Daisy (27): ‘Mijn baarmoeder is helemaal kapot bestraald’

baarmoederhalskanker

De gevolgen van baarmoederhalskanker worden flink onderschat. Steeds minder jonge vrouwen laten zich ertegen inenten. Dat deze ziekte bloedserieus is, weet Daisy (27) helaas als geen ander.

Tekst Milou van der Will | Foto Dirk-Jan van Dijk

‘Lag ik daar, met mijn benen wijd. Het uitstrijkje dat de huisarts had gemaakt omdat ik na het vrijen steeds bloedingen had, bleek niet goed. Nu ging de gynaecoloog dus de slechte cellen wegsnijden. Ze spuiten dan iets in je baarmoedermond, waardoor het onrustige gedeelte oplicht. Toen de gynaecoloog het had ingespoten, trok ze wit weg. ‘Dit is niet goed,’ zei ze. ‘Het is kanker. Bereid je voor op een rollercoaster.’
Mijn moeder was er gelukkig bij, maar 
in eerste instantie drong het niet eens echt tot me door. Ik was nog scherp en kon 
het gesprek met de arts over de te nemen stappen goed voeren. Pas op de gang besefte ik wat me overkwam. Er zouden toch alleen slechte cellen worden weggesneden? En nu was het ineens kanker? Verdrietig sloeg ik tegen de muur. Mijn moeder nam me mee naar huis, waar mijn vriend Tom ook meteen naartoe kwam. We hebben daar de hele middag samen gezeten. Huilen, natuurlijk. En de opties bespreken, voor zover die er waren.

‘We 
waren nog verliefde puppy’s en moesten opeens nadenken over eitjes invriezen’

Omdat het er zo ernstig uitzag, werd ik met spoed doorverwezen naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (AVL). Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door HPV, een virus dat tachtig procent van de seksueel actieve mensen bij zich draagt. Meestal ruimt het lichaam het virus vanzelf op, maar soms niet. Ik ben ertegen ingeënt, net nádat ik seksueel actief was geworden. Maar waarschijnlijk ben ik tijdens mijn eerste keer al besmet geraakt. Tien tot vijftien jaar later kan het virus alsnog kanker veroorzaken.’

Of we een kinderwens hadden

‘De scans en gesprekken werden in één dag gepropt, om het proces te versnellen. Ik kreeg verschillende opties en koos 
voor die waarbij ze mijn baarmoeder intact zouden laten. Die optie was alleen mogelijk als er geen uitzaaiingen in mijn lymfeklieren zaten. Om dat te checken, werden die operatief verwijderd uit mijn liezen. Ik ben positief ingesteld en dacht nog: ik ben jong, ik heb dít al, dan heb 
ik vast niet óók nog uitzaaiingen.
We zaten dus relaxed op een terrasje toen de arts belde. ‘O,’ stamelde ze, ‘je zit 
op een terras…’ Tja, dan weet je het eigenlijk al. Ik schrok me dood. Er was 
een uitzaaiing. ‘En dat is er één te veel,’ zei ze. Het baarmoederbesparende plan kon 
ik op mijn buik schrijven. Het nieuwe plan werd: zes chemokuren, uitwendige én inwendige bestralingen. En die ene vraag die al eerder voorbij was gekomen, werd ons nu nog een tikje serieuzer gesteld. Of we een kinderwens hadden. Tom en ik waren toen net anderhalf jaar bij elkaar. We waren als twee verliefde puppy’s op een roze wolk, met geen vuiltje aan de lucht. En nee, nog niet echt in de fase van kinderen en volgende stappen. Van de ene op de andere dag moesten we dus dat soort gesprekken gaan voeren. Gut ja, kinderen, dat wilden we waarschijnlijk wel. Ooit.
Omdat ons antwoord ja was, werden we diezelfde dag nog verwacht in de vruchtbaarheidskliniek van het Academisch Medisch Centrum (AMC). Mijn tosti lag nog onaangetast op ons terrastafeltje, toen wij al in het AMC zaten. Zij kregen maar drie weken van het AVL om alles te fiksen – daarna moesten ze echt met de kanker aan de slag. Voor we het wisten, zaten we middenin een verhaal over hormonen en eitjes invriezen. Er was bijna geen tijd om na te denken, we gingen constant op ons gevoel af. Eén eierstok werd operatief verwijderd en opgestuurd naar België: daar zijn ze verder in het kunstmatig rijpen van eitjes en dat zou de kans verhogen, mochten we ooit een eigen kindje willen. De andere eierstok zouden ze via de natuurlijke wijze ‘aanprikken’, zoals het eruit halen van je eitjes wordt genoemd.’

Stedentripje

‘Tom moest mij dagelijks hormooninjecties geven in mijn buik. Daar word je labiel van, niet normaal. Het werd geen succes. De enige optie was om ook die eierstok er operatief uit te laten halen. Ik kon wel door de grond zakken van ellende. Drie operaties al, nog voordat mijn behandeling goed en wel was begonnen. Zonder Tom had ik het niet gekund, hij hield me op de been. Met humor, en gewoon, met hoe wij samen zijn. We gingen naar Brussel alsof het gewoon een stedentripje was. Hotelletje geboekt, de avond voor de operatie nog ergens een hapje gegeten. Vrij bizar allemaal. We stuurden een selfie 
in de vriendenapp: ‘Joe, wij gaan ons kindje even laten bevriezen.’ Tja, het was allemaal verre van leuk, maar gelukkig zijn we uit hetzelfde hout gesneden. Positief, schouders eronder en gaan.’

Tijd voor chemo

‘Elke maandag, zes weken achter elkaar, kreeg ik een chemokuur. Dan lig je 
daar de hele dag aan het infuus. Potjes Rummikubben met mijn chemo-buurvrouw, praten over het leven met mijn andere kamergenoten, die bespottelijk genoeg allemaal nog maar rond de dertig waren. Of schilderen, samen met vrienden die een dagje meegingen. Ik had me er van tevoren op ingesteld dat ik niet ziek 
zou worden van de chemo, dat ik de uitzondering op de regel zou zijn. En wonder boven wonder kwam mijn wens uit. Kiplekker voelde ik me niet, maar ik kwam er goed doorheen. De rest van die weken stond volgeboekt met bestralingen. Daarom leefde ik intens naar het weekend toe, waarin ik zo veel mogelijk leuke dingen plande. Op vrijdagmiddag was ik erbij in de kroeg. En als mijn vrienden 
op zondag spelletjes gingen spelen in het park, ging ik daar ook heen. Na drie weken chemo zat ik gewoon bij de show van Ricky Gervais in de HMH. Mijn vrienden dachten steeds dat ik nog wel zou breken, maar dat gebeurde niet. Ik ben mentaal sterk, altijd vrolijk en zelden chagrijnig. Dat heb ik van mijn vader, die helaas is overleden. Toch heeft ook dat me sterker gemaakt. Ik kan wat hebben. Zonder laconiek te doen over mijn ziekte, heb ik altijd gedacht dat het goed zou komen.

‘Ik heb serieus tegen 
Tom gezegd: ik snap 
het als je gaat’

Na de chemo en de bestralingen, stonden er nog drie inwendige bestralingen op het menu. Vreselijk was dat, maar het was 
het allemaal waard. Mijn tumor was 4 
bij 2,5 centimeter bij de start en na alle behandelingen was hij verdwenen. Gewoon he-le-maal weg. Twee weken geleden ging ik met zweethandjes naar mijn tweede controle, maar gelukkig: alles is nog steeds goed. Ik moet elke drie maanden terugkomen. En als het goed blijft gaan, wordt die tussenperiode steeds verlengd. Ik kan het loslaten, ook al weet ik dat ze vrij weinig voor me kunnen doen als het weer terugkomt. Een paar dagen voor de volgende controle zal ik daarom wel weer zweethandjes krijgen.’

Draagmoeder

‘Mijn baarmoeder zit er nog, maar is helemaal kapot bestraald. Ik heb serieus tegen Tom gezegd: ik snap het als je gaat. Ik zou het vreselijk vinden, maar ik snap het, want jij kan gewoon nog een gezin krijgen. Hij vond het maar stom dat ik dat zei. ‘Ik wil geen kind als ik jou niet heb,’ zei hij. En hij bleef. Twee van onze beste vrienden zijn onlangs ouders geworden van een klein hummeltje. Ik gun ze de wereld, maar voor ons was het ook even slikken, vooral om die zwangerschap 
vanaf de zijlijn te volgen. Voor ons begint nu namelijk de tijd waarin we moeten verwerken dat wij nooit op die manier 
een kind kunnen krijgen. We zullen een draagmoeder nodig hebben. Deze vrienden zijn de eersten in een rij van vrienden die een kindje zullen krijgen. Bijna iedereen staat nu nog in de kroeg, maar ik weet ook dat binnen nu en tien jaar voor al mijn vriendinnen de fase van lekkende tepels en billendoekjes aanbreekt. Mocht een kindje voor ons niet zijn weggelegd, dan is dat een grote verandering, natuurlijk. Je gaat gewoon niet elke zondag in de speeltuin zitten als je geen kinderen hebt. Ook al ben ik ervan overtuigd dat wij 
het met z’n tweetjes ook heel leuk gaan hebben, dat zijn toch dingen waar je 
soms over nadenkt. Maar ik blijf positief, zoals altijd. Want er zijn mogelijkheden 
en zo lang die er zijn, weiger ik om treurig te zijn.’

Exit wildebras

‘Waren we eerst nog twee naïeve verliefde puppy’s, door alles wat er is gebeurd, is onze relatie nu volwassen geworden. Ik denk dat we in het stadium zitten waar je normaal pas na zes jaar in zit. Je ziet niks aan me, je ziet niet dat ik ziek ben geweest. Misschien dat hij soms de wildebras mist die ik was. Ik had zeg maar niet echt de reputatie om als eerste naar huis te gaan op een kroegavond, maar het afgelopen jaar ging ik dat wel. Op dat soort momenten realiseer ik me dat het echte verwerkingsproces nog moet komen. Ik ben wel schoon, maar ik ben er nog niet.
Voordat ik ziek werd, was ik net voor mezelf begonnen. Zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering. Harder kon ik geloof ik niet op mijn bek gaan. Ik heb 
nog gebeld met de gemeente, maar ik 
had nergens recht op, omdat Tom mij 
kon onderhouden. Gelukkig heeft mijn moeder me ook financieel kunnen ondersteunen. Inmiddels kan ik weer werken. Ik heb een nieuwe baan die me op het lijf is geschreven, als online manager bij een woonwinkel. Daar ben ik zo blij mee. Bij mijn sollicitatie ben ik eerlijk geweest over mijn ziekte. Ik wilde niet 
dat ik daar zou worden aangenomen en dat ze dan gingen denken: wat moet dat meisje eigenlijk vaak naar het ziekenhuis… Gelukkig konden ze mijn openheid waarderen. Ze zeiden: jij bent degene 
voor de job. We kiezen jou. Ze zijn heel betrokken bij alles, leven met me mee als ik een controle heb. Dus ja, mijn leven komt langzaam weer in het gareel.’

De liefste vrienden

‘Eind vorig jaar, toen alles voorbij was, boekten Tom en ik een low key vakantie naar Sri Lanka. We hadden weinig geld, want we hadden niet echt kunnen sparen, maar een vakantie was wel waar we aan toe waren. Vlak voordat we vertrokken, hadden we een etentje met vrienden. We moesten in het midden gaan zitten en toen begon een van hen ineens te speechen. Over hoe zwaar ons jaar was geweest. En hoe sterk ze ons vonden. Ze gaven me een op foam geprinte versie van mezelf, gephotoshopt als Wonder Woman. En daarbij gaven ze ons een cheque. Bleek 
dat ze maandenlang hadden gespaard, 
met z’n allen, zodat wij zorgeloos op vakantie konden. Pfff ja, dat was janken geblazen. We hebben de liefste vrienden van de wereld.’