Evelien Cremers: ‘Na vijfentwintig jaar was ik klaar met een leven vol wanhoop’

emotionele mishandeling

Het gezin van Evelien leek de perfecte happy family. Maar achter gesloten deuren maakte haar moeder iedereen het leven zuur. Na jaren van emotionele mishandeling zag Evelien nog maar één optie: een contactverbod aanvragen.

Tekst: Evelien Cremers | Beeld: Stocksy

Dit contactverbod kwam niet uit de lucht vallen, het was het resultaat van de aangifte die ik 363 dagen ervoor had gedaan. Aangifte tegen je moeder, de vrouw die jou op de wereld heeft gezet. Wie doet nou zoiets? Ik dus. Wat moet je anders als de vrouw die jou het leven heeft gegeven, er vervolgens alles aan doet om jou datzelfde leven onmogelijk te maken? Na vijfentwintig jaar was ik klaar met een leven vol wanhoop. Ik wilde rust.’

Twee gezichten

‘Ruim zeventien jaar lang woonde ik met mijn moeder onder één dak. Voor de buitenwereld leken wij een gelukkig gezin: vader, moeder, grote zus, mooi huis, vaak op vakantie. Het enige wat ontbrak aan dit uithangbord van een happy family, was een golden retriever. Schoolvriendinnen zeiden vaak: ‘Jouw ouders zijn nog bij elkaar, ik ben zó jaloers.’ Wisten zij veel wat zich binnen de muren van ons huis afspeelde. Dat mijn moeder last had van extreme stemmingswisselingen. ’s Ochtends als ik naar school ging, kon ik haar achterlaten als overdreven lieve, zorgzame moeder, maar ’s middags was het altijd weer afwachten wie ik aantrof. Was ze nog steeds vrolijk? Of was dat grote huis ineens te klein omdat ze bijvoorbeeld een woordenwisseling met mijn vader had gehad, wat resulteerde in een woedeaanval? Mijn jeugd bestond vooral uit op eieren lopen. Proberen zo min mogelijk op te vallen, eigenlijk zo min mogelijk kind te zijn, om ervoor te zorgen dat ik geen reden kon zijn van haar uitbarstingen. Ik kan tal van voorbeelden geven over hoe ze mij steeds verder van zich verwijderd heeft, maar ik beperk me tot twee gebeurtenissen. Groep acht. Ik ging op werkweek. Voor het eerst was ik zo lang van huis. Van mijn zakgeld kocht ik een knuffelbeer, zodat mijn moeder iets te knuffelen had als ik er niet was. De avond voor vertrek was mijn moeder boos. Ze trok de kop van de beer en gooide hem in de container. Kort daarop lag ook de beker voor mijn vader, met een foto van zijn hoofd erop, op de keukenvloer in stukken. Net als mijn hart op dat moment. Gebeurtenis nummer twee: ik had mijn jas al aan en mijn tas vol schoolboeken over mijn rug geslagen, toen mijn telefoon ging. ‘Mijn deur is voor jou gesloten. En mijn hart ook,’ klonk het. Enkele minuten later ontving ik de boodschap ook per mail. Na het lezen van de tekst fietste ik naar school. Eindexamenjaar, ik kon niet wegblijven.’

Hatelijke berichten

‘Laatstgenoemde gebeurtenis vond plaats toen ik net achttien was, een half jaar nadat mijn ouders eindelijk waren gescheiden – eerder uit elkaar gaan was voor mijn vader geen optie, want stel je voor dat mijn  moeder de volledige voogdij zou krijgen? Ik bleef bij mijn vader wonen, mijn moeder zag ik daarna nog twee keer. Ik hoopte dat we – nu we niet meer met elkaar onder één dak woonden – misschien een band konden opbouwen. Het liefst wilde ik al die jaren van emotionele beschadiging achter me laten en vooruitkijken. Mét haar. Ik had slechts één regel: ik wilde geen woord over mijn vader horen. Beide keren ‘overtrad’ ze die regel, en na de tweede keer ontving ik haar huis­en­harttelefoontje. Mooi, eindelijk verlost van haar grillen en tijd om mijn emoties te verwerken. Maar hoe verwerk je emoties die je altijd hebt weggestopt? Met mijn vader heb ik gelukkig een goede band, maar praten over onze gevoelens was er niet bij. Wij hadden genoeg aan één blik om elkaar te snappen. Om te weten dat de situatie voor niemand leuk was, en om ons daarom maar vooral te focussen op dingen die wél leuk waren: fietstochtjes, naar de markt, op de thee bij oma. Pas rond mijn vijftiende nam ik mijn beste vriendin op de middelbare school in vertrouwen, maar ik beperkte het verhaal tot de grote lijnen. Veel makkelijker was het om alle negatieve emoties te negeren en een masker op te zetten. Dat masker kon ik na achttien jaar voorgoed laten vallen, dacht ik. Helaas was mijn moeders telefoontje niet zo definitief als het overkwam. Haar deur en hart gingen dan misschien op slot, maar ergens was er toch nog een kier waardoor flink wat vuil naar buiten kwam in de vorm van telefoontjes, sms’jes en e­mails. In het ene bericht was ik haar lieve, kleine Evelientje die ze zo miste, in het volgende bericht was ik weer een slechte dochter van wie ze wenste dat ze nooit geboren was. Elk bericht had in het begin hetzelfde effect: intens veel woede en verdriet. Dagen kon ik van slag zijn. Dan sloot ik mezelf op in mijn appartement en ging onder de dekens liggen, waarna mijn dagprogramma bestond uit slapen, huilen en nul contact met de buitenwereld.’

Dit interview is afkomstig uit VIVA 51-52-2018. Deze editie ligt t/m 1 januari in de winkel of kun je online lezen via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «