Maar ik wil het!

Sinds twee weken wil ik ineens heel graag een tatoeage. Geen armbedekkende sleeve of krullerig reetgewei, hoor, gewoon een kleintje. Ik ben namelijk megabenieuwd hoe dat nou ís, een tatoeage laten zetten.

‘En een tatoeage hébben, lijkt dat je ook leuk?’ vroeg mijn beste vriendin Lisje B cynisch, toen ik mijn gedachten met haar deelde. ‘Want als je afkeer van tatoeages onverminderd erg is, zou ik die wens maar snel uit je hoofd zetten.’

Foto in je portemonnee
Hm, daar heeft ze wel een punt. Ik heb al zo lang ik me kan herinneren een hekel aan tatoeages. Dat idee van eeuwigheid, van donkere inkt die wel vervaagt en soms vervormt, maar nooit helemaal verdwijnt, kortom: het idee dat de meeste tattoo lovers zo tof vinden aan een tatoeage, vind ik doodeng. Het gaat nooit meer weg. Ik snap dat je jezelf graag aan iets of iemand wilt herinneren, maar moet dat dan in je huid gegraveerd staan? Kun je niet gewoon een foto of een briefje in je portemonnee stoppen en dat af en toe erbij pakken?

Onderbuikgevoel
Dus dat. Daarom verbaast het iedereen zo dat ik ineens een tatoeage wil. Mij nog het meest. Ik dacht dat het wel over zou gaan, dat het een vluchtige fase was. Maar het verlangen om iemand (het liefst een professional) een naald met inkt in mijn huid te laten steken, is de afgelopen veertien dagen alleen maar gegroeid. Mijn hersenen verliezen van mijn onderbuikgevoel.

Maar ik wil het
Ik ben helemaal geen tatoeagepersoon. Ik weet niet of er een specifieke definitie van tatoeagepersoon is, maar ik weet wel dat ik niet in dat plaatje pas. Bovendien ben ik bang voor naalden, wat ik persoonlijk geen onbelangrijke factor vind om het nemen van een tatoeage toch maar over te slaan. O, en ik ben bang dat ik over een paar jaar spijt heb en dan tot m’n dood zit opgescheept met een lading zwarte inkt in mijn huid. Daar valt niet tegenop te scrubben. Maar ja, alle rationele argumenten die ik kan aandragen ten spijt, ik kan alles weerleggen met een simpel: ‘Maar ik wil het zo graag.’

Een beetje maar
‘Maar weet je het zéker?’ vraagt Lisje B.
‘Tuurlijk weet ik het zeker,’ zeg ik verontwaardigd. ‘Anders vertel ik het toch niet zo stellig.’
‘Oké, oké. Ik wil gewoon niet dat je een impulsief besluit neemt.’
‘Ik ben echt niet zó impulsief, hoor.’
Ze kijkt me vorsend aan. ‘Lis, ik heb je in Italie binnen een halve minuut een tas op de markt zien kopen, waarvan je tot de twee seconden daarvoor nog niet wist dat je hem wilde hebben. Já, je bent wel impulsief.’
Ik hoop eigenlijk dat het overwaait. Als ik het over een halfjaar nog steeds wil, beloof ik mezelf om het te overwegen. Eerst moet mijn naaldenafkeer het maar eens overleven dat ik volgende maand bloed ga geven. Tot die tijd moet Lisje B me maar gewoon vastbinden als we in de buurt van een tattooshop zijn.

Foto: thinredjellies