Een huilebalk

geen

Ik sta bekend als een enorme huilebalk. In de bioscoop, in de trein, op straat of gewoon thuis op de bank kan ik totaal onverwachts een potje enorm gaan zitten janken.

Huilen in stilte
Als de sluizen eenmaal open staan is er geen houden meer aan. Waar sommige mensen hun tranen nog gewoon in stilte over hun wangen laten rollen, maak ik er een hoop geluid bij. Het is een kabaal van jewelste. Hoe dat precies klinkt is moeilijk op te schrijven, maar ik denk ongeveer zo: weeeeehh. Tussen het snikken door mompel ik dan meestal iets als: maar (snik) dat (snik) is toch (neus ophalen) gewoon niet (snik) eerlijk.

De symptomen
Mijn omgeving weet al precies wanneer het zover is. Ik schijn namelijk voortekenen te vertonen. Eerst trek ik een verongelijkt gezicht alsof ik pijn heb, dan trekken mijn wenkbrauwen zich samen en krijg ik een pruilmondje. Als het pruilmondje in kwestie dan ook nog begint te trillen, weet de omgeving: nu gaat ze huilen. En dat doe ik dan ook.

Dramaqueen
Het vreemde is dat ik weinig huil als ik écht verdriet heb. Dan trek ik me terug in een hoekje en ga een beetje zitten kniezen. Ik huil vooral om zielig scènes in films (The Notebook heb ik tien keer gezien, alle tien de keren gehuild), babyvogeltjes die door hun broertjes het nest uit worden gesodemieterd en liefdesverhalen die niet goed aflopen.

Valse vogels
Een voorbeeldje: laatst keek ik naar de documentaire ‘Afrika’. Er waren twee kuikens van een of andere grote vogel. Het ene kuiken was sterk en groot, het andere kuikentje zwak en klein. Het grote kuiken verwondde met zijn enge snavel het zwakke kuikentje. Moedervogel greep niet in. Sterker nog, ze haalde alleen nog maar eten voor het grote kuiken, want het kleine hummeltje zou het toch niet overleven. Ik heb een uur lang gehuild en de moedervogel uitgescholden voor de meest nare benamingen die ik kon bedenken.

Huiler
Als het weer eens zover is, willen mijn vrienden en familie nog wel eens een arm om me heen slaan, me even op mijn schouder kloppen, zachtjes mijn haar aaien of troostende woorden zeggen als ‘maar Em, het is niet echt hoor!’. Ja, duh, denk ik dan. Dat weet ik ook wel, ik kan mezelf gewoon niet helpen. Ik ben nu eenmaal een huilebalk.

Bron foto: B.R.Q’s.