Marloes ging haar angst te lijf: ‘Zelfs een manke hond die amper nog leefde, bezorgde me doodsangsten’

hondenangst

‘Hij doet niets hoor.’ Marloes (25) kon hondeigenaren die dat zeiden wel schieten. Ze was al haar hele leven panisch voor die beesten. En toen bleken haar nieuwe schoonouders ook nog eens een enorme hond te hebben…

‘‘Nee meneer, u kunt niet naar binnen,’ riep ik wanhopig, terwijl ik de deur voor zijn neus dichtduwde. Vol ongeloof staarde de man met de grijze baard terug door de glazen deur. De herdershond naast hem drukte zijn snuit tegen het glas. De hond liep los. Mijn hart klopte in mijn keel. Mijn hersenen draaiden op volle toeren, waar kon ik heen? Ik overwoog achter de balie te springen, maar tot mijn afschuw liepen daar ook drie kwispelende honden. ‘Ga aan de kant meisje, ik moet erdoor!’ riep de man ongeduldig. Hij was vrijwilliger van het dierenasiel en had net herder Boy uitgelaten. Ik liet de deur los, rende naar de balie, klampte me vast en sloot mijn ogen, in de hoop dat de hond snel voorbij zou lopen. Het feit dat ik tijdens deze gênante vertoning een publiek had van honden, katten, vogels en mensen, kon me op dat moment niets schelen. Zodra er een loslopende hond in mijn blikveld verscheen, verdween het schaamtegevoel en ging de overlevingsmodus aan. Ook al was ik in het asiel om juist van mijn hondenangst af te komen.’

In shock van angst

‘Al sinds ik me kan herinneren, ben ik panisch voor honden. Net als mijn moeder en oma, al hebben zij het in mindere mate. Het ligt voor de hand te zeggen dat zij het op mij overgedragen hebben. Toch zijn mijn twee broertjes niet bang voor honden, integendeel, ze zeurden juist om zo’n vierpotig huisdier. Tot mijn zesde jaar ontweek ik honden zo veel mogelijk, maar het werd erger. Toen ik in groep drie zat, werd een klasgenoot in haar gezicht gebeten door haar eigen hond. Sindsdien had ik een hondenfobie. Je zou denken dat het meisje in kwestie ook nooit meer iets met honden te maken wilde hebben, maar haar ouders namen meteen een andere hond om dat te voorkomen. Op de basisschool koos ik mijn vriendinnetjes uit op het feit of ze een hond hadden. Meisjes met een blaffend exemplaar thuis maakten geen kans. Met het gezin een bos- of strandwandeling maken was ook een crime: tot mijn vijftiende heb ik op de rug van mijn vader gebivakkeerd. Natuurlijk probeerden mijn ouders me te laten lopen, maar dan raakte ik bijna in shock van angst: ik ging trillen, zweten en mijn hart zat in mijn keel. Ik kon alleen maar denken: hoe kom ik zo snel mogelijk weg. Of ik versteende en greep de dichtstbijzijnde persoon om me achter te verschuilen. Ik was niet eens bang dat ik gebeten zou worden, het ging om de onverwachte bewegingen, het springen en dat speelse gedrag. Ik wist niet hoe ik daarmee om moest gaan, kon niet met ze communiceren en snapte niet wat ze wilden. Eigenlijk was ik vooral bang voor mijn eigen reactie. Dat ik zou gaan gillen of wegrennen, waarna ze me achterna zouden komen.
Mijn hondenfobie beheerste tot op zekere hoogte mijn leven, altijd hield ik in de gaten of er ergens honden waren. Mijn angst ging zo ver dat ik zelfs bang was voor mijn destijds vierjarige broertje. Hij wilde zo graag een hond dat hij geregeld zelf voor hond speelde. Dan liep hij op handen en voeten door de kamer. We moesten hem over zijn bol aaien en hij had een hondennaam: Max. Het is inmiddels een beruchte act in de familie, maar ik zat altijd met opgetrokken knieën op de bank te hopen dat zijn toneelstukje snel voorbij was. Geen idee waarom, bang voor het idee van een hond misschien. Als kind kon ik mensen wel wat aandoen die zeiden: ‘Mijn hond doet niets hoor.’ Daar ging het toch helemaal niet om! Het is een hond en honden zijn eng. Zelfs een manke hond die bijna dood was, bezorgde me nog doodsangsten. En ook knuffelhondjes maakten me niet blij: ik was verontwaardigd toen mijn vader me op m’n zevende een donzig exemplaar gaf na een zakenreis. Het onberekenbare en onverwachte van de dieren, ik vertrouwde het niet. Hondenmensen begrepen mij niet en ik begreep hen niet. Hoe kon je nou niet bang zijn voor die drukke beesten met tanden die niet kunnen praten?’

Het hele verhaal van Marloes lees je in VIVA 32. Bestel het blad hier of lees het stuk online via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «