Mila: ‘Bij die eerste pil stokte mijn adem even, maar het was het enige wat hielp’

Toen Mila (36) op haar negentiende naar Amsterdam verhuisde, kon haar studententijd eindelijk beginnen. Het liep anders: ze belandde in een depressie en kon er niet meer uitkomen.

Interview Merel Brons | Beeld Sanoma Beeldbank

‘Mijn dagen waren als een donker gat waarin ik geen licht meer kon ontdekken. Ik werd wakker en dacht: wat móet ik met deze dag? Niets kon me meer blij maken. Als ik in de spiegel keek, zag ik een waardeloze griet staan, eentje die niks kon en lelijk was. Het liefst lag ik de hele dag in bed met de dekens over mijn hoofd. Lekker veilig. Dan hoefde ik niet te voelen, er niet te zijn voor iemand. Tijdens mijn vroege studententijd gingen dagen zo voorbij, anderhalf jaar lang.’

Dispuutsmeisjes

‘Op mijn negentiende verhuisde ik vanuit een klein dorp in Noord-Holland naar Amsterdam. Ik keek er zo naar uit: eindelijk zou het ‘echte’ leven beginnen. Leuke nieuwe mensen leren kennen, op eigen benen staan. Ik koos voor een studie rechten en zou gaan samenwonen met een van mijn middelbareschoolvriendinnen. Mijn geluk kon niet op toen we op de Wallen, midden in het centrum, een mooie kamer vonden. Allebei wilden we lid worden van een studentenvereniging om in contact te komen met medestudenten en zo een nieuwe vriendenkring op te bouwen. Samen met mijn vriendin ging ik de dispuutshuizen af om te ontdekken bij welke club we terechtkonden. Ik zie me nog staan voor zo’n commissie van meiden, allemaal met hun armen over elkaar geslagen: laat jij maar eens zien hoe leuk je bent. Het ging mijn vriendin makkelijk af. Ze knoopte leuke gesprekken aan met de dispuutsmeisjes. Voor mij als introvert en verlegen type voelde het als de absolute hel.

Die vriendin slaagde er ook beter in om contacten te leggen. Al snel was het bij ons thuis een komen en gaan van nieuwe vriendinnen. Soms ging ik erbij zitten, maar later kon ik dat niet meer opbrengen. Het waren allemaal dezelfde types: knappe, sociaal zeer vaardige meisjes, van goede komaf, de juiste merkkleding. Stuk voor stuk leuker en interessanter dan ikzelf, vond ik. Ze zaten niet op mij te wachten. Dus dan vluchtte ik mijn kamer maar weer in.’

Totaal verloren

‘Naar college ging ik op een gegeven moment niet meer. Rechten bleek een populaire studie. Ik voelde me totaal verloren tussen al die honderden studenten in de collegezaal en vond amper aansluiting bij de anderen. Ook viel de studie me tegen. Ik had voor rechten gekozen omdat ik daar zo veel kanten mee op zou kunnen, maar merkte dat het te breed voor me was; ik kon niet bedenken wat ik er in de toekomst mee zou willen.’

‘Alleen de psychiater wist hoe het écht met me ging’

‘Toen ik bij de huisarts kwam voor iets anders, vroeg hij terloops hoe het met me ging. Ik begon onbedaarlijk te huilen en hield niet meer op. Alles wat ik die maanden had opgekropt, kwam eruit. Ik voelde me dood- en doodongelukkig in het studentenhuis op die veel te drukke, liefdeloze, vieze Wallen. Die studie was geen succes en ik vond mezelf niets waard. De dokter luisterde naar me en verwees me door naar een psychiater. Hij zei: ‘Deze psychiater schrijft mees-tal niet meteen medicijnen voor.’ Maar al bij mijn eerste bezoek kreeg ik een recept voor antidepressiva. Daar schrok ik van; was ik al zo ver heen? Toen ik mijn eerste pilletje slikte, stokte mijn adem even. Ik was een ‘vrijeschoolkind’ en dacht altijd wel twee keer na over wat ik in mijn mond stopte. Maar ik realiseerde me ook dat het nu niet anders kon. Dit had ik nodig om me beter te voelen, net als bijna een miljoen andere Nederlanders.’

Hyper in de Hema

‘Depressiviteit komt in mijn familie of omgeving niet voor. Ik schaamde me ervoor, deelde mijn gevoel niet met anderen. In eerste instantie was de psychiater de enige die wist hoe het écht met me ging. Later lichtte ik mijn ouders en zus in. Ze waren begaan met me, maar konden weinig voor me doen, omdat ik het liefst zo ver mogelijk wegkroop in mijn schulp. Met de vriendin met wie ik samenwoonde, had ik nog nauwelijks contact. We waren uit elkaar gegroeid.’

‘De medicatie sloeg niet meteen aan. Al snel vond ik een appartement voor mezelf, weer in het centrum van Amsterdam. Dat was wennen: ik vond het moeilijk om ineens helemaal alleen te wonen en volledig op eigen benen te moeten staan. Ook begon ik aan een nieuwe studie – communicatiewetenschappen – en werd lid van een andere studentenvereniging. Hoewel deze frisse start me goed deed, had ik toch nog niet het gevoel dat ik grip op het leven kreeg. Ik kreeg last van paniekaanvallen. Dan stond ik in de Hema en zag opeens alles op me afkomen. Ik werd angstig, begon te hyperventileren. Een verschrikkelijk rotgevoel. Ik ging drukke plekken mijden, wat erop neerkwam dat ik bijna geen leuke dingen meer deed. Daarnaast lag ik nog steeds veel in bed en werd steeds magerder. Ik bleef mezelf waardeloos vinden. Ik kon er niet mee omgaan dat ik geen idee had wat ik met mijn toekomst wilde. Welke kant wil ik op? Wat kan ik nou eigenlijk? Vragen die me dagenlang bezighielden. Achteraf vind ik dat nog wel het stomste. Mensen maken veel ergere dingen mee, waarom raakte ik hier zo van in de put? Waarom gaf ik mezelf niet gewoon een schop onder mijn kont en ging verder met mijn leven?’

‘Dan stond ik in de Hema en zag opeens alles op me afkomen’

Hogere dosis

‘Het ging beter toen ik via een datingsite een leuke man ontmoette. Na een paar keer heen en weer mailen, spraken we af. Ik vond het doodeng, maar deed het toch. Al tijdens onze eerste date vertelde ik dat ik depressief was en pillen slikte om dat gevoel eronder te houden. Hij reageerde lief, zei zelfs heel romantisch: ‘Maar dan kan ík jouw medicatie toch zijn?’ En inderdaad: in de periode dat we een relatie hadden, zat ik daadwerkelijk lekkerder in mijn vel. Hij adoreerde me en zei elke dag hoe mooi en leuk hij me vond. Dat deed me goed. Ik maakte mijn studie af en oriënteerde me op de arbeidsmarkt. Na een tijdje kon ik de dosis antidepressiva zelfs verlagen, omdat ik me zo goed voelde.’

‘Het kwam dan ook als donderslag bij heldere hemel dat mijn vriend er na drie jaar een punt achter zette. Hij hield 
het niet langer vol om zowel zichzelf als mij gelukkig te moeten maken, zei hij. Achteraf zie ik in dat hij gelijk 
had en ik mijn geluk te veel van hem liet afhangen, maar op dat moment begreep ik hem niet. Ik kwam in een flinke depressie, waarbij elke dag als een donkere donderwolk aan me aan. Sterker nog: vaak worden de symptomen van een depressie eerst erger voordat ze afnemen. Ik was vooral misselijk en moe. Zo moe dat ik om vier uur ’s middags al doodop was en mijn bed in dook. Na een paar weken merkte ik verbetering. Ik voelde me minder down en had weer energie om naar buiten te gaan. ‘Die leefomgeving is niet goed voor jou,’ had de psychiater gezegd, dus ben ik zodra ik kon op zoek gegaan naar nieuwe woonruimte. Maandenlang sleepte ik mezelf elke dag van de bank naar bed en weer terug. Maar toen na een jaar de ergste pijn was verzacht, kreeg ik steeds meer het gevoel dat dit niet was wat ik wilde.’

‘Hij hield het niet langer vol om mij gelukkig te moeten maken, zei hij’

‘Ik wilde eruit zien te komen en probeerde mezelf op te peppen. Het hielp dat de dosis van de medicatie werd verhoogd; dat beïnvloedde mijn humeur en ik kreeg meer energie. Toen mijn ex een nieuwe relatie kreeg, 
besefte ik des te meer dat het voor mij ook tijd was om mijn leven op te pakken. Ik stapte naar het uitzendbureau en vond een baantje als tekstschrijver bij een beleggingsbank en later een reclamebureau. Het schrijven wakkerde iets in me aan, en dat voelde zo fijn. Eindelijk ontdekte ik wat ik leuk vond en waar mijn talent lag. Ik begon een toekomst voor me te zien. Ook de structuur van een baan deed me goed; ik had weer een reden om op te staan en iets van de dag te maken. Ik sloeg zelfs weer aan het daten.’

Georgina & Katja

‘Het gaat nu al een paar jaar best goed met me. En ik weet inmiddels welke factoren ik in acht moet houden om dat zo te houden. Structuur is belangrijk voor me. Doordeweeks sta ik om dezelfde tijd op en ’s avonds ga ik op tijd naar bed. Ik sport en doe aan yoga. In het weekend maak ik zo veel mogelijk plannen, om te voorkomen dat ik hele dagen alleen doorbreng. Maar ook een te volle agenda breekt me op: dan raak ik overprikkeld en word chagrijnig. Met uitgaan moet ik altijd rekening houden. Harde muziek en heftige lichten kunnen voor mij een trigger zijn om me opeens weer niet goed te voelen. Ook weet ik dat grote gebeurtenissen in mijn leven me uit balans kunnen brengen. Liefdesverdriet bijvoorbeeld, of als er een dierbare overlijdt. Soms ben ik bang dat ik van zoiets in een nieuwe depressie terechtkom. Aan de andere kant weet ik dat het geen zin heeft om me daar nu al druk over te maken. Het leven is hier en nu.

Soms laait de discussie over het gebruik van antidepressiva op. Dan heeft bijvoorbeeld een BN’er als Georgina Verbaan of Katja Schuurman in een interview verteld ook medicatie te gebruiken. Sommige mensen vinden dat je je daarvoor moet schamen. Ik niet. De medicatie voelt als mijn anker. Ik heb de pillen nodig om mezelf op een wilde zee overeind te kunnen houden. So be it.’

Over haar depressies schreef Mila het boek ‘Even leek alles normaal’ (Meulenhoff Boekerij, € 18,99).

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 26 2016. 

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.