Is de body mass index (BMI) een minder goede graadmeter dan gedacht?

body mass index

Het meten van de Body Mass Index (BMI) gold lang als de perfecte maatstaf voor de mate van gezondheid. Toch klinkt het tegengeluid steeds harder: is de BMI wel betrouwbaar?

Decennia lang hebben officiële richtlijnen bepaald dat dé manier om erachter te komen of je een gezond gewicht hebt, is door je body mass index (BMI) te meten. De berekening houdt rekening met je lengte en gewicht, en vertelt vervolgens of je ondergewicht, een gezond gewicht, overgewicht of obesitas hebt.

Maar steeds meer onderzoekers en gezondheidsexperts zeggen dat BMI niet de perfecte maatstaf voor gezondheid is, zoals we ooit dachten. Vorig jaar concludeerde een studie van UCLA dat tientallen miljoenen mensen met BMI-scores met overgewicht en obesitas in feite perfect gezond waren. Maar ze ontdekten ook dat 30 procent van de mensen met ‘gezonde’ BMI’s helemaal niet gezond waren op basis van hun andere gezondheidsgegevens.

Er zijn talloze redenen waarom BMI onbetrouwbaar is:

De formule was bedacht voor het meten van grote groepen, niet voor individuele gezondheid

Het is vrij simpel om je BMI te berekenen: je deelt je gewicht door je lengte in het kwadraat. Weeg je 88 kilogram bij een lengte van 1,77 meter dan is de formule als volgt: 88: (1,77x 1,77) =28,1. Een BMI tussen 18,5 en 24,9 wordt als gezond beschouwd.

Dus wat is de wetenschappelijke redenering achter de formule? Blijkbaar is er geen. De Belgische wiskundige die de vergelijking bijna 200 jaar geleden bedacht – Adolphe Quetelet – had niet alleen geen enkele medische achtergrond, maar hij creëerde de formule ook bijna uit het niets. Hij was vooral bekend om zijn sociologische werk dat gericht was op het identificeren van de kenmerken van de gemiddelde man. Quetelet probeerde de regering een snelle en gemakkelijke manier te geven om zwaarlijvigheid van de algemene bevolking te meten.

Lees ook: De vier grootste voedingsmythes die diëtisten vaak te horen krijgen

De benaming ‘body mass index’ voor de verhouding van menselijk lichaamsgewicht tot vierkante lengte werd bedacht in 1972 door fysioloog Ancel Keys. De interesse in een index die lichaamsvet meet, kwam met de toenemende obesitas in welvarende westerse samenlevingen. Keys oordeelde expliciet dat BMI geschikt was voor populatieonderzoeken en NIET geschikt was voor individuele evaluatie. De BMI-formule was nooit bedoeld als een maat voor individueel lichaamsvet, lichaamsbouw of gezondheid. Desondanks wordt het, vanwege zijn eenvoud, op grote schaal gebruikt voor voorlopige diagnoses.

Er wordt geen rekening gehouden met gespierde mensen

BMI houdt geen rekening met de hoeveelheid spiermassa die je hebt. Zo zijn basketbal ster LeBron James en acteur Sylvester Stallone ook te zwaar volgens de BMI-formule. Ik weet niet of je LeBron ooit hebt gezien, maar daar is niets mis mee 😉. Doe je veel aan sport of krachttraining? Dan mag je een te hoog BMI met een korreltje zout nemen.

body mass index
LeBron James is te zwaar volgens BMI standaarden.

Volgens sommige onderzoeken is overgewicht gezonder dan een normaal gewicht

De wetenschap volgt decennia lang grote groepen mensen om te kijken welke factoren mogelijk invloed hebben op het krijgen en genezen van ziektes. Onderzoek geeft aan dat de optimale BMI van overleving 20-25 is. Op lange termijn neemt de sterftekans lichtjes toe bij een BMI onder 20 (dit terwijl een BMI van 18,5 als gezond wordt beschouwd). De sterftekans bij een BMI onder 20 is zelfs groter dan bij licht overgewicht (BMI tussen 25 en 27,5). Dan heb je ook nog de obesitas paradox, onderzoeken waarin naar voren kwam dat mensen met zwaar overgewicht een hogere overlevingskans hebben bij operaties en hart-en-vaatziekten dan mensen met een gezond gewicht. Hè, overgewicht is toch slecht? De vraag is hoe betrouwbaar deze onderzoeken zijn. Recente studies hebben aangetoond dat het meten van de tailleomvang een nauwkeurigere indicator is voor obesitas dan BMI.

Vetverdeling is belangrijker

Voor eventuele gezondheidsrisico’s is het belangrijk om te meten waar je precies wat meer lichaamsvet hebt. Buikvet heeft een ongunstiger effect op organen zoals het hart, de lever en de nieren dan het vet rond de heupen en billen, in termen van cardiometabool risico. Vet op de heupen is minder erg en sommige gevallen zelfs gezond. Een nieuwe studie geeft aan dat mensen met dikke dijen gemiddeld een lagere bloeddruk hebben dan mensen met een lager vetpercentage in de benen.

Niet geschikt voor vele doelgroepen

Omdat BMI passend is voor de gemiddelde mens, is de formule niet betrouwbaar wanneer je kleiner of langer bent dan gemiddeld. Kleine mensen krijgen vaak te horen dat ze dunner zijn dan ze in werkelijkheid zijn en lange mensen zullen worden geïnformeerd dat ze dikker zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Dit kan kleinere mensen de valse hoop geven dat ze gezond zijn en langere mensen onnodig het idee geven dat ze te zwaar zijn. Ook wanneer je zwanger, minderjarig of van Aziatische of Afrikaanse afkomst bent is BMI niet betrouwbaar.
Wil je meten of je een gezond gewicht hebt dan kun je het beste kijken naar je middelomtrek en vetpercentage. Laat de BMI voor wat het is, een zeer simpele formule.

Over diëtiste Desiré

Desiré van der Kruk (24) is na het behalen van haar bachelor Voeding en Diëtetiek een online diëtistenpraktijk begonnen. Op www.jouwfoodplan.nl geeft ze diverse voedingstips en kan je terecht voor online dieetconsulten en voedingsschema’s op maat. Daarnaast schrijft ze graag artikelen over voeding en gezondheid, zoals voor VIVA. Guilty pleasures van deze diëtist zijn nacho’s en Ben en Jerry’s.

Desiré gaf eerder ook antwoord op de vraag: kan te weinig slaap extra kilo’s veroorzaken?