Nick (21) is transgender: ‘Nu ben ik de man die ik me altijd al voelde’

Op zijn negende, bij de genderpoli, viel het kwartje. Maar het duurde nog lang voordat de behandelingen konden starten. Nick: ‘Ik droeg drie hesjes over elkaar om mijn borsten zo plat mogelijk te drukken.’

Tekst Eveline Verwater | Foto Dirk-Jan van Dijk

‘Jurkjes en rokjes, ik moest er niets van hebben. Pas als ik een stoere spijkerbroek en een effen shirtje aan had, ging ik tevreden naar school. Ook mijn haar moest zo jongensachtig mogelijk zijn. Ik was een jaar of vijf toen ik bij de kapper vroeg of ik stekeltjes mocht. Mijn vader zei: ‘Doe maar wat jij wilt.’ Ik wilde er ook per se gel in, waardoor ik niet meer op een meisje leek. Op foto’s van vroeger zie je ook geen verschil. Mijn vader herinnert zich nog goed het moment dat hij op een zomerse dag een foto van mij maakte en door de lens van de camera ineens een jongetje zag. Dit was niet de dochter die hij had gekregen.

Poppen liet ik links liggen, liever speelde ik met auto’s. En net als alle jongens uit de buurt vroeg ik of ik op voetbal mocht. Op de bassischool trok ik ook meer naar de jongens. Als ik dan met ‘meisje’ of ‘zij’ werd aangesproken, klopte het voor mijn gevoel niet. Ik voelde me gewoon een jongen. Wel merkte ik dat ik anders was dan mijn klasgenoten. Zij waren echte meisjes-meisjes of stoere jongens. Ik werd niet zozeer gepest, maar hoorde gewoon nergens bij. Dat zorgde ervoor dat ik niet goed in mijn vel zat.

‘Gepest werd ik niet, ik hoorde gewoon nergens bij’

Omdat ik daardoor thuis de makkelijkste niet was, ging ik met mijn ouders naar een psycholoog. Na jarenlang met verschillende artsen over mijn gevoelens te hebben gepraat, raadde een van hen ons aan een bezoek te brengen aan de genderpoli in het VU-ziekenhuis. Daar klopte ik op mijn negende aan, als een van de jongste kinderen. Na de eerste paar gesprekken viel bij mij het kwartje. Ik dacht: dit is het, ik ben transgender. Het klopte precies met hoe ik me voelde en ik was erg opgelucht. Het begin van mijn langdurige traject bestond uit gesprekken en onderzoeken. Er was destijds nog maar weinig bekend over transgenders, waardoor de uiteindelijke diagnose heel lang duurde. Zelf wist ik honderd procent zeker dat ik transgender was, maar het ziekenhuis en mijn ouders wilden het zekere voor het onzekere nemen. Ze wilden me behoeden voor een foute beslissing, omdat er veel mensen aankloppen bij de poli die uiteindelijk toch niet transgender blijken te zijn. Ik was nog zo jong, ik moest eerst zeker weten dat ik niet ‘gewoon’ een heel jongensachtig of lesbisch meisje was, maar echt iemand die in het verkeerde lichaam was geboren. Voor mijn ouders was dit een zware periode. Ze twijfelden of ik wel transgender was, maar zagen vooral ook wat ik op jonge leeftijd allemaal al moest doorstaan. Dat deed hen veel pijn. Mijn zusje heeft dit allemaal niet zo meegekregen. Ze is ruim drie jaar jonger dan ik en tegen de tijd dat zij zich bewust werd van dingen, leefde ik al helemaal als jongen. Het was voor haar niet meer dan normaal om af en toe met me mee te gaan naar het ziekenhuis. Het fijne was dat ik van mijn ouders altijd mocht zijn wie ik was. Ik droeg de kleding die ik wilde en ging op voetbal. Hierdoor heb ik het gevoel gehad dat ik niet hoefde te verbergen wie ik was.

Ondertussen tikte de – biologische – klok gewoon door. Ik werd ongesteld en mijn borsten begonnen te groeien. Dat was voor mij heel moeilijk. Ik ben een man en keer op keer werd ik eraan herinnerd dat ik in het verkeerde lichaam zat. Een jaar nadat ik voor het eerst ongesteld werd, mocht ik eindelijk aan hormoonremmers beginnen. Mijn borsten zaten me nog wel in de weg, dus droeg ik hesjes om ze zo plat mogelijk te drukken. Ik had gelukkig geen D-cup, maar in de zomer zag je ze nog door mijn shirts heen. Dit vond ik zo frustrerend dat ik drie strakke hesjes over elkaar ben gaan dragen. Dat deed zeer, maar de wondjes en littekens bij mijn sleutelbeen en oksel nam ik voor lief. Ik had liever pijn dan dat mensen iets konden zien.’

Van Kim naar Nick

‘Op de middelbare school gedroeg ik me gewoon zoals ik ben: als jongen. Alsnog werd ik door klasgenoten voor manwijf uitgescholden en vroegen ze zich hardop af in welke kleedkamer ik me omkleedde. Mijn eerste vriendinnetje wist dat ik transgender was en heeft me vanaf het begin als ‘hij’ gezien en aangesproken. Zoals iedere verliefde tiener zou doen, deelde ik vol trots op Hyves dat we een relatie hadden. Dat was olie op het vuur voor de klasgenoten die riepen dat ik lesbisch was. Ik vond het lastig om hierop te reageren, omdat ik niet wist hoe ik kon overbrengen dat ik transgender was. In de loop van het derde jaar van de middelbare school besloot ik mijn naam te veranderen. Mijn ouders vonden dit moeilijk, omdat het voor hen toen ‘definitief’ was dat ik in transitie ging. Toch bleven ze me altijd steunen. Alles mocht, als ik maar gelukkig was. Op mijn laatste rapport had mijn mentor weliswaar Nick geschreven, maar mijn naam werd op de klassenlijst niet aangepast. Voor familie en vrienden was ik Nick, op school heette ik nog steeds Kim. Ik leefde echt tussen twee werelden. Uiteindelijk heb ik op een andere school een frisse start gemaakt. Het was zo fijn dat niemand mij daar anders kende dan als Nick. Wel heb ik in de eerste week meteen open kaart gespeeld. De reacties waren heel positief. Mijn klasgenoten stelden vooral veel vragen en waren oprecht geïnteresseerd. Hierdoor durfde ik eerlijke antwoorden te geven. Ik kon eindelijk mezelf zijn en ik merkte dat het ook geen taboe meer was. Ik was gewoon Nick.’

‘Wat voor mij voelde als een bevrijding, was voor m’n ouders erg wennen’

Brede schouders, zware stem

‘De eerste spuit met mannelijke hormonen werd net voor mijn zestiende verjaardag gezet. Daarna ging het in rap tempo. Na anderhalve maand sloeg mijn stem al over en kreeg ik een bredere kaaklijn. Het was een opluchting dat mijn hoge stem verdween, ik kreeg eindelijk een stemgeluid dat bij me paste. Ook mijn schouders werden breder en mijn baard begon te groeien. Het was fijn dat mijn uiterlijk steeds meer aansloot bij hoe ik me vanbinnen voelde. Met een gerust hart begon ik aan een hbo-opleiding. Ook hier heb ik meteen over mijn transgender-zijn verteld. Mijn studiegenoten reageerden ontzettend goed, zodat ik me meteen op mijn plek voelde. Dit maakte het makkelijker om hen te vertellen dat ik een tijdje uit de running zou zijn vanwege mijn borstoperatie. De drie uur durende operatie viel mee en toen het verband eraf mocht, was ik ontzettend blij en verrast. Het was het mooiste moment van mijn transitie. Dat ik, na me jarenlang te hebben verstopt voor mijn eigen lichaam, gewoon een shirtje kon aantrekken zonder hesjes en na acht jaar weer kon zwemmen. Nu besef ik het bijna niet meer, omdat het zo gewoon is geworden, maar het was letterlijk en figuurlijk een verademing.

Ik heb een leuke vriendenkring waarinbik mezelf kan zijn. Soms vergeten mijn vrienden zelfs dat ik transgender ben en maken ze grapjes over staand plassen. Ze zien me niet als Nick de transgender, maar gewoon als Nick hun vriend. Dit doet me goed, omdat het laat zien dat je als transgender ook gewoon geaccepteerd wordt. We gaan vaak een avondje poolen of gamen of lekker biertjes drinken op een terras. En ja, daarbij praten we natuurlijk ook over seks. Ik ben altijd tevreden geweest over mijn seksleven. Het is anders dan in een normale heteroseksuele relatie, dus je moet er goed met je partner over praten. Je moet elkaar beter leren kennen en uitzoeken wat voor beiden goed werkt.

Ik ben altijd een jongen geweest die op vrouwen valt. Na mijn eerdere jeugdliefde heb ik nu een steady relatie. Zij accepteert me zoals ik ben. We zijn gewoon twee mensen die van elkaar houden. Dat ik transgender ben, is nooit een probleem geweest. Ze is ook wel open-minded, maar het scheelde dat we elkaar al goed kenden voordat we een relatie kregen. We zijn heel gelukkig samen. Wat ik wel moeilijk vind, is dat ik waarschijnlijk op een niet-biologische manier kinderen zal krijgen. Dat is een extra bevestiging dat ik anders ben. Er zijn gelukkig ook andere opties, zoals mijn eicellen laten invriezen. Maar of ik dat wil, weet ik nog niet.’

Wel of geen operatie

‘Ik heb heel lang getwijfeld of ik de geslachtsveranderende operatie wilde ondergaan. Ik ben er zó mee bezig geweest, wist maar niet wat ik wilde. Ook kon ik maar tot op zekere hoogte advies vragen aan anderen, omdat het uiteindelijk draaide om mijn eigen gevoel. Daardoor bleef ik piekeren. In diezelfde periode kreeg ik een herseninfarct. Mijn vriendin was erbij en herkende de uitvalsverschijnselen. Gelukkig was ik er op tijd bij en heb ik er vrijwel niets aan overgehouden. Het was voor mij wel een teken dat ik het rustiger aan moest doen. Artsen vertelden dat het te maken zou kunnen hebben met de stress in combinatie met mijn hormonen. Zeker is het niet. Maar ik wist dat ik een knoop moest doorhakken. Ik heb veel gelezen op internet, ging naar allerlei voorlichtingsbijeenkomsten en had gesprekken met mensen die dicht bij me stonden.

‘Nu ben ik de man die ik me altijd al voelde’

Het liefst had ik een biologische penis gehad, maar dat is nou eenmaal niet zo. Eén van de opties is dat ze in het ziekenhuis een penis namaken. Hierbij wordt van de huid uit mijn onderarm een penis gemaakt. Bij deze operatie is de kans op complicaties groot. Zo kan de plasbuis gaan lekken, is er kans op verstopping of kan er een bloeding plaatsvinden. Dat betekent dat ik hoogstwaarschijnlijk nog meerdere operaties voor de boeg heb om deze dingen te herstellen. Vanwege het grote risico heb ik besloten om niet onder het mes te gaan. Dat ik het nu niet wil, betekent niet dat ik het nooit zal doen. Ik kan er over tien jaar heel anders in staan, maar dat ligt echt aan de technologie. Ik vraag me af of een geslachtsverandering me op dit moment gelukkiger kan maken dan ik al ben. Het kan zomaar zijn dat ik er een slecht functionerende penis aan overhoud en ik blijf altijd met een enorm litteken op mijn arm zitten. Dan moet ik keer op keer uitleggen wat er is, terwijl ik daar nu net van af ben. Ook mijn vriendin staat achter mijn keuze. Ze zegt dat het belangrijkste is dat ik goed in mijn vel zit. Met of zonder geslachtsoperatie: ik blijf voor haar een man. Daarnaast kan ik altijd weer het traject hervatten, mocht ik dat willen. Dat is een fijne gedachte. Voor nu ben ik tevreden met mezelf.’

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 9-2018. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «