Het is Wereldstotterdag: hoe om te gaan met stotteren

Praten zonder de stress of de woorden er wel vloeiend uitkomen: voor een stotteraar is het niet vanzelfsprekend. Zo’n 170.000 mensen in Nederland hebben last van dit spraakgebrek, maar dankzij therapieën worden dit er gelukkig steeds minder. Ex-stotteraar en zelfbenoemd stotterdeskundige José Brouwer vertelt hoe haar leven er met én zonder gestotter uitziet.

Spreekbeurten

“Het stotteren begon op de basisschool. Ik heb daar dan ook de nodige logopedie gehad, maar dat heeft toentertijd niet echt josegeholpen. Stotteren in de puberteit is natuurlijk echt niet leuk, vooral met spreekbeurten had ik er last van. Gelukkig ben ik er nooit mee gepest. Ik was een kei in het omzeilen van voor mij moeilijke woorden en door de jaren heen kon ik best goed mee omgaan. Stotteraars hebben een zeer rijke fantasie en een woordenschat waar je u tegen zegt. Om mijn stotteren voor andere te verbloemen bedacht ik de meest bijzondere woorden om maar niet dat ene woord of die ene letter te hoeven zeggen. Want stel je voor als ze me zouden horen stotteren! Dat was mijn eer te na.”

Rosbief en kroketten

“Ik herinner me dat mijn moeder me naar de slager stuurde voor rosbief. In de rij oefende ik al op het woord: rosbief. Ik kwam echter thuis met ham, puur omdat ik het woordje rosbief op dat moment niet kon zeggen. Ook lust ik graag kroketten, maar nam ik vroeger altijd een frikandel. Puur vanwege de uitspraak. Ik vond het altijd fijn als mensen me uit lieten spreken. Van andere stotteraars weet ik dat die liever geholpen werden bij moelijke woorden. Eén tip: blijf stotterende mensen altijd aankijken tijdens een gesprek, ook al gaat het nog zo stroef. Zo geef je ze een gevoel van waardering en een luisterend oor.”

Stotteraar af

“Ik ben leerplichtambtenaar, en na 20 jaar de telefoon opnemen met alleen het woordje ‘leerplichtambtenaar’ in plaats van mijn naam, werd het hoogste tijd dat er iets veranderde! Na wat speurwerk besloot ik het stotterinstituut De Pauw te bezoeken. Na twee weken intern te zijn geweest nam mijn zelfvertrouwen enorm toe en kon ik op techniek bijna een jaar lang vloeiend spreken. Natuurlijk moest ik er aan werken om rustig en goed te spreken, maar naarmate de tijd verstreek ging dit steeds beter. Zelfs de telefoon opnemen was geen probleem meer! De techniek leerde mij een eigen draai te geven aan het fenomeen stotteren. Dit ging gepaard met goede en minder goede momenten, maar dat is menselijk.”

Het is oké

“Hoe moeilijker het jezelf maakt om maar niet te hoeven stotteren, je valt toch een keer door de mand. Blijf gewoon jezelf! Door jezelf te zijn leg je niet de nadruk op het stotteren en zal je merken dat mensen je accepteren zoals je bent. Hierdoor haal je zelf de druk van de ketel en zal je merken dat het spreken ook beter gaat. Zoals ik geleerd heb bij het stotterinstituut: ‘jij oké, ik oké’.”