De zin en onzin van het mondkapje

mondkapje

Over geen coronamaatregel is zo veel te doen als over ’t mondkapje. Heeft het nou wel of geen nut? En waarom hoeven wij ’m alleen op in het ov, terwijl je in andere landen niet zonder de deur uit mag?

Tekst: Iris Vandemoortele

Gezicht in de plooi

Geen mondkapjes. Of toch wel? En zo ja, waar dan? Wetenschappers waren er de afgelopen maanden druk mee – en nog steeds. Waar het RIVM in april nog stelde dat de basismaatregelen als handen wassen en afstand houden afdoende waren, raakte het instituut door recent onderzoek overtuigd van de toevoegde waarde van mondkapjes.

Vanaf vanavond geldt het dringend advies om een mondkapje te dragen in publieke ruimtes binnen de regio’s Amsterdam, Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden en Brabant-Zuidoost. Voor de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven geldt ook het kabinetsadvies om een mondkapje te dragen in winkels. Het is geen verplichting, maar winkeliers in deze regio’s mogen bezoekers weigeren die geen mondmasker dragen. Vooralsnog is het dragen van een mondkapje alleen verplicht in het openbaar vervoer, vliegtuigen en touringcars. En dat terwijl in veel andere landen mondkapjes wél verplicht zijn in alle openbare gebouwen of zelfs de openbare ruimte.

Het zekere voor het onzekere nemen, lijkt hier minder in zwang. Er moet eerst overtuigend bewijs zijn voor een maatregel. Die benadering maakt het niet altijd makkelijk, want zorgvuldige wetenschappelijke onderzoeken kosten tijd. Daardoor kan het gebeuren dat je eerst het één krijgt te horen van de overheid en een tijdje later het ander. Volgens Vicki Erasmus, gedragswetenschapper bij het Erasmus Medisch Centrum, voeren we hier een heel inhoudelijke discussie: ‘Wat zijn de risico’s, hoeveel zin hebben mondneusmaskers, hoeveel nadelen? Zo’n discussie past misschien ook wel bij Nederland. Maar juist die complexiteit maakt dat we als individu constant moeten afwegen of we wel of niet een mondneusmasker moeten dragen.’

Simpele boodschap

Die discussie wordt lang niet overal gevoerd. In de VS adviseerde het Centers for Disease Control and Prevention al in april om in het openbaar een mondkapje te dragen. Veel Amerikanen zijn inmiddels gewend aan winkelen en wandelen met face masks, óók de celebs. Bella Hadid gaat voor simpel zwart, Lizzo heeft een mondkapje dat bij haar bikini past en Jennifer Aniston moedigt met #wearadamnmask op Instagram anderen aan om ook een mondkapje te dragen. Er loopt zelfs een speciale campagne om het dragen van mondmaskers te promoten: Mask up America. Morgan Freeman vertelt in het bijbehorende filmpje dat een mondkapje dragen een kwestie is van respect voor anderen. Ik bescherm jou, jij beschermt mij.

Erasmus: ‘De koppeling van het dragen van een mondneusmasker aan respect voor een ander vind ik als gedragswetenschapper heel interessant. Respect voor medemensen is ingebakken, daar word je mee opgevoed. Dat is simpel. Je hoeft niet meer de afweging te maken of het zin heeft om een masker te dragen. Zo’n eenvoudige boodschap zet veel mensen aan tot het dragen van een mondneusmasker.’ Wat ook nog helpt, is dat Morgan Freeman zijn stem leent aan de campagne. Als hij het zegt, dan is het zo, want hij is god, in de film Bruce almighty in elk geval. ‘Het maakt zeker uit dat hij een rolmodel is, iemand die aanzien heeft en van wie je dus iets kunt aannemen,’ aldus Erasmus. Overigens is het niet zo dat de Amerikaanse manier superieur is. ‘De ene aanpak is niet per se beter dan de andere. De discussie die we hier voeren, past misschien ook wel bij Nederland.’

‘Het zekere voor het onzekere? Nee, we willen eerst overtuigend bewijs.’

De gedragswetenschapper stelt dat hoe simpeler een boodschap is, hoe groter de kans is dat mensen hun gedrag aanpassen. Maar wie weet vinden veel Nederlanders het prettig om geen gesimplificeerde hap voorgeschoteld te krijgen, door een Hollywoodster. Complexe boodschappen van de overheid of niet, intussen willen de meeste landgenoten best een mondkapje dragen. Volgens onderzoek van Hart van Nederland onder 4.500 Nederlanders vindt 78 procent het een goed idee om ze te verplichten in drukke winkelstraten en twee derde ziet het ook voor de supermarkten zitten. Natuurlijk zijn er ook mensen die er absoluut niet aan willen. Of het nu gaat om mondkapjes, het verplicht dragen van een autogordel of het rookverbod in de horeca, er is een kleine groep die zich verzet – ook een bekend gegeven uit de gedragspsychologie. Erasmus: ‘Je hebt altijd early adopters, de mensen die het snelst iets gaan doen. De meeste mensen hebben wat meer aansporing nodig. En dan is er een groep die ongeveer net zo groot is als de mensen die iets snel aannemen, die er echt niet aan wil. Of heel laat pas op gang komt.’

Kwestie van wennen

Toen er in Rotterdamse winkelstraten een tijdelijke mondkapjesplicht inging, werd er fel tegen gedemonstreerd. Fel, maar niet grootscheeps. Degenen die zich verzetten, maken doorgaans veel lawaai maar zijn niet met velen. Wie met het openbaar vervoer reist, ziet ook weleens types die niet aan een mondkapje willen. Ze voeren fikse discussies als ze worden aangesproken of laten hun kapje de hele reis aan één oor bungelen. Maar een trein of bus vol weigeraars? Nope. In de jaren na de verplichtstelling van de autogordels (1975) morden heel wat buurmannen en ooms ook dat ze niet lekker zaten. Die riemen sneden in hun vel en potverdorie, ze mochten toch zeker zelf wel weten of ze vast wilden zitten? Er deden ook wilde verhalen de ronde. Raakte je auto te water, dan kwam je onmogelijk nog los, bijvoorbeeld. Of: uit de auto geslingerd worden zou je kans op overleven van een ongeluk juist verhogen. Nu klikt bijna iedereen zichzelf zonder na te denken veilig vast. In 2010 had 97 procent van de automobilisten buiten de bebouwde kom een gordel om. Recentere cijfers zijn er voor Nederland niet, maar in België droeg in 2018 95,2 procent van de personen die voorin zaten een autogordel. Zoals het ging met de autogordels, zal op een gegeven moment ook het mondkapje gewoner worden.

Gedragswetenschapper Vicki Erasmus: ‘De eerste keren dat je in het ov een mondneusmasker moet dragen, is het vreemd of irritant. Maar het went. Iedereen die geregeld met het ov reist, heeft er inmiddels altijd wel een bij zich. Je hoeft er niet meer over na te denken. Als iets een gewoonte wordt, heb je het idee dat het bij je hoort. Het kan dan bijna ongemakkelijk voelen om iets niet te doen.’

‘In de VS stelt men nu dat je een mondkapje draagt uit respect voor anderen.’

Steeds schoner

Hoewel het hier nog nieuw is, is het in het oosten van Azië voor velen allang normaal om een mondkapje te dragen. Erasmus: ‘In Aziatische landen zijn mondneusmaskers veel geaccepteerder omdat er een andere historie is. Daar had men in 2003 al een heel spannende situatie met SARS. Mensen zijn zich ervan bewust dat er een onzichtbare ziekteverwekker kan zijn. Ook de handhygiëne is na die uitbraak sterk verbeterd.’ Het aan corona verwante SARS-virus was minder besmettelijk, maar heel wat dodelijker: 5 à 15 procent van de patiënten overleed. De motivatie om een mondkapje te dragen was dus hoog. In een aantal Aziatische landen is het inmiddels gewoon om er een op te zetten als je verkouden bent of hooikoorts hebt. Of het mondkapje hier net zo gangbaar zal worden, is de vraag. Als er redelijk vlot een vaccin komt, vergeten we ze misschien weer. Erasmus: ‘Als de wereld korte tijd op z’n kop staat, kun je daarna vrij snel terug naar je oude modus.’ Maar het zou kunnen dat mondkapjes hier, net als in Azië, deel blijven uitmaken van hygiënische maatregelen. Per slot van rekening zijn we in de loop van de tijd steeds schoner geworden. Vraag maar eens aan een bejaarde hoe het vroeger zat met tandhygiëne. Lang niet iedereen poetste z’n tanden en degenen die het wel deden, deden dat niet standaard twee keer per dag. Om over elke drie maanden een nieuwe borstel nog maar te zwijgen. Elke dag een schone onderbroek zat er voor velen ook niet in, net zomin als een dagelijkse douche. Je ging één keer per week in de wastobbe, met het hele gezin in hetzelfde badwater.

Dat we steeds hygiënischer worden is dus een feit, maar wereldwijd lopen we bepaald niet voorop met onze ‘schoonheid’. In 2015 werd in een enquête van Gallup aan Europeanen gevraagd of ze hun handen wasten na toiletbezoek. De helft van de Nederlanders gaf aan het na te laten en daarmee waren we het minst fris van iedereen. Van de Belgen wast 60 procent de handen, van de Britten driekwart en van de Turken 94 procent. Ook een onderzoek van Amsterdam UMC en De Telegraaf uit maart van dit jaar (het begin van de coronacrisis) stemt niet bepaald optimistisch. Twee derde van de ondervraagden waste de handen niet na hoesten of handen schudden. Werden er wel handen gewassen, dan waste twee derde ze niet lang genoeg (minder dan twintig seconden). Het is de laatste tijd niet opnieuw onderzocht, maar we mogen toch hopen dat het tegenwoordig anders is. Gelukkig zijn de medische professionals in ons land geen hekkensluiters op het gebied van hygiëne – daar bestaat wel research over. Erasmus: ‘Als je kijkt naar internationaal onderzoek naar maatregelen voor infectiepreventie, doet Nederland het vergelijkbaar met andere landen.’

Luid en duidelijk

Of de mondkapjesplicht nu wel of niet wordt uitgebreid, in het openbaar vervoer zullen de maskers het beeld voorlopig bepalen. En dat heeft impact op de manier waarop we met elkaar omgaan. Een flink deel van onze communicatie is immers non-verbaal en een grijns of pruillip gaat verloren achter een kapje. Psychologie magazine bekeek aan de hand van foto’s wat het effect van mondkapjes is op het herkennen van gevoelens. Vooral subtiele emoties bleken lastig waar te nemen. Zie van iemand met een kapje op maar eens een verontschuldigende glimlach op te vangen. Bij grotere gevoelens was het effect van het mondkapje kleiner. Of iemand boos is of blij, lees je nog steeds aan iemands gezicht. Zo doen bij een oprechte lach altijd de ogen mee. Dat heet in de wetenschap de Duchenne-lach; niet alleen gaan de mond- hoeken omhoog, ook knijp je je ogen een beetje samen. Vandaar de lachrimpeltjes. De smize (smile with your eyes) van Tyra Banks is dus niet alleen een lollige term, je kunt echt lachen met je ogen. Of beter: als je echt lacht, zie je dat aan je ogen. Lichaamstaalexpert Mark Bowden geeft in een YouTube-video aan dat we mensen ook moeilijker verstaan als we hun mond niet zien bewegen. ‘En als we niet genoeg informatie krijgen, is ons instinct niet optimistisch maar pessimistisch. Praten we dus met iemand met die een mondkapje draagt, dan interpreteren we wat we horen eerder negatief. Het kan zijn dat we elkaar verkeerd begrijpen; misschien moeten we onszelf wat vaker herhalen.’

‘Emoties zijn lastig waar te nemen als iemand een mondkapje draagt.’

Bowden wijst op nog een gevolg dat de coronacrisis heeft voor de manier waarop we met elkaar communiceren. ‘Ik heb gezien dat mensen minder oogcontact maken, zelfs met degenen met wie ze samenwonen. Het is een klassieke reactie op gevaar. Als we ons bedreigd voelen, verstoppen we ons. We doen net alsof we er niet zijn door niet te kijken naar wat er om ons heen gebeurt. Het nadeel is dat we minder connectie met en vertrouwen in anderen voelen.’ Een goede band met de mensen om ons heen is juist in deze tijd belangrijk. Bowden spoort ons daarom aan om beter en vaker oogcontact te maken. ‘Laat mensen weten dat je weet dat ze er zijn. En als het lukt: toon ze een beetje optimisme.’

Gelukkig is juist oogcontact met een mondkapje op nog steeds mogelijk. We mogen dan niet zichtbaar subtiel kunnen glimlachen, maar lachen met onze ogen – dat kan. Dus smize erop los. Of zoals het Gemeente Vervoer-bedrijf van Amsterdam stelt: draag een mondkapje, was je handen, houd afstand en… wees lief. Er mag het nodige onduidelijk zijn in Nederland, maar sommige boodschappen slaan de spijker op z’n kop.

Lees ook: Vergeetachtig, een kort lontje en sneller emotioneel: hoe herstellen we van de coronastress?

Dit artikel verscheen eerder in VIVA 39. Wist je dat je VIVA als losse editie kunt bestellen? Dat kan heel makkelijk, via onze magazine shop