn zak- en bijbaantjesgeld vloog er doorheen. Natuurlijk moest ik als puber de nodige jeugdpuistjes camoufleren. Dus naast de liters Clearasil (whaaaah, flashback!) moest er foundation ingeslagen worden, een camouflagestick en een matterende poeder. Wat nog slechts de basis was. Ik waande mezelf een make-up artist en experimenteerde erop los.

Less is more
De make-upverslaving verzwakte rond mijn zestiende. Alles moest meer ingetogen en naturel. Dat heb ik bijzonder lang ‘volgehouden’. Niet dat ik er minder ijdel op was geworden, maar mijn motto ‘less is more’ vierde hoogtij. Lange tijd kocht ik helemaal niets nieuws meer. De meeste producten vielen tegen na ze een paar keer gebruikt te hebben, was toch niet helemaal de juiste kleur, te fel of te glimmend. En ik ben kwijt-raak-koningin. Bovendien werd ik zuinig. Mijn haar liet ik knippen in een louche zaak op Rotterdam Zuid, mijn haarkleur kocht ik in de supermarkt en met gezicht-treatments had ik slechte ervaringen.

Spoiled for life
Tot ik vier jaar geleden een bepaalde schoonheidssalon binnenliep. Sceptisch liet ik mijn haar verven. Met verrassend goed resultaat. Nog steeds sceptisch onderging ik een gezichtsbehandeling, waar ik blijkbaar best wel aan toe was. De verwende tiener in mij werd langzaam wakker en voelde zich thuis. De rijen nagellakjes schitterden in mijn ogen en de fantastische opmaakhoek betoverde me. Sindsdien ben ik hooked. Grote bekentenis: ik laat me sindsdien vrijwel iedere maand in de watten leggen en koop veel te dure make-up. Opperbekentenis: het allermooiste is dat je niet eens kan zien dat ik wat op mijn huid heb gepoederd, maar mijn huid oogt wel super glad en egaal.

Wie ben ik?
Je kunt me overigens gemakkelijk herkennen zonder make-up. Nog steeds ga ik voor de less is more look, maar dat betekent dus niet dat ik geen make-up draag. Het lijkt alleen maar zo. Ik zal geen merken verklappen, maar Jane Iredale is geweldig spul. Bij vlagen durf ik tegenwoordig zomaar een lippenstiftje op te doen. Dat zijn zulke unicums, dat ik er meteen een foto van maak. Het voelt dan een beetje alsof ik een rol speel. De onbreekbare vrouw met de zwoele lippen. Net als vroeger de rol van puber zonder jeugdpuistjes. Dat ben ik niet. Ik was een puber met puistjes en ook nu ben ik zeker niet onbreekbaar.

Identiteit
Ik gebruik make-up meestal dan ook als toevoeging, niet om mijn hele identiteit te veranderen. Wat niet zegt dat anderen dat doen. Sommige mensen voelen zich eenmaal meer hunzelf met een laag op, al dan niet getatoeëerd. Je kunt niet bij iedereen in het hoofd kijken. En zeg nou zelf, soms is het juist wel lekker om de onbreekbare vrouw met de zwoele lippen te spelen. Uiteindelijk gaat het erom dat je goed in je vel zit en als dat beetje extra make-up helpt, waarom zou je er dan op bezuinigen? Wat de modepolitie ook zegt: ik draag wat ikzelf wil, in welke stemming dan ook en bij deze hoop ik dat anderen dat ook doen.

© Beeld: Chantal Straver