De wereld zonder “zepam”

Alsof de wereld niet scherp gesteld is; R. ziet de wereld vertroebeld door tranen, al vier dagen lang. Vier dagen en vijf uur, weet ze me te vertellen. Toen zette haar nieuwe huisarts haar op rantsoen. ‘Alles dat eindigt op “zepam” moet gaan!’, zei hij kordaat. En zo geschiedde; bérgen oxazepam en diazepam verdwenen in de kliko. Nu heeft ze, naar eigen zeggen, ‘nog maar een lullig beetje prozac over’.

R. is al haar hele leven manisch depressief, en door ‘iets met neuronen’ verslaafd aan omvangrijke batterijen pillen met moeilijke namen.
Ik ken R. overdréven vrolijk, pijnlijk hyper en downer dan down. Is de ene week alles ge-wél-dig, dan is de week erna alles grijs, grauw en vreselijk. Tijdens elke piek is er vrees voor het bijbehorende dal. Bij haar én bij mij.

Ze zit nu dus al vier dagen te huilen. Hartverscheurend, met véél geluid. Alles is eng, benauwend en afschuwelijk. Ik verander in een geforceerde clown met als doel haar één traanloze minuut te bezorgen. Tevergeefs.

‘Zo, gezellig om even bij je te zijn!’
‘Zometeen ga je weer weg. Ben ik weer alleen…’
‘Maar nu ben ik er toch? Ik heb je lievelingsbonbons bij me!’
‘Oh…’
‘Dit zíjn toch je lievelingsbonbons?’
‘Ja, dat wás zo toen ik nog mensen had om ze mee te delen’
‘Ik lust er wel ééntje hoor, wel twee zelfs!’
‘Eet ze allemaal maar op hoor.’
‘Wil jij niet dan? Je weet niet wat je mist!’
‘Nee. Echt niet. Ga anders maar naar huis, ik ben toch niet leuk…’
‘Natuurlijk niet, ik blijf hoor!’

En daar zitten we dan. Mijn initiatieven de grond ingeslagen, elk zonnestraaltje buitengesloten. Bij een ramp: ramen en gordijnen sluiten, zet radio of tv aan. Dat doe ik dan maar; samen kijken we tv. Door een waas van tranen.

Als ik naar huis fiets adem ik diep in. Ik ruik het gemaaide gras en de lavendelstruiken van de buurvrouw. De stralende zon doet mijn fietsbel oplichten, ik kan het niet laten om even te luisteren of hij het nog doet.
Mijn haren wapperen in de wind en ik wiebel even lekker met mijn tenen. Ik blaas tegen een paardenpluis en wens dat R. óók zo kan genieten, ooit. Zonder iets dat op “zepam” eindigt. Met, als het dan écht moet, niets anders dan een lullig beetje prozac.