Wat, als je ineens weer zou leven?

geen

Op de eerste lentedag is het tweeëndertig jaar geleden dat ik jou in de kamer naast de mijne hoorde sterven, waardoor mijn herinneringen aan jou zijn blijven steken in mijn tiende levensjaar en jij voor eeuwig achtenvijftig jaar oud bleef.

De jaren tachtig waren nog maar net begonnen, de wereld blies zijn laatste zeventiger jaren-adem uit. De muren van ons huis, loodzwaar van nicotine, waren bedekt met grillig, oranje-met-donkerbruin behang, de belichaming van het dertig jaar oude verschil tussen “afzichtelijk” en “vintage”. Op de grond lagen harige tapijttegels, die zeer deden aan mijn knieën als ik met blote benen op de vloer speelde. Het geknoopte tapijt, in kleurschakeringen die pasten bij het behang, behoedden hier en daar mijn knieën voor al teveel leed.

De Berlijnse muur 
Sinds jouw dood is de wereld zo ver afgedreven van de aardse plek die jij eens achterliet. Zoveel gebeurtenissen waarvan ik denk “had hij dit maar mee kunnen maken” zijn in ons leven voorbij getrokken. De val van de Berlijnse Muur. Gek als je was op Duitsland, had je dat prachtig gevonden, want wat betreurde jij die Muur. “Duitsland is één land” hoorde ik je vaak roepen. Toen de muur op 9 november 1989 aan zijn eind kwam en ik de beelden zag van mensen die juichend en leuzen scanderend met elk denkbeeldig stuk gereedschap op de muur inbeukten, waren mijn gedachten bij jou, en hoopte ik dat je dit op een verborgen plek waar een levende ziel geen weet van heeft, mee zou kunnen maken.

Draaien of drukken
Vaak sta ik even bij je stil als ik hedendaagse voorwerpen gebruik die zelfs in een oude science-fiction film van dertig jaar geleden nog futuristisch waren. In jouw tijd draaide je een telefoonnummer thuis, op zo’n saai grijs telefoontoestel die je in bruikleen van de PTT had. Tegenwoordig druk je een nummer, bij voorkeur op een telefoontje ter grootte van een pakje sigaretten, die je gewoon in je zak stopt. Trouwens, telefoneren is bijzaak. Je belt nauwelijks, maar Whatsappt, pingt, SMS’t, of Tweet erop los.

Vooruitgang
In een tijd dat de Walkman net voorzichtig aan onze wereld begon te snuiven, nam jij je muziek op met een bandrecorder met reusachtige spoelen. Een wereld van verschil met mijn mp3-speler die zo klein is dat ik hem altijd en eeuwig kwijt ben. En ook al tanken de meesten nog steeds op de ouderwetse manier, ook van een auto die je oplaadt in het stopcontact kijkt niemand meer op. Geld pinnen? Jij ging nog met je overschrijvingskaarten naar de bank en betaalde met knaken, joetjes, geeltjes en meiers, en als het te betalen bedrag de grenzen van je portefeuille te buiten ging, schreef je een cheque uit.

Wat als…
Hoe zou je reageren, als jij door een wonder ineens weer voor heel even terug zou kunnen keren? Wat zou ik je graag de afgelopen tweeëndertig jaar in een notendop willen laten zien. Jou introduceren in de wereld van de kleinkinderen die je nooit hebt gekend. Je kennis laten maken met een wereld waarin Google, plofkippen, internetbankieren, televisies zo dik als een schilderij, metrosexuelen, parkeersensoren, ramkraken, Project X-feesten, rookvrije zones (vooral dat laatste had je erg gevonden waarschijnlijk) en nog meer zinnige en onzinnige zaken deel uitmaken van ons dagelijks leven.

Je bent al zo lang dood. Onze wereld is allang niet meer de jouwe. Maar nog steeds, na al die tijd, denk ik met de regelmaat van de klok, als iets nieuws mijn verbazing kleurt, “Goh, wat zou hij dat mooi hebben gevonden.”

CC foto: Antaldaniel