Jeska: ‘Als ik een dik iemand zie, roep ik: ‘Eet wat minder, vetklep!”

haat dikke mensen

Jeska (34) houdt niet van dikke mensen. Sterker nog: ze vindt ze onsmakelijk, ongedisciplineerd en niet om aan te zien. En dat laat ze merken ook.

Tekst Charlotte van Drimmelen

‘Vorig jaar zomer liep ik met een vriendin in de supermarkt. Vanuit mijn ooghoek zag ik een stel lopen. Zij was oké, maar haar vriend had een kolossale buik die van onderen werd blootgelegd door een te kort shirt. Hij had drie onderkinnen en de binnenkanten van zijn dikke dijbenen schuurden langs elkaar. Samen met zijn vriendin stouwde hij hun winkelwagentje vol met vette troep. Op een rode paprika na was alles in hun karretje ongezond. Zijn nek was bezweet, waardoor zijn haar vies aan zijn huid bleef plakken. De achterkant van zijn shirt was nat en toen hij bukte, zag ik een onderrug vol pukkels tevoorschijn komen. Ik probeerde mijn kokhalsneigingen de baas te blijven, maar dat ging nauwelijks. Toen ik hem passeerde en de penetrante zweetlucht rook, voelde ik woede opkomen: waarom laat zo’n jongen, in de bloei van zijn leven, het nou zo ver komen?!’

Hommeles in de 
supermarkt

‘Het noodlot wilde dat het koppel achter ons stond bij de kassa. Ik probeerde me 
te focussen op de verhalen van mijn vriendin, maar omdat ik wist dat die dikzak achter me stond, kon ik me 
niet concentreren. Ik keek hoe de jongen nietsvermoedend zijn boodschappen op de band legde. Mijn vriendin kent mijn irritatie. Ze siste in mijn oor dat ik me moest gedragen, maar helaas mislukte dat: op het moment dat hij een pak slagroomijs en twee zakken Chokotoffs uit het karretje pakte, knapte er iets in mij: ‘Nooit geleerd dat je dik wordt van ijsjes en snoep?’ Hij keek me verschrikt aan en begon te blozen. Zijn ‘vriendin’ kwam voor hem op en zei: ‘Sorry?! Wie denk jij dat je bent om zo tegen mijn broer tekeer te gaan? Vind je dat normaal?’ Ik hield mijn poot stijf: ‘Ik heb gewoon geen zin om tegen die dikke broer van jou aan te moeten kijken. Volgens mij kan hij best wat minder eten. Niet?’ Mijn vriendin verontschuldigde zich: ‘Excuses, let maar niet op haar. Mijn vriendin heeft haar dag niet.’ Maar het zusje van de dikke jongen was woest en gaf me een duw: ‘Ik eis dat je mijn broer in zijn waarde laat. Hij slikt medicijnen waar hij van aankomt. Je lijkt wel niet goed bij je hoofd!’ Ik duwde haar hard terug. Mijn vriendin pakte me beet en zei dat ik rustig moest doen. Het duurde ongeveer een minuut voordat ik mijn razernij kwijtraakte en weer ‘op aarde landde’. Mijn lichaam trilde van 
de adrenaline. Ik zag nog net hoe broer en zus de winkel uit liepen; zij met een troostende arm om hem heen. Ooggetuigen keken me boos aan en 
ik begon te huilen, uit schaamte.
Het komt niet vaak voor dat situaties zo uit de hand lopen. Maar het feit dat het gebeurt, vind ik afschuwelijk. Achteraf realiseer ik me vaak pas hoeveel pijn ik iemand doe. Het is een jaar geleden dat dit gebeurde, maar ik zie het gezicht van die dikke jongen nog helder voor me. Hij had al die tijd niets kunnen uitbrengen en stond er verloren bij. Wat moet hij zich ongelooflijk rot en klein gevoeld hebben.’

Omdat zij zich niet kunnen inhouden, moet ik tegen hun speknekken aankijken

Doe er wat aan!

‘Ik heb zelf ervaren hoe het voelt om te zwaar te zijn. In de derde klas van het vwo veranderde ik van een slanke den in een mollige puber. Samen met mijn vrienden liep ik tijdens elk tussenuur naar het winkelcentrum om een grote zak Nibbits te kopen. Ik kreeg vetophopingen op mijn buik en billen. Eén keer, tijdens de les Engels, gebeurde 
er iets wat ik nooit ben vergeten. Een jongen uit mijn klas, op wie ik heimelijk verliefd was, riep heel hard dat de knoop van mijn broek openstond. Iedereen barstte in lachen uit. Ik wilde ’m dichtknopen, maar dat ging niet. Mijn buik zat in de weg. Toen ik extra kracht zette, scheurde mijn broek van achteren open. Ook mijn vriendinnen vielen 
van hun stoel van het lachen. Ik ging door de grond, maar deed alsof ik het 
ook grappig vond. Vanaf die dag werd 
ik streng voor mezelf. Ik wist dat het mijn eigen schuld was en die acht kilo’s te veel waren er in no time af. Gelukkig wist 
ik dondersgoed dat ik niet moest overdrijven met lijnen, waardoor een eetstoornis me bespaard is gebleven. 
Ik werd vanaf dat moment niet alleen streng voor mezelf, maar ook voor anderen. Als mijn moeder twijfelde of 
ze nog een stukje taart zou nemen, raadde ik haar dat steevast af. Zo begon ik me ook met anderen te bemoeien 
en ontwikkelde ik een afkeer tegen vet.

De kans dat ik dikke mensen met friet tref, is groot. Dus shop ik niet op zaterdag

Bovenarmen zo dik als mijn bovenbenen, behabandjes die in vrouwelijk rugvet snijden, rolletjes die boven een broek uitkomen: ik zou willen dat het anders was, maar ik word er onpasselijk van. Overgewicht gaat vaak samen met een vette huid, puisten, zweetplekken en stank. Met name die bijkomstigheden maken me misselijk. Naast het uiterlijk heb ik moeite met de onverschillige houding van zwaarlijvige mensen. Het lijkt alsof elke vorm van discipline bij hen ontbreekt. Door hun gebrek aan zelfbeheersing ben ik genoodzaakt om tegen hun speknekken aan te kijken. 
En in negen van de tien gevallen zijn 
ze aan het hijgen, puffen of steunen. 
In de lente beginnen ze al te klagen dat het te ‘warm’ is. Als ik zie dat iemand moeizaam vooruitkomt vanwege zijn overgewicht, denk ik: kom op joh, doe er wat aan! In de trein nemen ze zonder pardon anderhalve stoel in beslag en in het vliegtuig vind ik het al helemaal ellendig om klemgezet te worden door degene naast me.’

Grove teksten

‘Vooral in de zomerperiode is de kans groot dat ik problemen maak. Mensen kleden zich schaars, waardoor ik niet om vetkwabben van anderen heen kan. Ik mijd stranden, zwembaden en sauna’s. Je zult mij ook niet gauw op een zaterdagmiddag door een drukke winkelstraat zien lopen. De kans dat ik daar dikke mensen met een puntzak friet tref, is 
te groot. Gek genoeg zijn mijn ogen constant aan het zoeken naar mensen met overgewicht. Het lijkt alsof ik mezelf dwing ernaar te kijken, en ik zie mijn slachtoffers al van verre aankomen. Zodra ze me passeren, slinger ik de beledigingen naar hun hoofd: ‘Is een sportschoolabonnement niets voor jou?’ of ‘Eet eens wat minder, vetklep!’ Het floept eruit. Ik kijk ze niet aan en wacht hun antwoord niet af, maar loop stoïcijns verder. Meestal hoor ik ze nog iets terugroepen, maar het duurt vaak wel even voordat er een weerwoord komt. 
Ze verwachten misschien niet van dat soort grove teksten uit de mond van 
een vrouw zoals ik.

Soms word ik kwaad op ouders. Waarom geven ze hun kind geen appel in plaats van drop?

Vriendinnen spreken me geregeld aan op mijn gedrag en vragen zich af waarom ik me toch zo druk maak om mensen die ik niet eens ken. En waar bemoei ik me mee? Ze zeggen dat ik niet mag oordelen, ‘want iemand kan een ziekte hebben of heel erg zijn best doen om af te vallen’. Oké, een enkeling kan er misschien 
echt niets aan doen, maar ik blijf ervan overtuigd dat het merendeel toch echt zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar vetpercentage: ‘Elk pondje gaat door 
het mondje,’ zei mijn oma altijd. Die verantwoordelijkheid geldt overigens 
niet voor kinderen en bejaarden. Oude mensen zijn niet altijd meer in de gelegenheid om te sporten. Hun spieren, gewrichten en organen laten het afweten. De wil is er misschien wel, maar het gaat niet meer. Hetzelfde geldt voor jonge kinderen: ik neem het ze niet kwalijk.’

In therapie

‘Bij mij thuis werd heel veel nadruk gelegd op uiterlijk. Mijn moeder verafschuwde het dikke lijf van haar broer: ‘Pas op dat je nooit zo vies dik wordt als oom Peter.’ Ook mijn vader had weinig sympathie voor vollere mensen. Hoe vaak heb ik niet moeten horen dat hij in eerste instantie verliefd werd ‘op de mooie slanke taille van mijn moeder’? Mijn ouders hebben er altijd voor gezorgd 
dat ik gezond at. Als enig kind werd ik verwend, maar veel zoetigheid kwam 
er bij ons thuis niet in. Alleen in de weekenden mocht ik een glas cola en een klein zakje chips. Als ik een mollig meisje met een zak snoep zie lopen, 
word ik somber en kwaad op haar ouders. Wat doen zij hun kind aan? Waarom geven ze haar geen appel in plaats van drop? Ik werk met topsporters, waardoor ik dagelijks zie hoeveel positieve energie mensen kunnen halen uit een gezonde leefstijl. Iedereen zou elkaar moeten stimuleren om gezond te leven. Misschien voel ik diep vanbinnen compassie voor mensen met overgewicht, omdat ik weet hoe ongelukkig ik me voelde toen ik te zwaar was.

Sinds het voorval op de middelbare school voer ik nog dagelijks een strijd tegen de kilo’s. Moeilijk, want ik ben gek op chips en pizza. Met mijn 1.76 meter heb ik nu een normaal gewicht van 70 kilo. Ik denk dat ik altijd in een tweestrijd heb gezeten: aan de ene kant is het bespottelijk dat mijn ouders zo uitgesproken waren over dikke mensen, 
aan de andere kant voelde het niet goed om hun overtuiging tegen te spreken. Alsof ik ze niet dankbaar was voor mijn opvoeding. Mijn houding ten aanzien van dikkere mensen is niet goed te praten. Ik weet alleen dat ik mezelf niet ben op de momenten waarop ik uit mijn slof schiet. Omdat ik anderen niet langer wil kwetsen, ben ik sinds kort onder behandeling bij een psycholoog. Samen met hem probeer ik mijn oordeel over mensen met overgewicht bij te stellen. Het doel is om mijn impulsieve, verwarrende en diepgewortelde boze emoties de baas te blijven.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 34 – 2017. We willen benadrukken dat VIVA absoluut anti-bodyshaming is. Wij omarmen iedere vorm van body positivity en zijn blij dat 2018 het jaar is dat dit thema steeds vaker in de schijnwerpers staat. Zo plaatste de Britse Cosmopolitan afgelopen maand Tess Holiday op de cover, een model met een gewicht van 130 kilo. Benieuwd naar die cover en het bijbehorende verhaal? Dat kun je hier lezen. Nog meer lezen over body positivity? We spraken eerder dit jaar met Megan, die van anorexia naar boulima naar body positivity ging. Haar bijzondere verhaal kun je hier lezen. Last but not least: dit zijn 3 interessante documentaires over body positivity.

 

magazine banner