Ruziemaken voor beginners

‘Hou toch gewoon je mond. Dit slaat nergens op en ik vind je gruwelijk irritant’, zijn de woorden die ik het liefste zou willen zeggen tijdens een hevige ruzie.

Toch zeg ik dit eigenlijk nooit. Ik ben slecht in ruziën. Akelig slecht. In mijn hoofd som ik de meest prachtige argumenten op, die de persoon met wie ik onenigheid heb totaal onredelijk doet lijken. Denk hierbij aan prachtige kreten als: ‘Jij doet dit dit en dit, en dat geeft mij het gevoel dat zus en zo en ik zou graag zien dat je het voortaan zo en zo doet.’ In mijn hoofd win ik altijd de ruzie. In mijn hoofd wel.

De werkelijkheid is dat ik geen van die argumenten hardop durf te zeggen. Daarom komt het vaak voor dat de ‘tegenstander’ mijn fouten uit de doeken doet, zonder dat ik een weerwoord lever of zijn of haar gebreken duidelijk maak. Het is ellende. Daarom trek ik vaak onbewust een pruillip en terwijl de tranen van machteloosheid me in de ogen springen, zeg ik met een gebroken stem iets in de trant van: ‘Ik vind dit helemaal niet leuk van je.’

Het wil weleens voorkomen dat er een klein traantje over mijn wang rolt tijdens een meningsverschil. Let wel, dit gebeurt alleen als de persoon me heeft gekwetst. Then again, maak ik eigenlijk alleen maar ruzie als mensen me gekwetst hebben of me op een andere manier onrecht hebben aangedaan, dus misschien huil ik dan eigenlijk wel vaak tijdens of net na ruzies.

Wanneer de ruzie bekoeld is, maar zowel de ‘tegenstander’ als ik nog steeds wat kwaad zijn probeer ik dan de situatie minder ongemakkelijk te maken, wat vaak geen eenvoudige opgave blijkt. Daarom mompel ik dan een ‘zand erover’ of ‘laten we allebei sorry zeggen.’ En daarna zul je me er nooit meer over horen.

Bron foto: Malczyk