Karlijn (29): ‘Ik hou van hem maar hij wordt me te veel’ (+)

Omdat haar moeder niet meer voor haar broer met het syndroom van Down kon zorgen, nam Karlijn (29) hem in huis. Maar ze krijgt steeds meer moeite met zijn kinderlijke jaloezie en storende gedrag.

‘Toen ik klein was, was mijn broer mijn beste vriend. Als hij lachte, kon je niet anders dan met hem mee lachen. Hij was een zonnetje. Het stralende middelpunt van ons gezin. En nog steeds, als ik met onbekenden over hem praat, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om iets anders te zeggen dan: ‘Mijn broer heeft downsyndroom, maar hij heeft de mooiste lach ter wereld.’

‘Mensen met down zijn geen puppy’s, ze zijn niet alleen maar lief, vrolijk en dankbaar’

Maar wat mensen niet lijken te willen zien of weten, is dat mensen met down geen puppy’s zijn. Ze zijn niet alleen maar lief, vrolijk en dankbaar. En ze zijn er zeker niet om ons blij te maken. Het zijn mensen, net als jij en ik. Mensen met slechte buien en wisselende stemmingen. Soms kunnen het zelfs behoorlijk manipulatieve klootzakken zijn. Mijn broer weet donders goed wanneer hij iets doet wat niet door de beugel kan. Maar hij weet ook dat hij door zijn afwijking met veel dingen wegkomt. In elk geval bij mensen die hem niet goed kennen. Maar bij mij steeds minder.’

Lees ook:
Marcella (36): ‘Ik wilde roepen en bewegen, maar dat lukte niet’ (+)

Pietertje

‘Ik was dolblij toen ik een broertje kreeg. Mijn ouders waren al wat ouder en ik voelde me als zesjarige een minimoeder voor de nieuwe baby met zijn piepkleine handjes en voetjes. Pieter was niet zoals wij, hadden mijn ouders me verteld, al merkte ik niets raars aan hem. Natuurlijk zag ik dat zijn oogjes schuin stonden, maar dat vond ik eigenlijk wel schattig. Voor mij was hij gewoon Pietertje.

Mijn lieve, bijzondere broertje met wie ik, toen hij wat groter was, urenlang verstoppertje speelde op zolder en naar worstelwedstrijden keek op televisie. Om de een of andere reden was hij daar verzot op. Natuurlijk begreep ik later wel dat hij anders was. Dat hij niet zo goed kon leren als ik. En dat hij nooit zelfstandig zou kunnen wonen. Naarmate we ouder werden, werd de band tussen Pieter en mij gecompliceerder.

Hij begreep niet dat ik soms alleen wilde zijn en hem er niet bij wilde hebben als ik een vriendin op bezoek had. Hij kwam dan om de tien minuten vragen of ik een cola light wilde, waarvan hij wist dat ik het lekker vond. Soms verloor ik mijn geduld en sloeg ik de deur in zijn gezicht dicht. ‘Ik wilde het alleen maar vragen,’ hoorde ik hem dan door de deur heen mompelen.

Waarna ik me schuldig voelde en hem mijn excuses aanbood. Dan was het zo’n tien minuten rustig en begon het hele circus opnieuw. Met jongens was het al net zo erg. Ik kan de keren niet tellen dat ik met een vriendje zat te frunniken en ik ineens vanuit mijn ooghoeken een Pieter-vormige schaduw zag verschijnen. ‘Ga weg!’ riep ik dan hysterisch. Waarna hij wegging en onze ouders uitvoerig inlichtte over wat ik allemaal uitvrat.

Zus en moeder

Toen hijzelf in de puberteit kwam, werd alles nog lastiger. Voor ons, maar ook voor Pieter zelf. Hij kon zich slecht uiten en dat in combinatie met de rondrazende hormonen, waar iedere puber last van heeft, zorgde ervoor dat hij agressieve uitbarstingen kreeg. Dat mijn vader in die periode volledig onverwacht aan een hartaanval overleed, maakte het allemaal niet makkelijker.

Mijn moeder kon de zorg voor Pieter niet meer goed aan en liet hem tijdelijk uit huis plaatsen. Dat gaf ons wat rust, maar Pieter kwijnde weg. Hij kon niet aarden tussen de andere bewoners en elk bezoekje liep uit op een drama bij het afscheid. Na vier maanden besloot mijn moeder dat hij weer thuis moest komen wonen, wat erop uitdraaide dat ik een groot deel van zijn verzorging voor mijn rekening nam. Dat vond ik niet erg, ik deed het met liefde. Ik voelde me soms meer Pieters moeder dan zijn grote zus, en ik heb het gevoel dat hij dat ook zo zag.’

Samenwonen

‘Pieter is een zogeheten hoogfunctionerende downie. En hij heeft een prima zesde zintuig. Zo weet hij precies wanneer je een rotdag hebt gehad en een knuffel kunt gebruiken, maar ook wanneer je alleen maar doet alsof je naar zijn verhalen luistert, terwijl je in werkelijkheid je agendaplanning of iets anders belangrijks doorneemt. Hij is, kortom, een schat, maar niet altijd even makkelijk. Toch voel ik me verantwoordelijk voor hem.

Daarom kon ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om hem weer uit huis te plaatsen toen mijn moeder ziek werd. De laatste jaren had ze weer alleen voor Pieter gezorgd. Ik woonde inmiddels samen met Emanuel, mijn man. Twee straten verderop, zodat ik elke dag even langs kon gaan om te helpen. Emanuel zag mijn dilemma. Lief als hij is, stelde hij zelf voor dat wij Pieter in huis zouden nemen. Ik hield alleen maar nog meer van hem op dat moment. Samen zouden we de verantwoordelijkheid voor mijn grote, kleine broer zeker aankunnen, dacht ik.

Oom Pieter

Mijn moeder was opgelucht, Pieter was blij en wij stonden voor honderd procent achter ons besluit. De eerste tijd ging het inderdaad prima. Ik voorzag dan ook geen enkel probleem toen ik zwanger werd. Pieter gedijt goed bij rust en regelmaat, en met een baby in huis zou daar alleen maar meer van zijn. Ik had rooskleurige visioenen van Pieter achter het wandelwagentje van zijn kleine neefje of nichtje, vooral nadat hij een gat in de lucht sprong toen ik hem vertelde dat hij ‘oom Pieter’ zou worden.

Zijn enthousiasme werd me tijdens mijn zwangerschap weleens te veel. Ik had veel behoefte aan rust en dat was iets wat Pieter maar moeilijk kon begrijpen. Ik was toch niet ziek? Waarom kon ik dan niet met hem gaan mountainbiken, wat we normaal gesproken op zondag altijd deden. Soms zat hij uren mokkend op zijn kamer, maar ik dacht nog steeds dat het allemaal wel los zou lopen. Als de baby er eenmaal was, zou het allemaal wat tastbaarder voor hem worden. Daardoor zou hij het beter begrijpen. Nu pas zie ik in hoe naïef ik was.’

Lees ook:
Kim vergokte al haar spaargeld én dat van haar vriend (uit het magazine)

Jaloers op de baby

‘De waarheid is dat ik, sinds Cato is geboren, verdrink in de verantwoordelijkheid voor mijn broer. Hoeveel ik ook van hem hou, zijn aanwezigheid wordt me te veel. Ik kan wel janken als ik mezelf deze woorden hoor zeggen. Ik heb ze ook nooit eerder durven uitspreken. Pieter bedoelt het goed, hij kan niet helpen dat hij is wie hij is. Maar ik kon niet van tevoren inschatten hoe groot mijn behoefte is om Cato te beschermen tegen alles wat haar kan schaden. En ja, ik ben bang dat Pieter daar ook onder valt.

Hij is gek op zijn kleine nichtje, maar ik zie ook iets anders in hem. Jaloezie. Hij kan er slecht tegen als ik Cato zit te voeden en verzint dan steeds iets om dat moment te verstoren. Het is net alsof ik al een kind heb. Een kleuter, die jaloers is op de nieuwe baby. Maar Pieter is natuurlijk niet mijn kind. En hij is geen kleuter, maar een volwassene van dik tachtig kilo. Nu ik zelf moeder ben, merk ik dat er gevoelsmatig
een heel verschil is. Het oergevoel dat ik voor Cato heb, heb ik niet voor Pieter. Ik hou van hem. Heel veel. Maar de waarheid is ook dat dat gevoel steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

Pieter begint me op mijn zenuwen te werken. Als ik een foto van Cato wil maken, duwt hij haar ruw opzij, omdat hij in beeld wil. Als zij bijna in slaap valt in de box, lijkt het wel alsof hij expres lawaai gaat zitten maken. En toen ze net was geboren, probeerde hij steeds stiekem haar rompertje en luier uit te trekken, omdat hij het mateloos interessant vond hoe het er allemaal uitziet bij zo’n kleine baby. Daar ben ik toen flink boos over geworden, dus dat laat hij tegenwoordig uit zijn hoofd.

Bij mijn moeder wil ik niet aankomen met deze problemen. Zij heeft al genoeg aan zichzelf. En tegenover Emanuel vind ik het moeilijk om het aan te kaarten. Het loyaliteitsgevoel zit diep, ik wil Pieter niet afvallen. Daarbij weet ik dat zo’n biecht niet zonder consequenties zal blijven. Vooral het gedeelte over het uitkleden zal bij Emanuel niet goed vallen, dat weet ik zeker. Ondanks dat ik met honderd procent zekerheid durf te zeggen dat Pieter het echt alleen maar uit nieuwsgierigheid deed.’

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar onze magazine-shop om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je alle edities van VIVA ook los kunt bestellen. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!

Tekst: Vivienne Groenewoud | Foto: iStock

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.