Haar

Ik ben 26, dus ik loop tegen de 30. Ik word oud en ik vrees de toekomst. Niet vanwege rimpels of vetschorten. Een van de meest weerzinwekkende toekomstbeelden voor mij is haar.

Overbodig haar. Jarenlange evolutie heeft voor lichte tot geen haargroei op armen, rug en bovenbenen gezorgd zodat we niet als orang-oetans door het leven hoeven, maar om een onverklaarbare reden moeten we nog steeds haren van buik, tepels en kin epileren.

Heksenharen. Hardnekkige dikke haartjes die uit het niks opeens uit je nek groeien. Of op een schouder. Om ons er aan te herinneren dat we ooit echt wel aapjes waren. Zouden de tegenstanders van de evolutietheorie dit niet hebben? Groeit bij hen sporadisch een blaadje klimop uit de venusheuvel? Ligt er bij hen in de douche geen glitterende Venus maar een snoeischaar van de Intratuin?

Ik vind het nu al een tour de force. Met benen in mijn nek die ellendige haren weghalen van benen en kruis (zie mijn blog). Met mijn neus in m’n schouder de okselharen verwijderen. Uitgezakt op de bank de ‘treasure trail’ epileren. Snor scheren. Wenkbrauwen plukken, heksenharen spotten en ja, zelfs tepels moeten er eens in de zoveel tijd aan geloven. Als ik het zo opschrijf, hoop ik dat mijn vriend dit blogje niet leest, want het is weinig charmant.

Zodra we ouder worden, wordt het enkel erger. Mannen krijgen oorhaar, vrouwen krijgen haar op hun kin. Ik heb vaak genoeg in de 637 winkels waar ik heb gewerkt een toverkol aan de balie gehad met baardharen tot op de uitgezakte boezem, die minzaam haar snor tussen haar vingers krulde terwijl ik de artikelen in een tasje deed. Het is een schrikbeeld, die haren waar niet meer tegenop te epileren, waxen en scheren valt.

Rimpels kan ik me niet zorgen om maken. Dik en uitgezakt worden kan ik nog voorkomen. Maar die haren! Ik verwacht dat ik na mijn veertigste een fortuin ga uitgeven aan peperdure laserbehandelingen, om maar niet als de ‘bearded lady’ op een kermis te hoeven staan. Dan maar geen vakantiehuisje in de Provence. Gracieus oud worden met een kalkoennnek is één ding, als er maar geen haar op groeit.

Foto: Faye Cliné