Kenza (24) is seksueel misbruikt: ‘Jarenlang was mijn enige gedachte dat ik kapot moest’

Kenza (24) hield voor iedereen verborgen dat ze seksueel misbruikt werd. Omdat ze niet wist hoe ze met haar verdriet om moest gaan, sneed ze in haar lichaam. ‘Ik wilde mezelf straffen.’

Tekst: Milou Deelen | Beeld: Dirk-Jan van Dijk

‘Ik was twaalf toen ik mezelf voor het eerste beschadigde. Het was maandagavond en 
ik baalde van de slechte cijfers die ik had gehaald. Ik ging naar de badkamer, pakte een schaar en voor ik het wist, zette ik die in mijn huid. Ik had geen idee wat ik aan het doen was. Over zelfbeschadiging had ik nog nooit iets gelezen of gehoord. Nu, jaren later, doe ik dit nog steeds.’

‘De enige oplossing die ik kon bedenken, was mezelf straffen’

‘Ik groeide op in een heel warm en hecht gezin. Samen met mijn ouders en twee broers woonde ik in een mooi huis in Amsterdam. Ik was dol op leren en had 
het naar mijn zin op het gymnasium. 
Mijn onbezorgde leventje hield op toen 
ik voor het eerst in aanraking kwam met seksueel misbruik. Ik kan en wil er niet 
te gedetailleerd over vertellen, behalve 
dan dat ik op het verkeerde moment 
de verkeerde mensen tegenkwam die me dwongen seks met ze te hebben. Het misbruik is tien jaar lang doorgegaan.’

‘Al die tijd heb ik er niet over durven praten. Als mensen vragen waarom niet, weet ik niet zo goed wat ik moet zeggen. Er rust 
veel schaamte en schuldgevoel op, denk ik. 
Ik wist niet hoe ik met het misbruik moest omgaan. De enige oplossing die ik kon bedenken, was mezelf straffen. Ik voelde 
me zo walgelijk in mijn eigen lijf dat ik het probeerde weg te snijden, meerdere keren per dag. Jarenlang was mijn enige gedachte dat ik kapot moest. Ik had de vreselijkste beelden in mijn hoofd over hoe ik mezelf moest beschadigen en die beelden moest ik uitvoeren. Ik raakte ervan overtuigd dat ik geboren was om misbruikt te worden en mezelf kapot te maken. Zelfbeschadiging was een manier om daaraan te voldoen en me beter te voelen. Voor even dan, daarna voel ik me altijd nog veel slechter.’

‘Een docent vroeg grappend of ik soms werd mishandeld’

Te ziek om te stoppen

‘Op school begon het mensen op te vallen. Klasgenoten vroegen soms wat ik op mijn arm had en een keer vroeg een docent grappend of ik soms werd mishandeld. Vaak lachte ik het ongemakkelijk weg. Een keer vroeg iemand in een bomvolle klas of ik had gekickbokst. Het was een ongemakkelijke situatie. Ik dacht: je zíét toch dat dit niet door kickboksen komt. Ik begrijp wel dat mensen keken. Ik zou ook kijken; mijn hele lichaam is toegetakeld en zit onder de littekens. Alleen mijn rechterarm is gespaard gebleven, omdat ik rechtshandig ben.’

‘Eerst droeg ik altijd lange mouwen en broeken, na een paar jaar ben ik daarmee gestopt. Ik besloot dat ik mezelf niet langer wilde bedekken. Achter mijn rug werd gezegd dat ik mezelf zo toetakelde voor de aandacht. Dat is niet zo. Ik zou mezelf nooit alleen voor een beetje aandacht zo veel pijn doen. Mijn ouders zagen mijn verwondingen natuurlijk ook en snapten niet wat ik mezelf aandeed. Van het misbruik wisten ze niet. Ik durfde het niet te vertellen omdat ik me schaamde en dacht dat het mijn eigen schuld was.’

‘Het misbruik bleef doorgaan, dus ik bleef mezelf kapot maken’

‘Op mijn dertiende hebben mijn vader en moeder me naar de GGZ gestuurd. Sindsdien zit ik in de hulpverleningsmolen. Ik kwam bij een psycholoog terecht. Dat hielp niet. Ik bleef mezelf beschadigen. Geregeld belandde ik op de eerste hulp omdat ik gehecht moesten worden. Ook 
heb ik tientallen ontstekingen gehad, wat ontzettend veel pijn deed.’

‘Ik heb veel support gehad van mijn vrienden, familie en sommige docenten op school. 
Ze wisten van mijn zelfbeschadiging, maar niet van het misbruik. Ze hebben alles geprobeerd wat ze konden, gedaan wat in hun macht lag. Ik werd naar artsen en psychologen gestuurd. Alleen konden die me niet helpen. Ik was te ziek. Het misbruik bleef doorgaan, dus ik bleef mezelf kapot maken. Tegen het misbruik kon ik niet in bescherming worden genomen. Heel soms vertelde ik aan een vriendin dat ik in het verleden was misbruikt, maar dat het nu was gestopt. Vaak had ik het gevoel dat 
ik me aanstelde, waardoor ik al helemaal niks meer durfde te zeggen.’

Steeds erger

‘Over zelfbeschadiging bestaan veel voor- oordelen. Mensen denken bijvoorbeeld dat ik van pijn hou, omdat ik mezelf zo veel pijn doe. Dat is niet waar. Ik vind het voelen 
van die pijn verschrikkelijk, maar het zijn stemmen in mijn hoofd die zeggen dat ik 
dit moet doen. Ook denken mensen vaak dat zelfbeschadiging gaat om weer iets te voelen. Dat was bij mij niet het geval, ik deed het vooral om mezelf te straffen. De zelfmutilatie werd door de jaren heen steeds heftiger. Ik haalde geen voldoening meer 
uit de kleine wonden, ze moesten steeds groter.’

‘Ik werd regelmatig vastgebonden, omdat ik een gevaar voor mezelf was’

‘Omdat ik daarnaast psychotisch 
was, werd ik opgenomen in psychiatrische instellingen. Ik heb de afgelopen jaren veel tijd op gesloten afdelingen doorgebracht. Geregeld werd ik aan een ziekenhuisbed vastgebonden, omdat ik een gevaar was voor mezelf. In die inrichtingen probeerden ze me ook te behoeden voor zelfbeschadiging, maar ik wist op de een of andere manier altijd wel scherpe mesjes naar binnen te smokkelen. Als dat niet lukte, verzon ik een andere manier om mezelf pijn te doen. Dan ging ik op de afdeling bijvoorbeeld op zoek naar een spijker om mezelf mee te pijnigen.’

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.