Liefde en lust ik niet

geen

In mijn vroegste verschijningsvorm als baby en dreumes scheen ik me te hebben gedragen als braaf nageslacht. Op de leeftijd van twee jaar evolueerde ik echter in de vleesgeworden recalcitrantie. En de schuldige? De bouwstoffen van het menselijk lichaam.

Hapje granol
In mijn vroege jeugd at ik het granol van de muren, tot die onzalige dag waarop een zekering in mijn hoofd besloot door te branden en ik van de één op de andere dag geen molecuul meer at. Volgens mijn moeder had ik een ondefinieerbaar trauma opgelopen op de peuterspeelzaal. Zelf denk ik dat mijn smaakpapillen begonnen tegen te sputteren ten koste van de kookkunst van mijn moeder, of dat mijn aangeboren neiging tot muiterij zich begon te ontplooien. Hoe het ook zij, met twee jaar was het eerste woord wat ik leerde ‘gatverdamme’, en trok ik mijn wipneus hoog op voor de weelderige bereidingen van mijn arme, gefrustreerde moeder.

Nutritional dwarfing
Dit zorgbarende trekje veroorzaakte haaruitval bij mijn moeder, bang als zij was dat ik ten prooi zou vallen aan ‘nutritional dwarfing’. Sidderend deed zij boodschappen, want als de fabrikant van het weinige voedsel wat ik wel at besloot zijn product te vernieuwen, was het uit met de pret. Angstvallig verstopte zij de verpakking onderin de vuilnisbak, maar al na één hap zette mijn smaakzin het op een schreeuwen, waarna het vernieuwde doch verguisde product nooit meer de kans kreeg mijn spijsvertering te vervuilen.

Eetschool
Alles probeerde ze. Sondevoeding, mij midden in de nacht half wakker maken in de stille hoop dat halfslaap mij ertoe zou brengen nog een vlugge hap bloemkool te verorberen of fictieve verbanning naar een zelfbedachte eetschool, waarvoor zelfs een verzonnen telefoonnummer in de  telefoonklapper stond. Dit concept bezorgde me nachtmerries, maar het idee iets gedwongen te moeten eten won het van mijn afkeer van de eetschool, dus helpen deed het niet.

Babyvoeding
Gelukkig voor mijn moeder bestonden er potjes kant-en-klare babyvoeding. Ongeacht de twijfelachtige herkomst van de sombere groene drab in de potjes, ik at het glas er nog net niet bij op. En zodoende heb ik die potjes tot mijn zevende gegeten, waarna ik overschakelde op een dieet van brood, tomatensoep, spaghetti, aardappelkroketjes en patat, waarmee ik vond dat ik de grenzen van mijn culinaire universum genoeg uitrekte.

Allesbrander
Toen in eenmaal onder moeders vleugels vertrokken was, verdween mijn eetstoornis als sneeuw voor de zon. Inmiddels ben ik het menselijk equivalent van een allesbrander en bekijk ik mijzelf knarsetandend in de spiegel, waarbij ik me bedenk dat een beetje ‘nutritional dwarfing’ in de breedte mij niet zou misstaan. “Mamma, die lust ik wel. Mag ik die niet eten?” vraagt mijn dochter terwijl ze naar een reclame wijst van potjes babyvoeding. “Wij eten vanavond lekker spruitjes, en jij eet maar fijn mee” zing ik terug.

Ik heb een hoop geleerd van mijn moeder.

@ Beeld: privébezit