Gaydar

‘Is hij homo?’, vraagt een vriend van me nadat hij me verteld heeft dat een kennis van hem in een sauna knus is geweest met een homo.

Twijfelgeval
De gaydar vind ik een prachtig fenomeen. Een van mijn beste vrienden valt op mannen, en het is knap om te zien hoe hij in de kroeg uit een publiek van mannen de homo’s er feilloos uit weet te pikken. Dat klinkt ongeveer zo: ‘Nee, die niet. Die ook niet. Die zeker wel, maar die vind ik niet leuk. Die ook niet. Die weet het zelf nog niet. Die niet. En dat is een twijfelgevalletje’. Zijn gaydar laat hem nooit in de steek. De enige keer dat hij een fout maakt, is omdat hij te graag wil dat die persoon gay is. Zelfs als staat de man innig met de vrouw aan het knuffelen is, roept mijn vriend nog: ‘het is gewoon zijn zus!’

Beter
Vrouwen schijnen – op homo’s na dan – de beste gaydar te hebben. Ik vraag me af hoe dat komt. Is het vrouwelijke intuïtie, kijken we beter naar het gedrag van iemand, zijn het misschien de vrouwelijke trekjes die we herkennen –maar niet iedere homo heeft vrouwelijke trekjes- of zijn we gewoon beter in het lezen van mensen dan mannen?

De metroman
Heteromannen zijn er doorgaans niet goed in. Die noemen iemand die zijn oksels scheert, een te strakke broek aan heeft, een roze blouse draagt of geëpileerde wenkbrauwen heeft al een homo, terwijl wij vrouwen dan zouden gaan voor de term: metroman. Heteromannen zien geen verschil tussen homo’s en metromannen, tenzij ze zelf tot de laatst genoemde categorie behoren. David Beckham, Thomas Berge, Jan Smit en zelfs Winston Gerschtanowitz zouden allemaal gay zijn, als ik een groep heteromannen – wiens namen ik maar niet zal noemen – zou moeten geloven. En hoewel ik het er van één zeker geloven zou, geloof ik niet dat ze gelijk hebben.

Bron foto: [nivs]