Lekker klagen

geen

Nederlanders staan erom bekend dat ze flink kunnen klagen. En die klaagcultuur lijkt de laatste tijd alleen nog maar groter geworden.

Begrijp me niet verkeerd, ik klaag niet over het feit dat we alleen maar klagen. Zelf kan ik er absoluut ook wat van, al mopper ik meer met een sarcastische ondertoon. Een vriendin van mij heeft hetzelfde en als we een dagje op stap zijn, kunnen we zo doorgaan voor de vrouwelijke versie van Geer en Goor. Stiekem vind ik dat geklaag heerlijk, al vrees ik soms dat mijn karma (mocht zoiets bestaan, ik geloof er wel in) lichtelijk wordt aangetast door die negativiteit, al bedoel ik het allemaal niet zo serieus.

Social klagen

Door de komst van social media (en dan vooral Twitter) word je ook steeds vaker geconfronteerd met klaagzangen van anderen. Soms zijn ze grappig, soms vraag ik me af waar mensen zich druk om maken. In elk geval vliegt er elke vijf minuten wel een soort van klacht door mijn timeline. Het past goed bij de klaagcultuur waar Nederland zo om bekend staat.

Ik weet niet of het komt doordat we dankzij Twitter en Facebook supergemakkelijk ons gemopper kunnen delen, of door de sombere stemming die heerst dankzij de crisis en andere ellende – of allebei misschien? – maar het aantal klagers lijkt te groeien. En dan is het altijd wachten op een tegenbeweging die (in dit geval) het geklaag wil tegengaan.

Opmars
Sinds kort merk ik inderdaad een opmars in het aantal positievelingen. En die zijn – even klagen hoor – misschien nog wel vervelender dan de zanikers. Ik zie zelf echt liever het glas halfvol dan -leeg, maar voor deze optimisten is elke dag een ‘blessing’ en ben je zelf verantwoordelijk voor je eigen geluk, dus klagers hebben volgens deze mensen geen enkele kans op een leuk leven.

Om nog eens extra te bewijzen dat ze geen greintje negativiteit in zich hebben, houden deze positiefjes elke dag een gratitude list bij, waarin ze zetten wat hen die dag gelukkig heeft gemaakt. Dat kan een leuke avond met vrienden zijn (ok, da’s inderdaad gratitude-waardig), maar ook een trein die op tijd rijdt of een groen grassprietje dat ze hebben gevonden. En daar krijg ik dan weer een beetje de kriebels van. Het geeft mij de indruk dat deze mensen nét iets te hard hun best doen om te laten zien dat ze het leven zien als één groot feestje.

Té positief?
Ik zie klagen als een uitlaatklep voor negatieve gedachten, dus ik stel me soms voor dat deze mensen op een gegeven moment uit elkaar ploffen – juist omdat ze zo positief zijn. Of is dit te zwart gedacht?

Wat vinden jullie? Houden jullie van een klaagzang op z’n tijd, of zien jullie alles liever van de positieve kant?

Bron foto: kevin dooley