8 redenen waarom je de top wil bereiken

kilimanjaro beklimmen

Dagenlang lopen, plassen tussen de struiken en slapen in een tentje: waarom zou je? Nou, volgens journalist Marloes Teerenstra (31) zijn daar acht supergoeie redenen voor.

“Je bent hartstikke gék!” Dat is het eerste wat mensen zeggen als ik vertel dat ik de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika, ga beklimmen.  “Jij? Hóé dan?” Bij mijn vrienden sta ik niet bekend als fitgirl – laat staan als doorgewinterde hiker. Maar sinds ik tien jaar geleden Caroline Tensen op tv de 5895 meter hoge berg zag beklimmen, staat dat boven aan mijn to-dolijst. Back to basic, jezelf uitdagen, buitenspelen: ’t lijkt me wel wat. En als je dan in aangeschoten toestand op een festival met een vriendin je bucketlist bespreekt en erachter komt dat op haar lijst hetzelfde staat, kun je niet anders dan besluiten: we gaan het doen! De reacties zijn wisselend. Van positieve (“Stoer! Jij kunt dit!”) tot bezorgde (“Je gaat jezelf tegenkomen hoor…”) en realistische (“Het hóéft niet, hè.”). Maar één ding vraagt íedereen zich af: waaróm wil je in godsnaam voor de lol de hoogste berg van Afrika op? Welnu, hierom dus.

1. Je wordt verplicht te onthaasten

“Als dit het tempo is voor de komende week, lopen we lachend naar de top,” grap ik naar m’n reisgezelschap. We zijn nog maar net door de Londorossi Gate (het startpunt van de Lemosho-route) en meteen wordt duidelijk dat we het credo van de Kilimanjaro, pole pole – oftewel langzaam in het Swahili – letterlijk moeten nemen. Schuifelend lopen we door het intens groene regenwoud, op kop onze gidsen Simba en Victor. Het liefst zet ik een tandje bij, maar op het moment dat ik op m’n ongeile bergschoenen een inhaalmanoeuvre wil inzetten, word ik teruggefloten: “Pole pole!” Dat blijkt niet voor niets. Hoe harder je loopt, des de sneller je stijgt en hoe groter de kans op hoogteziekte, als in: ernstige hoofdpijn, misselijkheid en andere narigheid. Om die reden haalt een derde van de klimmers de top niet. Tijdens de tocht word je verplicht te onthaasten, en dat voelt fijn.

2. Je wordt er sterker van

Het is half zeven ’s ochtends als Pascal, een van de porters (dragers) uit het team, mijn tent openritst. “Good morning. Tea, coffee?” Ik haal een vochtig wegwerpdoekje over m’n gezicht en loop naar de tent met de ontbijttafel. Twee kommen havermout, wentelteefjes, een boterham pindakaas, eieren, fruit, een Snickers: het gaat er allemaal in. We zitten op 4200 meter hoogte, de lucht wordt ijler en bewegen kost meer energie. Elke dag lopen we zo’n zeven uur. Ik merk dat mijn lijf sterker wordt. Ik voel m’n kuit- en bovenbeenspieren, waarschijnlijk omdat ik per voet anderhalve kilo aan bergschoen meezeul. Op wonderlijke wijze gebeurt er ook iets met mijn buikspieren. Én m’n wandelstokken blijken de ideale workout-tool om in balans te blijven.

3. Je kickt af van je social-verslaving

Geen Instagram. Geen Facebook. Geen honderd WhatsApp-berichten als je wakker wordt. In het begin was het gek, ‘no service’ op m’n iPhone, maar al snel went het om alleen bezig te zijn met mezelf en de mensen om me heen. In mijn geval vriendin Linda, haar vriend Ben en een fantastisch team van – hou je vast – twee gidsen, een kok en veertien porters. Het resultaat? Talloze goede gesprekken, hilarische verhalen en tig (verloren) potjes Kolonisten van Catan. Foto’s delen komt later wel. #latergram

4. Je gaat back to basic

“This is Africa!” roep ik van achter een struik. Ben en de gidsen wachten als Linda en ik wéér een plasstop inlassen. We worden steeds handiger in wildplassen. Dat moet ook wel als je je bedenkt dat we elke dag vijf liter water naar binnen gieten. Gehurkt zitten we naast elkaar. “Kijk naar dat geweldige uitzicht,” zegt Linda. Ik kijk op naar de besneeuwde bergtop en bedenk me dat we daar over een paar dagen zelf lopen. Bizar. Een halfjaar geleden, toen we besloten deze trip te gaan maken, kon ik me niet voorstellen dat dit back to basic-leventje elke dag genieten zou zijn. Stiekem zag ik er namelijk best wel tegenop: acht dagen zonder douche, shampoo, steiltang, dagelijks schone kleren en wc. Maar dat kan me allemaal niks meer schelen. Zelfs niet nu m’n haar zo vet is als een pot Vaseline, ik m’n sokken al voor de tweede keer draag en, damn it, net in andermans kak heb gestaan. “Yes, this is Africa,” lacht de gids. “Come on, let’s go.”

Er staat een 
stevige wind, het is min-achttien 
en mijn waterzak is bevroren, 
maar no way 
dat ik opgeef

5. Je realiseert je 
hoe mooi de natuur is

Het is vier uur ’s nachts. Ik word wakker van het tentdoek dat in m’n gezicht wappert. Door een kiertje zie ik iets wat niet te beschrijven valt: duizenden fonkelende sterren die de ijskap van de Kilimanjaro verlichten. “De gletsjer is niet meer wat ie geweest is,” zeiden de gidsen vanmiddag. Elke keer als ze de berg beklimmen, zien ze dat ie een stuk gesmolten is. Dat gaat zo snel dat de ijskap in 2020 waarschijnlijk totaal verdwenen is. Nu die ijsmassa er nog is, wil ik ’m zo vaak mogelijk zien – al is het van een afstand. In mijn pyjama sta ik buiten. Het is freezing koud, maar ik kijk gefascineerd naar de gletsjer, de vallende sterren, en op onze snurkende gids na hoor ik niks.

6. Je zelfvertrouwen groeit

Op een Google-afbeelding leek de Barranco Wall een lullige hoogte te hebben, maar nu we voor die bergmuur staan, blijkt ie toch iets hoger dan gedacht: driehonderd meter recht de hoogte in. Het is dag vijf, acht uur ’s morgens, spitsuur op de berg en vooral heel glad vanwege de bevroren dauw op de rotsen. Victor gaat voorop om ons bij elke stap omhoog te begeleiden. “Trust your boots,” zegt hij, terwijl ik me met handen en voeten aan een rots probeer vast te grijpen. Onder mij een diepe afgrond. Het geeft een kick. Tuurlijk vertrouw ik m’n schoenen, maar het gaat meer om vertrouwen in mijn 
eigen kunnen. Maar mijn zelfvertrouwen groeit door dit klauterwerk met de minuut en voordat ik het weet, sta ik boven.

7. Je leert hoe groot je doorzettingsvermogen is

Ik gloei, ben misselijk en door de Diamox (anti-hoogteziektepil) tintelt m’n hoofd. Als een zombie zit ik aan tafel, waar we gebriefd worden voor De Grote Klim naar de top. Ik heb zes lagen kleding aan, maar ril nog steeds. Al die dagen gingen me makkelijk af, maar nu slaat de twijfel toe: ga ik de top wel halen? Simba ziet mijn onzekerheid en benadrukt dat ik positief moet blijven. Dat zestig procent neerkomt op doorzettingsvermogen. “You can do it,” zegt ie, terwijl hij me een Dextro Energy aanreikt. Oké, daar gaan we! 
Midden in de nacht beginnen we aan het laatste stuk, zodat we hopelijk met zonsopkomst de top bereiken. In een sliert gaan grote groepen klimmers naar boven. We lopen in de wolken, het is prachtig, maar ook zwaar. Snot loopt uit m’n neus en bij elke stap die ik zet, glij ik door de kiezelsteentjes weer een halve stap terug. “Gaat het nog?” vraagt Ben. Ik breek. Huilend sta ik op de berg. Ik ben moe, wankel en buiten adem. Er staat een stevige wind, het is min-achttien en mijn waterzak is bevroren, maar na een vrienden slash energy-hug lopen we door. No way dat ik ga opgeven. Zeven uur later komen we aan op het hoogste punt: de Uhuru Peak. De ijsmuren zijn adembenemend mooi. Ik voel ontlading, trots, alles. En het geeft me ’n boost waar geen Dextro of energie-reep tegenop kan. Gelukkig maar, want nu nog anderhalve dag terug naar beneden…

8. Je denkt alleen maar: hakuna matata

Maar dan ook letterlijk: no worries. Door dagenlang buiten te zijn, realiseer je je dat je maar weinig nodig hebt om intens gelukkig te zijn. Bah. Zweverig. Toch is het waar. Zonder te piekeren over werk, relaties en andere zaken, lopen we door het regenwoud, dat al snel overgaat in een vulkaan- en kraterlandschap, om 
na acht dagen op de besneeuwde piek te staan. Het uitzicht vanaf de gletsjer is 
onbeschrijflijk mooi. Een halfuur lang staan we met open mond te kijken. Naar de ijskap. Naar Mount Meru in de verte. Deze trip is er een voor in de boekjes. En nu? Zo snel mogelijk terug naar beneden. Ik heb zin om me te douchen, mijn haar te steilen en wat make-up op m’n snoet te smeren. En in een koud Kilimanjaro-biertje! Een week de bush girl uithangen is prima, maar nu weer back to normal.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 12 – 2017. Het blad ligt van 22 maart t/m 28 maart in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «