Het jaar voordat ik doodga deel #2: ‘Ik kan nu zonder geweld uit het leven stappen. Dat geeft rust’

zelfdoding

In een vijfdelige serie beschrijft journalist Lydia van der Weide het verhaal van Inge. Zij worstelt met een onmogelijke tweestrijd: leven of dood? Vandaag deel twee.

Als kind dacht Inge (43) al elke avond: als ik niet meer wakker word, dan is dat ook goed. Vorig jaar besloot ze een einde aan haar 
leven te maken. Dat mislukte. Daarom gaf ze zichzelf nog één jaar. 
Om nog één keer te kijken of alles beter zou kunnen worden.

Gisteren vertelde Inge over de slechte band met haar moeder, haar probleem om zich staande te houden tijdens haar studie en werk en het gevoel overal buiten te staan. Twintig 
jaar lang zocht ze steeds opnieuw hulp, maar niets werkte. Toen ze voor de 
zoveelste keer werkloos op de bank belandde, besloot ze: het is genoeg. Ik wil niet meer leren om te leven.

“Ik wil dood. Het is klaar, ik wil niet meer en ik wil niet méér. Deze zinnen herhaalden zich in het najaar van 2015 in mijn hoofd. Het was alsof de lucht opentrok en ik eindelijk vrij kon ademen. Een paar weken later drukte ik op de bel bij Joke 
Hogenhout, een van de weinige begeleiders in Nederland bij wie je je doodswens kunt bespreken. In de reguliere GGZ stikt het van de regels en protocollen en zijn hulpverleners verplicht om meteen aan de bel trekken als je daarover praat. Ik had 
behoefte om eindelijk eens met iemand te praten die er níet op gericht was om mij per se de dood uit het hoofd te praten. Die me mogelijk zelfs handvatten zou kunnen bieden over hoe ik op een humane manier mijn leven kon beëindigen. Nerveus zat ik even later tegenover Joke in de stoel. Mijn hart bonkte haast uit mijn borstkas. Het voelde alsof ik examen moest doen.”

Niet voor de trein

“Ik zat hier niet in een opwelling, allesbehalve. Mijn gedachten aan zelfdoding had ik onderzocht, afgewogen en bekeken. Vanaf het eerste moment dat het in me opkwam, had ik niet meer getwijfeld. Ik was echt klaar met leven. Maar ik wilde mezelf geen geweld aandoen. Niet mijn polsen doorsnijden, niet voor een trein springen of van een flat. Dat verdien ik niet. Ook anderen verdienen dat niet. Niet de machinist die met een trauma verder zou moeten. Niet de mensen die mij zouden vinden. En niet mijn familie die geen afscheid meer zou kunnen nemen.

Op internet zocht ik naar humane methodes om het te doen. Zo kwam ik bij levenseindecounselor Joke. Over mijn wens 
praten met mijn huisarts zag ik absoluut niet zitten. Ik wist dat hij alleen maar zou proberen me op andere gedachten te brengen. Of me gedwongen zou laten opnemen. Als je een gevaar voor jezelf wordt, moet je immers tegen jezelf beschermd 
worden. Ook de Levenseindekliniek was voor mij geen optie. Een verzoek tot euthanasie zou ongetwijfeld afgewezen worden, dacht ik; niemand zou onderschrijven dat ik ‘ondraaglijk’ leed. Bovendien wilde ik helemaal niet dat een ander zou bepalen hoe zwaar ik het had en ik wilde me ook niet verdedigen. Joke keek me vriendelijk aan, met een open blik. Ik begon voorzichtig te praten. Ze onderbrak me niet, maar luisterde. Voor het eerst, voor de allereerste keer in mijn leven werden mijn woorden niet afgekapt. Werd er niet gezegd: ja, maar je kunt 
dit nog doen en dat nog doen, als je nu toch eens zus, en heb je weleens gedacht aan…? We spraken urenlang. Ze zei: ‘Ik snap je, het is heel duidelijk.’ Toen ik de deur bij haar uit ging, zweefde ik van opluchting. Wat een bevrijding om mijn gevoelens te kunnen bespreken! 
En ik had informatie over wat ik kon doen. Ik wist nu in welke richting ik kon zoeken.”

Rust op bestelling

“Tien dagen heb ik alles laten bezinken. Het is ook zo’n groot iets. Om een einde aan je leven te maken én om iets te doen wat hartstikke illegaal is. Moet je net mij hebben. Altijd even braaf en keurig, nog nooit had ik buiten de lijntjes gekleurd. Na die tien dagen ging ik zitten. Ik zette mijn computer aan. Terwijl hij zoemend opstartte, bonkte mijn hart sneller dan ooit. Met trillende handen klikte ik van pagina naar pagina, totdat ik vond wat ik zocht. Uiteindelijk, terwijl ik heel diep ademhaalde, drukte ik op ‘send’.

Ik had zojuist iets gedaan wat me op een zware gevangenisstraf kon komen te staan. Ik, die nog nooit een pakje kauwgom uit de supermarkt had gestolen, had in het buitenland een dodelijk middel besteld om op een humane manier voor mijn eigen rust te zorgen. Op dat moment was die rust nog ver te zoeken. Stel dat mijn pakketje onderschept zou worden? Dat gebeurde heel soms, wist ik van Joke, dan kwam het niet aan. Eén keer had 
iemand een waarschuwingsbrief gekregen. Verdere gevolgen waren niet bekend, nóg niet.

Op een regenachtige ochtend belde er een koerier aan. Ik moest tekenen. Hij overhandigde me een doosje, draaide zich om en liep weg. Alsof er niets gebeurd was. Alsof mijn wereld met deze bezorging níet honderdtachtig graden gekanteld was. Zonder het uit te pakken, legde ik het boven in een kast. Want ik was er nog niet. Ik moest ook in Nederland nog iets regelen.”

De skippybal en het zwembad

“Wat dat was en hoe ik dat deed, zou ik graag met je delen. Maar misschien is het beter van niet. Mensen zouden kunnen denken dat ik je daarmee aanzet om het óók te doen. Dat wordt immers vaak gezegd: praten over zelfdoding zou zelfdoding stimuleren. Ik geloof daar niets van. Als je geen allesoverheersende wens hebt om er niet meer te zijn, denk je bij mijn verhaal heus niet opeens: weet je, ik doe eens gek, ik ga dit ook doen. 
De meeste mensen zijn gezegend met een enorme levenslust. Wat ze ook overkomt, ze willen dóór. Ik ben ervan overtuigd 
dat het mensen die deze levenslust niet hebben – of die in een pikzwarte periode zitten waarbij ze, terecht of onterecht, twijfelen of het nog goed zal komen – juist helpt om het onderwerp zelfdoding te kunnen bespreken.

Je kent ongetwijfeld het verhaal van die skippybal in het 
zwembad? Dat hoe hard je die ook onder water duwt, hij 
altijd weer komt bovendrijven? Zo is het ook met gedachten 
aan zelfdoding. Ik denk dat het wegdrukken ervan juist voor wanhopige en impulsieve acties zorgt, met mogelijk verschrikkelijke gevolgen.

Mijn beslissing en ook mijn uiteindelijke daad waren allesbehalve impulsief. Er waren tientallen momenten dat ik bewust een pas vooruit moest. Dit dodelijke middel bestellen, daarop wachten, zus regelen, zo organiseren, Joke nog eens spreken 
om mijn gedachten tegen haar aan te houden. Als ik het niet echt, écht had gewild, niet honderd procent zeker was geweest, had ik het niet gedaan. Dan was er iets gebeurd wat me hoop had gegeven. Dat mij liet denken: ik doe het toch niet.”

Zo opgelucht

“Maar er was geen twijfel. En op het moment dat ik ook in 
Nederland was geslaagd, was ik zó opgelucht. Terwijl ik over straat liep, raasde de blijdschap door me heen. Ik wist dat het 
nu kon, dat niets me nog in de weg stond. Dat ik zonder pijn en moeite en zonder mezelf geweld aan te doen, uit het leven kon stappen. Dat bracht zo’n rust. Mijn hele leven had ik sluimerend naar de dood verlangd, maar ik had die wens nooit serieus 
genomen. Ik had altijd gevochten, met alles wat ik had. Ik had zo veel therapieën gevolgd, zo vaak tegenover hulpverleners 
gezeten. En dat was goed geweest. Maar nu was dít goed. 
Helemaal, honderd procent. Ik was niet langer overgeleverd 
aan het leven; het leven was aan mij overgeleverd. Ik wilde dood en ik kon dood.”

Praten?

Inges verhaal kan veel losmaken. Wil je over je gevoelens praten? Bel Sensoor (0900-0767) voor een luisterend oor. Je kunt ook kijken 
op 113.nl, de site van de landelijke stichting 113 Zelfmoordpreventie, of bel ze op 0900-0113 (24/7 bereikbaar).

Deze organisaties begeleiden mensen met een serieuze, langdurige doodswens en verstrekken desgewenst informatie over zorgvuldige, humane zelfdoding:

• Het adviescentrum van de NVVE, nvve.nl
• Stichting De Einder, deeinder.nl
• Stichting LevenseindeCounseling,
levenseindecounseling.com

Hulp bij zelfdoding is strafbaar. Het verstrekken van informatie over hoe het op een humane manier aan te pakken níét.

Lees woensdag het derde deel van Inge’s verhaal op VIVA.nl.

Lees ook: 

Het jaar voordat ik doodga deel #1: ‘Dit gevoel verandert niet, 
wat ik ook doe en welke hulp ik ook zoek’

Productie Lydia van der Weide m.m.v.  Carolien van Eerde, Coördinator Adviescentrum NVVE