Het ontprikkeldieet: in 5 stappen een relaxter leven

ontprikkeldieet

VIVA’s Fleur bevalt het prima, het rustige lockdownleven op haar eigen paar vierkante meter. Hoe kan ze die levensstijl vasthouden als alles straks weer bij het oude is?

Ontprikkelen

Het was in de vierde week van de semi-lockdown dat een goede vriendin er aan de telefoon uitfloepte dat het ‘een beetje voelde als vakantie’. Ze zei het besmuikt, als iets dat niet hardop uitgesproken mag worden, want het was natuurlijk vreselijk wat er om ons heen allemaal gebeurde. Overvolle ic-afdelingen, lege straten, angstige blikken; daar was niets positiefs over te melden. Maar thuis, op haar eigen paar vierkante meter, bleek mijn vriendin te floreren als nooit tevoren. En dat was best een rare ontdekking, voor haar en voor mij, want ze is normaal het prototype van de zakelijke hittepit, die tot in de puntjes gestyled van hot naar her racet voor haar drukke, hippe mediabaan. Netwerkevent hier, vergadering daar, vrijdagmiddagborrel zus, zakenlunch zo. Ik ben meestal al uitgeput als ik naar haar agenda kijk, maar zij werkt haar taken schijnbaar onvermoeibaar en vol enthousiasme af, elke dag opnieuw. Dat wil zeggen: tot het coronavirus aan de noodrem trok en het gewone leven abrupt tot stilstand kwam. Voor mijn vriendin betekende dat: al haar werk per mail of telefoon, vanuit haar appartement, verder niks. En dat voelde fijner dan ze ooit zelf had kunnen bedenken. Zoals ze het zelf omschreef: ‘Alle ruis is weg.’ Ze was niet de enige die het leven in een kleine wereld prima vond, te beginnen met mezelf. Ja, het was even raar, in het begin. En natuurlijk had ik zorgen over het corona-virus en miste ik mijn familie, vrienden en collega’s. Maar ik gedijde uitstekend bij de verstilling – wat zeg ik, ik voelde me al snel relaxter dan ik in tijden was geweest. Weg uit de ratrace, niet de zelfopgelegde verplichting van yogales op zaterdagochtend, geen sociale druk om tóch naar dat festival te gaan. En dat alles zonder de gebruikelijke fear of missing out, want bijna iedereen zat thuis, achter Tiger king.

Om me heen hoor ik, op een veilige anderhalve meter afstand, veel soortgelijke geluiden van mensen op wie het louterend werkt, dat langzamere tempo zonder al dat moeten-moeten-moeten. Neem collega-schrijver Liv (30), die pre-corona vrijwel elke dag op pad was: werken vanuit koffietentjes, op bijzondere plekken overnachten, elke avond iets plannen en dan ook nog sporten en op familiebezoek. ‘Het grappige is dat ik voor de coronacrisis al vond dat ik het anders moest gaan inplannen,’ aldus Liv. ‘Meer tijd voor mezelf, vaker alleen thuis. Toen dat min of meer werd verplicht, had ik ineens tijd om een muur te schilderen, nieuwe recepten uit te proberen of een wandelingetje te maken. Het klinkt een beetje bejaard, maar ik voelde me rustiger en blijer, zonder die constante stroom prikkels van buitenaf. Mijn voornemen is om deze rustige manier van leven aan te houden, al zal dat vast lastig worden.’

Onrust in je lijf

Een leven met weinig prikkels is in de huidige maatschappij net zo’n zeldzaamheid als een huishouden zonder Netflix. Per seconde komen er ongeveer elf miljoen brokjes informatie bij ons binnen, die afhankelijk van de gevoeligheid van je zenuwstelsel tot wel vier uur hun kunstje blijven doen. De prikkels enteren ons systeem extern via onze zintuigen, in de vorm van zien, horen, ruiken, proeven en voelen, of intern via onze gedachten of ons lichaam. ‘Een prikkel is iets wat je waarneemt en waarop je reageert, bijvoorbeeld door iets te gaan doen of juist door je terug te trekken,’ legt psycholoog en levensflowcoach Frederike Mewe uit. ‘De functie van elke prikkel is verschillend: het kan je motiveren, bijvoorbeeld als je een vacature ziet die je ertoe aanzet om een sollicitatiebrief te sturen. Maar een prikkel kan ook fungeren als alarmsignaal, denk aan de claxon van een auto.’

We hebben prikkels nodig om te kunnen leven, letterlijk, omdat ze ons waarschuwen voor gevaren: au, ik voel de hitte van vuur, dus wegwezen hier. Maar prikkels geven je ook het gevoel dat je aanstaat, dat je het leven viert en opzuigt. Als er te weinig prikkels in je leven zijn, omdat je nergens komt en niets meemaakt, dan dreigt het gevaar van een bore-out. Alles wordt heel vlak en je hebt niet echt het gevoel dat je bestaat of ertoe doet. De kunst is om een goede balans te vinden tussen te veel en te weinig prikkels, waarbij de balans in onze huidige maatschappij eerder richting overdosis dan tekort zal schieten. We krijgen vandaag de dag met z’n allen bijna chronisch te veel prikkels binnen, zegt Mewe. ‘Telefoons, computers, geluiden in de stad, verkeer, verbouwingen. Het gaat maar door, waardoor je constant in een staat van paraatheid bent: moet ik vechten, moet ik vluchten, moet ik reageren, moet ik iets doen?’

Als je steeds gevoed wordt door prikkels, kan zowel je lijf als je hoofd niet ontspannen. Je kunt niet even tot jezelf komen, want je staat de hele dag aan. De een kan dat beter handelen dan de ander, wat te maken heeft met de werking van je zenuwstelsel. Hoe dik of dun het filter van je zenuwstelsel is, hoe diep prikkels worden verwerkt en hoe lang die verwerking duurt, verschilt per persoon. Maar over het algemeen kunnen extraverte mensen beter omgaan met prikkels, omdat zij ze als het ware van zich af kunnen laten glijden. Bij introverte mensen komt het allemaal veel intenser binnen, waardoor er sneller sprake is overprikkeling. Mewe: ‘Ben je overprikkeld, dan heb je vaak niet meer zo veel plezier in dingen. Je lontje is kort, je slaapt slechter, je bent minder geconcentreerd, je hebt vaker emotionele uitbarstingen, je voelt je verminderd competent, je bent moe en je voelt een ‘rush’, onrust in je lijf.’

Bed als enig rustpuntje

In onze huidige leefomgeving weten we eigenlijk niet beter dan dat de stroom prikkels never ending is. Dat doen we deels onszelf aan, door op elk incidenteel leeg momentje naar onze mobiele telefoon te grijpen, en het zoveelste rondje Instagram/e-mail/Twitter/Nu.nl/Facebook te maken. Gevolg: we zijn vrijwel allemaal constant overprikkeld, maar dat hebben we zelf niet meer door, omdat we onszelf hebben aangeleerd om te wennen aan die staat van zijn. Een overload aan prikkels, dat is hoe we denken dat het hoort, en overprikkeling is het nieuwe normaal. We nemen genoegen met de situatie, omdat het is zoals het is, waarbij we proberen te vergeten dat dit niet is waar ons systeem voor is gemaakt. En uiteindelijk betaal je daar de rekening voor, want loop je jezelf consequent voorbij, dan stapelen de prikkels zich op in je lijf. Het point of no return nadert, met voorbij dat punt de diepe kuil die overspannenheid of burn-out heet.

Ik geloof niet dat ik ooit in de buurt van die kuil ben geweest, maar ik was pre-corona absoluut iemand die op dagelijkse basis te veel prikkels consumeerde. De
hele dag het nieuws volgen, reageren in m’n duizend app-groepjes, social media checken, bovenop mijn e-mail zitten, naar pilates/bootcamp/bodypump, uit eten met vriendinnen. Als een karretje in de achtbaan slingerde ik mezelf door m’n dagen, met als enige rustpunt mijn bed, waar ik vanwege mijn bomvolle programma vaak pas rond middernacht inrolde. Dat ging prima, goed en lekker, althans, naar mijn idee. Ik voelde me helemaal niet overprikkeld, wat te maken zal hebben gehad met het feit dat ik mijn leven al jaren zo leefde. Het was business as usual dat ik nauwelijks tijd had om adem te halen, en dat ik me geregeld gespannen en opgefokt voelde, ach ja. Je leeft maar één keer, je moet eruit halen wat erin zit – en noem alle andere clichés maar op.

Er was een coronavirus voor nodig om me te laten inzien dat het ook anders kan. De gedwongen stilstand zorgde ervoor dat ik eindelijk eens aan den lijve kon ervaren hoe dat is, een leven met minder prikkels. Dat beviel zo goed dat ik eigenlijk een beetje opzag tegen het einde van de lockdownperiode, want hoe ging ik deze nieuwe, zen lifestyle volhouden als de prikkels weer in volle vaart op me afgevuurd zouden worden? Als afspreken met vrienden in een café, naar de bioscoop gaan en fitnessen in de sportschool weer tot de mogelijkheden behoorden? Ik zag het somber in, maar de verlossing kwam in de vorm van het ontprikkeldieet, nu eens geen dieet met minder koolhydraten of suiker, maar een dieet dat voorschrijft om minder te hebben en te doen. Dus minder tijd doorbrengen op internet en je mobiele telefoon, maar ook op andere vlakken, zodat je ook na het coronatijdperk relaxter kunt blijven leven.

Doof de actie

Beter omgaan met prikkels, begint bij begrijpen hoe prikkels eigenlijk werken. Daarvoor reizen we af naar onze hersenen, waar de amygdala – ook wel ‘amandelkern’ genoemd – alle info ontvangt die onze zintuigen oppikken. ‘Nadat de informatie is verwerkt, worden er emoties aan gekoppeld,’ vertelt ontprikkeldieet-bedenkster Josine van Boxmeer, die door haar werk als logopedist alles leerde over de wijze waarop we prikkels verwerken. ‘Jij kiest die emotie niet, dat doet de amygdala voor jou. Stel bijvoorbeeld dat jouw brein gevaar signaleert in de informatie die is binnengekomen, dan geeft de amygdala aan jou de emotie ‘angst’ door. Ben je niet zo gevoelig voor prikkels, dan zal wat je hoort en ziet je niet bijster raken. Maar gevoelige breinen kunnen daar behoorlijk van in de war raken. Zeker als je al overprikkeld bent, want hersenen die moe zijn, kunnen negatief gaan denken en vinden dan alles en iedereen niet meer zo leuk.’

Heb je het idee dat je overprikkeld bent, dan is het tijd om in actie te komen. Of eigenlijk: alle actie te doven. Rust, slaap, lanterfant, doe niks. En kijk daarna hoe je kunt voorkomen dat het nog eens zo ver komt. Een van de belangrijkste ‘recepten’ uit het boek Het ontprikkeldieet bestaat uit het veranderen van je levensstijl. Die verandering begint en eindigt voor de meeste mensen – mezelf incluis – bij het aanpakken van ons smartphonegebruik. Verstandelijk weten we natuurlijk wel dat het niet goed voor ons is, om altijd en overal bereikbaar te willen zijn en je de hele dag te laten leiden door mails, meldingen en appjes, maar het vereist een fikse dosis discipline om daar daadwerkelijk korte metten mee te maken. Wat het beste helpt is, heel simpel, je telefoon op gezette tijden wegleggen. In een la, verstopt in een tas, voor mijn part in de schuur. Zolang je het ding maar niet de hele tijd ziet.

‘Als het om prikkels gaat, dan gaat het uiteindelijk om het juiste evenwicht,’ zegt Van Boxmeer. ‘We hebben prikkels nodig om ons goed te voelen, maar het moeten er ook niet te veel zijn. Dat heb je grotendeels in de hand, want uiteindelijk bepaal jij wat je met je tijd doet. Als je de ontstane leegtes niet opvult met turen naar je smartphone en ook de verleiding weerstaat om je hele agenda weer vol te plannen met afspraken, ontstaat er volop ruimte om ontprikkelende activiteiten te doen. Zoek de natuur op, lees een boek, speel gezelschapsspelletjes en zorg dat je genoeg momenten op de dag even alleen bent. Blijf tijdens je pauze niet achter je computer zitten, maar neem écht even een break.’ Volgens Van Boxmeer zou je met deze kleine ‘ingrepen’ al een heel eind moeten komen. Ik ga het proberen, ontprikkel je mee?

5x ontprikkelen in coronatijden

  1. Stop met het obsessief volgen van het nieuws. Als er echt iets aan de hand is, hoor je het echt wel van iemand anders.
  2. Probeer elke dag een paar uur offline door te brengen. Vind je dat moeilijk, sluit je computer dan af en leg je telefoon weg.
  3. Zorg voor ritme en structuur, zeker als je nog steeds thuis werkt. Bedenk elke avond wat je de volgende dag gaat doen en doe dat dan ook.
  4. Blijf in beweging. Als je beweegt, maakt je hoofd zich even ‘schoon’. Dans lekker door je huis of maak een wandeling in de natuur.
  5. Zorg voor voldoende me-time: ga in bad, mediteer, luister naar muziek of een luisterboek. Zet eventueel een koptelefoon op.
Bron: Josine van Boxmeer, auteur van Het Ontprikkeldieet | Tekst: Fleur Baxmeier | Beeld: Stocksy