Rollend door het bos

Mijn stalen ros en ik, wij leggen elke werkdag dertig kilometer af. De fiets heeft het alleen al een tijdje op mij gemunt. Zo viel ooit het voorwiel prompt onder mijn voorvork uit, iets dat ik met mijn gebit intact wist te overleven. Het zadel brak af terwijl ik op haar (het is een zij) fietste en onlangs schoot een elleboogsteun los van het op mijn stuur gemonteerde leunijzer, waarna ik zwalkend mezelf met moeite in balans wist te houden. Nu staat ze bij de fietsenmaker met een totaal versleten voorste tandwiel. Dat is mijn schuld. De reparatie kost niet veel, hooguit vier tientjes. Tandartskosten zijn er niets bij, dus ik ben blij dat mijn fiets tandloos is en niet ik.

Racemonster
De fietsenmaker besloot een fiets aan mij uit te lenen. ‘Heb je een racemonster voor me staan,’ vroeg ik, in de hoop een ultrasnelle racefiets los te praten. Alles wat hij had staan was een tweedehands mountainbike. Die had ik al zien staan tussen gebruikte kinderfietsen en een enkele omafiets. ‘Daar kun je vanmiddag mooi mee de bossen in,’ zei hij. Ik vond dat niet eens zo’n raar idee van hem. Vaak genoeg zie ik ze in onze bossen: mannen met helmpjes, staand op de pedalen van een driehoekig frame met wielen eronder. Erg stoer. Dat wilde ik ook wel.

Waaghalzen
Na wat zoekwerk op het web kwam ik erachter dat ik blijkbaar op acht kilometer afstand woon van Nederlands mooist aangelegde MTB route. Het dragen van een helm werd aangeraden, maar de fietsenmaker had me alleen een mountainbike geleend en verder geen enkele bescherming. Toch zei ik mijn vrouw gedag om daarna naar het begin van de route te rijden. Ruim een uur voor zonsondergang dook ik het bos in op een smal pad, dat door vele rubberen wielen was aangedrukt tot een parcours voor waaghalzen die niets anders willen dan rits rats tussen bomen door zigzaggen.

Angstaanjagend
Het was geweldig en tegelijkertijd ook angstaanjagend. Dan weer een bult waarbij ik dacht er niet tegenop te kunnen, dan weer een afdaling die mijn fiets aanjaagde tot een snelheid waarmee ik met moeite de haarspeldbocht kon nemen die vlak na de afdaling was aangelegd. Het was niet mogelijk meer dan vijf meter vooruit te kijken. Heel soms waren er rechte stukken waarop ik vaart kon maken, zoals langs een kale akker. Daar zag ik een hert. Het sprong parallel aan de bosrand voor me uit totdat het de rand van de zwarte zandgrond bereikte. Daar sprong het hert de bossen in, vlak voor de plek waar ik reed. Haast niet te registreren, zo mooi.

Hobby
De schemering trad eerder in dan ik had verwacht en in het dichtbeboste gebied legde ik de laatste delen van het parcours af in de schaduwen van boomstammen waartegen ik me te pletter zou kunnen fietsen. Gelukkig gebeurde dat niet. Ik nam de bochten, beklom de heuvels en bereikte het einde van de route, levend, en met een nieuwe hobby. De fiets die ik tussen mijn benen had mag niet meer terug naar de fietsenmaker, daarvoor hebben we samen te veel meegemaakt. Hij is nu van mij. Ik moet hem alleen nog betalen.

CC foto: Dave Wright