Zeikwijven

Zo en nu en dan kom je er een tegen: zo’n ongelooflijk zeikwijf. Ze maken van een mug een olifant, gaan totaal onterecht tekeer of stellen zich zo arrogant op dat je er misselijk van wordt. Ik trof zo’n naar typje weer aan de trein. En deze dame kon er wat van.

Tante Cor
Ik zal haar even omschrijven. Om te beginnen had ze slecht geblondeerd haar, waren haar lippen felroze gestift en had ze een dikke laag blauwe mascara op. Ze droeg een te strakke spijkerbroek en een roze blouse waarvan de bovenste twee knoopjes open waren, zodat we een mooie kijk hadden op haar zeer aanwezige boezem. Ze deed me denken aan de jongere versie van tante Cor uit mijn favoriete serie Gooische Vrouwen.

Beestengedrag
Afijn, de conducteur kwam langs en ‘tante Cor’ sprak de man aan.  Ze wilde even haar beklag doen over de NS. En hier heb ik eigenlijk niets op tegen, ik vind dat je best je ongenoegen mag uiten (hoewel ik het zelf vaak bij inwendig vloeken houd). Maar doe dit dan alsjeblieft op een enigszins beschaafde manier. We zijn toch geen beesten? Nou, deze vrouw wel. De kenau ging echt ongegeneerd te keer.

De tirade
‘Hoe durf je me een bon te geven! De NS kan helemaal niets. Niets kunnen jullie!’, zo begon ze. ‘De stoelen zitten ruk, ik heb geen enkele beenruimte en die lelijke kleuren doen zeer aan mijn ogen. O, het is trouwens ook echt goor. Hoe vaak komt er hier een schoonmaker –als die al komt-?’ De arme conducteur had waarschijnlijk niet gerekend op zoveel vijandigheid en keek tante Cor verschrikt aan. Een antwoord hoefde hij gelukkig niet te geven op deze klachtenregen, want de bitch ging al weer verder. ‘Die klote treinen komen nooit eens een keer op tijd, maar wel weet ik hoeveel geld vragen. Je zou je moeten schamen, vent. Pure diefstal is het. Je bent gewoon een vuile dief.’

Viswijven
Zo ging het nog even door. En met grote ogen heb ik naar het schouwspel bekeken. Mijn mond hing een beetje open van verbazing. Ook de mond van de conducteur stond wagenwijd open overigens. Hij mompelde wat – er viel niet uit op te maken of het een verontschuldiging was – en liep toen zo snel als zijn benen hem konden dragen door. Tante Cor keek triomfantelijk om zich heen. Even had ik zin om een zelfde tirade tegen haar af te steken over het gebrek aan fatsoen, maar toen wist ik het: het is gewoon weer zo’n verschrikkelijk vals zeikwijf.