Op de weegschaal

Ik geloof dat ik een stokpaardje heb. Het heeft te maken met gewichtszaken. Vandaar dat er bij vier superslanke vrouwen die over hun gewicht praten (deze week in Viva) alarmbellen afgaan in mijn hoofd.

Ronde billen
Samen wegen ze maar liefst 240 kilo, Jasmine Sendar, Sabrina Starke, Noortje Herlaar en Fajah Lourens. Dat is precies 60 kilo per persoon. Oké, daar doen ze dan ook wel wat voor, maar kom op: wat is nu 60 kilo. En dan dat gemiep over twee kilo meer of minder. Het wil er bij mij niet in dat dat het verschil is tussen ronde billen en hangbillen. Gewoon niet.

Water en geen brood
Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heel knap dat deze vrouwen zo veel doen om in shape te blijven. Geen brood eten, zoals Fajah Lourens, lijkt me behoorlijk frustrerend. Je moet er dus echt wel wat voor overhebben. Maar of dat haar recht van spreken geeft over ‘dikke billen’? Alles in mij schreeuwt: no way.

Er is altijd iemand dikker
Maar wanneer heb je dan wel recht van spreken? Als je 80 kilo weegt, 100, 150? Er is altijd wel iemand nog dikker. Ligt de grens bij het punt waarop je buik verder uitsteekt dan je borsten, of mag je pas klagen over je gewicht als je niet meer in een terrasstoel past? Zelfs dan zijn er nog altijd honderden – zelfs wel duizenden, tienduizenden – mensen die veel dikker zijn dan jij.

Een zak aardappelen op je kont
Het probleem is dat we onszelf niet vergelijken met de mensen die verder heen zijn dan wijzelf, behalve op momenten dat we onszelf willen oppeppen. (Zie je wel, het valt met mij nog best mee, dit ene stukje chocola zal van mij heus geen Beth Ditto maken.) Jasmine, Sabrina, Noortje en Fajah vergelijken zichzelf dus ook – terecht – niet met mensen die meer wegen dan 70 kilo. In hun wereld is vijf kilo een zak aardappelen op je kont. Als ik het zo bekijk heb ik er zelfs bijna begrip voor.

© foto: Obese USA