Maria zat al op haar 31ste in de overgang: ‘Ik voelde me mislukt als vrouw’

Maria Blaas (38) en haar vriend wilden dolgaag kinderen. Maar toen die er na een jaar proberen nog niet waren, kregen ze verbijsterend nieuws: Maria zat al in de overgang, op haar 31e. Dat blijft moeilijk om mee te dealen.

Tekst: Jessica Sindelka  | Foto: Dirk-Jan van Dijk

‘Roel en ik zijn al zeventien jaar samen en hebben altijd een kinderwens gehad. Op mijn dertigste was voor ons het moment aangebroken om het te gaan proberen. We hadden bewust gewacht tot we allebei een goede baan hadden en op de juiste omstandigheden om een kind groot te brengen.

In diezelfde periode kampte ik helaas met veel lichamelijke klachten. Hartkloppingen en hitte-aanvallen hielden me nachtenlang wakker. Het kwam vast door de stress, dacht ik. Ik was kort daarvoor samen met een vriendin een eigen bedrijf in loopbaancoaching gestart. Kennelijk was het werk als zzp’er niet voor me weggelegd en kon ik de druk niet aan. Ik besloot voor mijn eigen gezondheid te kiezen, stopte met het bedrijf en ging weer in loondienst.

Maar ik werd nog steeds niet zwanger, terwijl ik inmiddels al een jaar was gestopt met de pil. Voor de zekerheid gingen Roel en ik naar de dokter. Die deed er heel luchtig over, er was waarschijnlijk niks aan de hand. Om toch meer zekerheid te krijgen, verwees hij me door naar het ziekenhuis. Daar bleek na een bloedtest dat mijn FSH-gehalte – de hoeveelheid follikelstimulerend hormoon in mijn lichaam – ontzettend hoog was. Tijdens een koud en kil tienminutengesprek kreeg ik een boodschap die de rest van mijn leven zou veranderen: ik bleek in de overgang te zijn en zou nooit zwanger kunnen raken.

Lees ook:
Vervroegd in de overgang: wat houdt het in en waaraan herken je het?

Ik herinner me nog precies hoe ik met Roel het ziekenhuis uit liep. We waren met stomheid geslagen. De overgang, dat was toch iets voor oude vrouwen? Hoe kon ik daar als 31-jarige mee te maken hebben? Ik werd bovendien nog gewoon ongesteld. Onregelmatig, dat wel, maar hoe was de overgang dan een optie?

Dat gevoel van ongeloof heeft maandenlang aangehouden. Ik ben zelfs nog voor een second opinion naar een ander ziekenhuis geweest, waar ik dezelfde uitslag kreeg. Maar nog steeds kon ik er met mijn verstand niet bij. Ik belandde in een soort shock. Het was alsof ik geen emotie kon voelen, helemaal niks. Ik kon gewoon niet bevatten wat er aan de hand was.’

 Andere opties

‘Daarna belandde ik juist in een soort achtbaan. Het ene moment was ik intens verdrietig, andere momenten boos. Ik schaamde me voor mijn lichaam en kon niet meer trots naar mezelf kijken. Ik voelde me mislukt als vrouw. Tegen Roel zei ik dat hij op zoek moest gaan naar iemand anders, en dat meende ik oprecht. Ik kon hem nu eenmaal niet geven wat hij zo graag wilde en zou dat ook nooit kunnen. Roel wilde er gelukkig niets van weten. Hij was – en is – er heel zeker van dat hij liever een leven met mij wil, dan een leven zonder mij maar mét kind.

‘Dat we nooit kinderen kunnen krijgen, voelt heel eenzaam, omdat het bijna alle andere mensen wél lukt’

We bekeken onze opties. De enige manier om nog een soort van samen een kindje te krijgen, was via eiceldonatie. Daar zit in Nederland een strenge wet- en regelgeving aan vast. We hadden dan waarschijnlijk ergens in het buitenland op zoek moeten gaan naar een eitje. Dat was geen serieuze optie voor ons. Ik wil dolgraag een kindje met Roel, maar niet via de eicel van een ander. Dat voelt te gemaakt. Ik veroordeel niemand die er wel voor kiest, maar het past niet bij ons om koste wat het kost onze kinderwens erdoorheen te drukken. Zo is ook adoptie of pleegouderschap nooit een serieuze optie geweest. Als het ons niet via de natuurlijke weg is gegeven, dan maar niet. Daar moesten we dan mee zien te dealen.

Dat neemt niet weg dat ik de eerste jaren na het nieuws in een diep dal zat. Ik had alleen maar donkere gedachten en was ervan overtuigd dat het leven nooit meer fijn zou worden. Het besef dat ik ook nog eens voor niets was gestopt met mijn bedrijf – stress was blijkbaar niet de oorzaak van mijn nachtelijke opvliegers – maakte het nog erger. Toch besloot ik om in loondienst te blijven. Mijn nieuwe baan was ook een ontsnappingsplek. Niemand daar wist van mijn thuissituatie en ik heb er expres ook niemand over verteld. Zo kon ik me elke dag volledig op mijn werk storten zonder dat iemand me ‘lastigviel’ met vragen. Even ontsnappen uit de realiteit en niet bezig zijn met mijn pijn en verdriet, dat was wat ik nodig had. Ik heb me geen dag ziek gemeld. Ik wilde door.’

Lees ook:
De vervroegde overgang: kan het iedereen overkomen?

Confronterend

‘Nu, zeven jaar later, is de impact op mijn leven nog steeds enorm. Praktisch gezien moet ik extra letten op mijn gezondheid. Doordat ik vervroegd in de overgang ben geraakt, heb ik een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en op botontkalking.

Op dit moment voel ik me prima. Maar om de risico’s voor later te beperken, doe ik aan krachtsport. Ook slik ik hormonen om mijn overgangsklachten te verminderen. Zonder oestrogeentabletten heb ik last van stemmingswisselingen en extreem veel en vaak opvliegers: soms wel veertig per nacht. En onze kinderwens zit zo diepgeworteld, het is onmogelijk om die definitief achter ons te laten. Het blijft een open wond die nooit helemaal dichtgaat. De kunst is om te leren leven met het gegeven dat we nooit ouders zullen worden.

‘Extra vervelend is dat me in het dagelijks leven te pas en te onpas naar onze kinderwens wordt gevraagd’

Dat we nooit kinderen kunnen krijgen, voelt heel eenzaam, omdat het bijna alle andere mensen wél lukt. Soms vraag ik me af waarom het ons niet gegund is, we zouden een kind alles kunnen bieden. Als ik op tv zie hoeveel kindjes een slechte toekomst hebben, voelt dat oneerlijk. Ook op straat en door familie en vrienden worden we er continu mee geconfronteerd. Veel mensen in onze leeftijdscategorie worden nu eenmaal zwanger. Ik merk dat ze het soms lastig vinden dat aan mij te vertellen. Mijn beste vriendin had een heel dubbel gevoel: aan de ene kant was ze natuurlijk hartstikke blij. Tegelijkertijd vond ze het zo rot voor mij, want ze gunt mij die zwangerschap ook. Helaas lukt het me niet altijd goed met zulk nieuws om te gaan. Voor mijn beste vriendin kon ik oprecht blij zijn. Maar als ik een slechte dag heb, valt het verkeerd. Soms kan ik het van een collega of wildvreemde echt niet hebben.

Toch durf ik wel te zeggen dat het weer goed met me gaat. Met hulp van een psycholoog heb ik geleerd met het verdriet om te gaan, waardoor ik weer kan genieten van het leven. De relatie met Roel is flink op de proef gesteld omdat we op onze eigen manier moesten dealen met ons verdriet, maar uiteindelijk zijn we dichter naar elkaar toe gegroeid. Vorig jaar zijn we getrouwd. We richten ons leven nu op een heel bewuste manier in en doen alles wat we niet hadden gekund als we een gezin zouden hebben. Reizen bijvoorbeeld, en naar concerten gaan.’

Een taboe

‘Vier jaar geleden hebben Roel en ik ons motorrijbewijs gehaald. Dat wilden we al lang, maar het kwam er nooit van. Motorrijden is echt onze gezamenlijke passie geworden. We zijn bijna elk weekend met de motoren in de weer en hebben veel nieuwe vrienden gemaakt. Het wereldje bevalt me ook prima: het zijn voornamelijk mannen en die praten niet continu over kinderen. Dat is echt een groot verschil. Zodra een vrouw kinderen heeft, komt het onderwerp al gauw in elk gesprek terug.

Dat merk ik ook in mijn vriendinnengroep, daarin ben ik inmiddels de enige die geen moeder is. Vorige week waren we met z’n allen uit eten en dan gaat het al gauw over kinderen. Dat is niet meer dan logisch en ik weet zeker dat niemand het rot bedoelt, maar ik kan me daar wel eenzaam door voelen. Wat moet ik op zo’n moment zeggen: ‘Mijn hond blaft leuk?’

‘Ik merk dat er een taboe op de overgang rust, er wordt niet makkelijk over gesproken. Dat moet maar eens afgelopen zijn’

Het is iets waarover ik nooit zal kunnen meepraten en dat blijft pijnlijk. Extra vervelend is dat me in het dagelijks leven te pas en te onpas naar onze kinderwens wordt gevraagd. ‘Jullie zijn nu een jaar getrouwd, het wordt toch zeker wel tijd, hè?’ vragen mensen vaak. Op zulke momenten weet ik niet goed wat ik moet zeggen. Hardop zeggen dat ik geen kinderen kan krijgen, vind ik nog steeds moeilijk. Dan barst ik in no time in huilen uit. Daarom heb ik het altijd in de doofpot gestopt. Mijn familie en beste vrienden zijn op de hoogte, maar dat is het dan ook wel. Zelfs mijn collega’s weten nog steeds van niks. Ik denk dat er toch nog schaamte in me zit. Dit is de eerste keer dat ik er open over praat. Een keerpunt in mijn leven, hoop ik. Het is tijd voor verandering.

Lees ook:
Vóór je veertigste in de overgang: wat betekent het voor je leven en kinderwens?

Ik merk dat er een taboe rust op de overgang. Niet alleen voor jonge vrouwen zoals ik, zelfs voor vrouwen die er op latere leeftijd mee te maken krijgen. Het is gewoon geen onderwerp waar makkelijk over wordt gesproken. Natuurlijk is er online veel informatie te vinden, maar het zou fijn zijn om er ook in het dagelijks leven over te kunnen praten. Het moet dus maar eens afgelopen zijn met dat taboe. De eerste stap voor mij: dit artikel laten lezen aan mijn collega’s.’

Op de hoogte blijven van de leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.