Vol ongeloof

Als ik moet kiezen tussen Charles Darwin of God, dan winnen de evolutietheorieën het van de onzichtbare aanwezigheid van God.

Veel te nuchter
Ondanks dat ik op het punt sta mijn zegje erover te doen, lijkt geloof toch een soort verboden woord. Zo voelt het ook. Als een boek vol geheimen dat ik per ongeluk heb opgeduikeld en stiekem ga inkijken, waarna ik keihard betrapt word. Dat vind ik gek. Juist omdat Nederland zo standvastig voor vrijheid van meningsuiting staat, maar je wanneer je dat doet het vaak om je oren krijgt. We beperken elkaars vrijheid van meningsuiting. Ik geloof niet in een God. Ik ben er veel te nuchter voor. Vroeger werd er thuis gebeden voor het eten en slapen gaan. Ik deed maar mee, omdat ik moeilijk naar de gebogen koppen van mijn gezinsleden kon gaan zitten kijken terwijl ik voor mezelf maar alvast wat piepers opschepte. Nadat mijn moeder overleed, had ik geen zin meer om te bidden. Tot wie wendde ik me ook eigenlijk? Het leven gaat toch wel zijn gang. Of ik nou bid of niet.

Lekker heilig
Het gaat niet alleen om bijvoorbeeld het Christendom of de Islam. Het gaat om geloof in het algemeen. Geloof vind ik huichelarij. Een wolf in schaapskleren. Uitgaan van het goede van de mens, maar ondertussen iedereen die niet gelooft als zondaars bestempelen en veroordelen. Iedereen behalve zichzelf. Geloof is een instrument om het gepeupel te sturen. En vaak nog de verkeerde kant op ook.

Ik ben de regisseur   
God bestaat niet. Niet voor mij. Ik geloof in de kracht vanuit mezelf. Als ik iets wil bereiken in het leven, is er niemand die dat voor mij doet. Ik moet alles zelf doen in het leven. Er is geen God die het allemaal wel even voor me regelt. Als ik een doel voor ogen heb, moet ik mijn eigen krachten bundelen en er zelf tweehonderd procent voor gaan om mijn doel te bereiken. De regie van mijn leven ligt in mijn handen. Die soms wordt beïnvloed door onverwachte weersomstandigheden.

Leger des ‘Heils’
Ergens in geloven, vind ik mooi. Mits men ermee om weet te gaan. Ik vind het niet storend wanneer er bij mij wordt aangebeld om te vragen of ik toevallig zin heb om Jehovagetuige te worden. Als ik dan ‘nee’ zeg, zijn we even goede vrienden. Ik vind het storend wanneer mensen geen genoegen kunnen nemen met waar zij zelf in geloven en hun visie opdringerig met anderen willen delen, omdat dat volgens hen de juiste manier is. Ik vind het bekrompen wanneer men er letterlijk heilig van overtuigd is dat een bepaald geloof de beste keuze is en deze wil opdringen aan anderen. Geloof heet niet voor niets geloof. Geloven is niet hetzelfde als weten.

Heiligen, zondaars, monniken of priesters; hoe je jezelf bestempelt, zal mij een biet zijn. Maar respecteer de visie en het geloof van een ander en probeer een ander niet tegen zijn wil in te overtuigen van een bepaald geloof. Over Godslastering gesproken.

© Beeld: privébezit