Deze psychiater zegt dat winterdepressie mogelijk tussen de oren zit

winterdepressie

De wind die je bijna van je fiets blaast, regen die tegen je wangen kletst en bibberen van de kou. De winter is niet ieders favoriete seizoen. Veel mensen zeggen in de winter zich minder blij te voelen. Maar het hebben van een winterdepressie – dat trek deze psychiater in twijfel.

Van alle seizoenen wordt de winter het meest bestempeld als een deprimerende tijd. Het gebrek aan zonlicht zou zorgen voor een neerslachtig gevoel. In ziekenhuizen krijgen patiënten lichttherapie om depressie te behandelen. Wim Winthorst, een psychiater die promoveert op de vraag hoeveel invloed seizoenen op de stemming van mensen heeft, vertelt aan het AD dat een depressie niet per se ontstaat door een gebrek aan licht. 

Selectief geheugen

Winthorst onderzocht data van tweeduizend mensen en vond geen negatieve uitschieters in de winter. Kortom, welk seizoen het is, heeft geen directe invloed op ons humeur. Een depressie komt net zo goed in de zomer voor, maar we onthouden vaak de neerslachtige gevoelens in de winter. Winthorst: ‘Waarom ons geheugen zo selectief lijkt, kan ik helaas niet verklaren. Mogelijk dichten we de depressies al zo lang toe aan de winter, dat we het als een vaststaand gegeven zijn gaan zien.’

Lees ook: Zo kom je de donkere (werk)dagen door

Complexer

Hoe we ons voelen wordt door meer dan alleen het weer beïnvloed. Belangrijke pijlers in ons leven als werk, liefde en gezondheid zijn net zo goed van invloed op ons humeur. Om te bewijzen dat een winterdepressie per definítie niet bestaat is volgens Winthorst meer onderzoek nodig. 

Bron: AD | Beeld: iStock
Marjolein woont in de stad (Amsterdam) maar hunkert naar de natuur. En als ze een tijdje door de duinen heeft gestruind, verlangt ze weer naar de stad met z'n knallende energie. Ze vindt de menselijke psyche rete-interessant en schrijft daarom graag op Viva over waarom we de dingen doen die we doen, waar we naar verlangen en hoe die grijze massa van ons werkt. Want eigenlijk zijn we maar gekke (en daarom interessante!) wezens.